direct naar inhoud van 3.7 Samenvatting beleidskaders
Plan: Morsweg Rijnoever
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.PB00003-0201

3.7 Samenvatting beleidskaders

Een groot gedeelte van de bevolking in de Transvaalbuurt behoort tot de leeftijdscategorie
20-64 jaar. Dit valt te verklaren uit het woningaanbod in de wijk. In de wijk staan relatief veel
arbeiderswoningen. Ook de ligging nabij het industrieterrein speelt hierbij een rol. Sommige
woningen worden bewoond door meerdere studenten. Dit verklaart in belangrijke mate het
grote percentage bewoners in de leeftijdscategorie 20-64 jaar. De huishoudsamenstelling geeft inzicht in de opbouw van de wijk. Opvallend is dat een groot deel wordt gevormd door 1-persoons-huishoudens.

In de Structuurvisie Leiden 2025 staat ook aangegeven dat Leiden als dichtbevolkte stad een groot gebrek aan ruimte heeft. Het beperkte aanbod maakt dat de beschikbare woningen relatief duur zijn, waardoor voornamelijk jonge mensen, maar ook de midden en hogere inkomens de stad en zelfs de regio verlaten. Voor de economische ontwikkeling heeft het de hoogste prioriteit om de jonge bevolking en de kapitaalkrachtige bevolking voor de stad en de regio te behouden.Een van de uitgangspunten van de Structuurvisie is dat Leiden moet investeren in de kwaliteit van de stad door aantrekkelijke woningen te realiseren. Een intensiever gebruik van de ruimte ligt ook in Leiden in het verschiet. Een van de vormen waarin intensivering vorm kan krijgen, is hoogbouw. Het bouwplan aan de Morsweg-Rijnoever valt binnen een gemengd gebied. Hier is afwisseling van laagbouw (tot ± 15m) en middelhoogbouw (20-30m) met incidenteel een accent (tot ± 40m). De woontoren is ongeveer 27 meter hoog en wordt gerealiseerd op de hoek van de Morsweg en de Rijnzichtstraat langs de oever van de Rijn. In augustus 2007 hebben de afdelingen Stedenbouw en Groen een Stedenbouwkundig Programma van Eisen opgesteld voor de woningbouwlocatie aan de Morsweg.

Naast de structuurvisie en de hoogbouwvisie leggen andere beleidskaders eveneens een aantal aandachtspunten aan dit projectbesluit op:

  • De gemeente moet zorg dragen voor een hoge kwaliteit van de openbare ruimte, met voldoende plek voor groen (Structuurvisie Leiden 2025, Gemeentelijke Woonvisie 2005-2015);
  • De aanwezigheid van bedreigde plant- en diersoorten, zoals opgesomd in de Flora- en Faunawet, moet worden onderzocht (Flora- en Faunawet, Gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen in Leiden);
  • Het verstoren van de habitat van eventueel aangetroffen bedreigde soorten moet zoveel mogelijk worden voorkomen of aanwijzing van alternatieve locaties ter vervanging van deze habitats moet plaatsvinden (Flora- en Faunawet, Gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen in Leiden);
  • Gemeentelijke ruimtelijke plannen bevatten een verplichte waterparagraaf, waarin het advies van de waterbeheerder Hoogheemraadschap van Rijnland ten aanzien van water in en rondom ruimtelijke ontwikkelingsgebieden is beschreven, en waaruit blijkt hoe deze adviezen in de plannen zijn opgenomen (Nationale Watertoets, Handleiding Watertoets Leiden);
  • Milieunormen - elk ruimtelijk plan dient een overzicht te bevatten van noodzakelijke onderzoeken op de verschillende milieubeleidsterreinen, zoals bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geluidshinder, milieuzoneringen, externe veiligheid en duurzaamheid;
  • Mobiliteit - ruimtelijke dienen een overzicht te bevatten van de impact van beoogde ontwikkelingen op de verkeersdruk, mobiliteit en parkeergelegenheid. Daarnaast moeten nabij rijkswegen bebouwingsvrije zones worden opgericht met vastgestelde afstanden;
  • Archeologische waardezones - ten behoeve van bescherming van mogelijke archeologische vondsten zijn archeologische waardezones ingesteld, die regels stellen aan het aanleggen van funderingen of het afgraven van gronden. Als toetsingskader hanteert de provincie Zuid-Holland hiervoor Kaart Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland.