direct naar inhoud van 4.8 Luchtkwaliteit
Plan: Verlengde Wassenaarseweg
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.PB00001-0201

4.8 Luchtkwaliteit

4.8.1 Inleiding

De luchtkwaliteit wordt in de praktijk bepaald door de achtergrondconcentratie en de bijdragen van verkeer en grote industrieën. In onze regio richt de aandacht zich in hoofdzaak op verkeer. In dit advies wordt dan ook met name het aspect wegverkeer beschouwd. In dit geval gaat het om een nieuwe weg, de Verlengde Wassenaarseweg te Leiden. Er wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 (luchtkwaliteitseisen) en regionaal beleid.

4.8.2 Wettelijk kader

Op 15 november 2007 is de Wet milieubeheer gewijzigd. Aan hoofdstuk 5 is een titel toegevoegd: titel 5.2 luchtkwaliteitseisen. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Het doel van de wet is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Daartoe zijn in de wet grenswaarden voor stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM10) opgenomen. De normen zijn op basis van gezondheidskundige aspecten bepaald, maar ook onder de norm kunnen gezondheidseffecten optreden, zij het vooral bij mensen die er gevoelig voor zijn, zoals kinderen en ouderen. Bij concentraties onder de 40 ìg/m3 neemt de kans op effecten wel geleidelijk af. Al is voor fijn stof geen gezondheidskundige grenswaarde vast te stellen.

4.8.3 Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

Het NSL is de kern van de Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit. Dit programma moest de onderbouwing leveren van het "derogatieverzoek" van het Rijk aan de EU. Het NSL is een bundeling van alle ruimtelijke maatregelen die de luchtkwaliteit in betekenende mate verslechteren en alle maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren om er voor te zorgen dat per 2011 (fijn stof) respectievelijk 2015 (stikstofdioxide) overal in Nederland aan de grenswaarden wordt voldaan. Het Rijk coördineert het programma. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De uitvoeringsregels behorende bij de wet zijn vastgelegd in algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en ministeriële regelingen (mr), waaronder AMvB en mr niet in betekenende mate (NIBM).

4.8.4 AMvB Niet in betekenende mate

De Wet milieubeheer, onderdeel luchtkwaliteit, maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel niet in betekenende mate) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL.

De AMvB en Regeling "Niet in betekenende mate" bevat criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als "In betekenende mate" moet worden beschouwd. Deze AMvB is gelijktijdig met het NSL in werking getreden. Er mag rekening worden gehouden met een verslechtering van maximaal 3 % van de grenswaarde (= 1,2 µg/m3 voor zowel stikstofdioxide en fijn stof).

NIBM projecten kunnen, juridisch gezien, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet wel worden bekeken of het realiseren van het plan met betrekking tot de luchtkwaliteit op die locatie gewenst is. Daarbij speelt de mate van blootstelling aan de luchtverontreiniging een rol. Ook de gevoeligheid van bepaalde groepen mensen voor luchtverontreiniging kan daarbij worden afgewogen. Hierbij gaat het niet alleen om de toekomstige gebruikers van de locatie maar ook om de personen in de omgeving daarvan, bijvoorbeeld om de bewoners en/of kinderen in een school/kinderdagverblijf aan de gebiedsontsluitende wegen.

4.8.5 Regionaal Beleid

Eén van de ambities uit het Milieubeleidsplan 2003-2010 luidt: Op het merendeel van de plaatsen waar mensen wonen, sporten of anderszins langdurig verblijven is de concentratie aan luchtverontreinigende stoffen in 2010 beduidend lager dan de toegestane grenswaarden. In de praktijk is de term beduidend lager dan de grenswaarden gesteld op 36-38 µg/m3. Hierbij is aangesloten bij de extra ambitie uit het regionaal beleidskader voor Duurzame Stedenbouw.

4.8.6 Resultaten

Toetsing aan de wet

Door de gemeente Leiden zijn verkeersgegevens overgelegd. Hieruit blijkt dat op de Wassenaarseweg nabij de kruising met de Verlengde Wassenaarseweg en de Endegeesterstraatweg er circa 5800 motorvoertuigen per etmaal rijden. Dit geeft een toename van 1600 motorvoertuigen per etmaal. Uit de saneringstool (3.1) die behoort bij het NSL blijkt dat op die kruising de concentraties stikstofdioxide en fijn stof in 2011 respectievelijk 24,2 µg/m3 en 18,1 µg/m3 (met zeezoutaftrek) bedragen. Fijn stof is hier dus in het geheel geen issue. Uit de rekentool die beschikbaar is gesteld door Infomil blijkt dat, met een aandeel van 8 % vrachtwagens (worst-worst-case) extra bijdrage voor NO2 3,2 µg/m3 bedraagt. Totaal is dit dus ca. 24,2 + 3,2 = 27,4 µg/m3. De concentraties stikstofdioxide en fijn stof zijn derhalve veel lager dan de grenswaarden (40 µg/m3).

Toetsing aan regionaal beleid

Gezien de uitkomst onder het voorgaande kopje wordt er ook voldaan aan het milieubeleidsplan 2003-2010.

4.8.7 Conclusie

Uit de Saneringstool 3.1 en een worst-worst-case berekening blijkt dat de concentraties stikstofdioxide en fijn stof ter plaatse beduidend lager zijn dan de grenswaarden. Hiermee wordt voldaan aan de Wet milieubeheer en de ambitie van het milieubeleidsplan 2003-2010.