direct naar inhoud van 4.2 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Verlengde Wassenaarseweg
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.PB00001-0201

4.2 Cultuurhistorie en archeologie

4.2.1 Archeologie

Inleiding

De gemeente Leiden heeft een rijk bodemarchief. In de afgelopen decennia is bij tientallen opgravingen vastgesteld dat het onderzoek van de archeologische resten die in de bodem verborgen liggen één van de belangrijkste bronnen van kennis over de bewoningsgeschiedenis van de regio rondom Leiden vormt. De doelstelling van het gemeentelijk archeologiebeleid is om de archeologische bronnen zo verantwoord mogelijk te beschermen. De erosie van het bodemarchief is ondanks alle inspanningen tot behoud van archeologische resten immers nog steeds erg groot. Dit betekent dat bij bouwwerkzaamheden verstoring van de diepere ondergrond uit archeologisch oogpunt zoveel mogelijk dient te worden vermeden. Waar dit niet mogelijk is, zal in de gebieden waar waardevolle, informatieve archeologische resten verloren dreigen te gaan, voorafgaand aan de geplande bodemingreep verantwoord onderzoek dienen plaats te vinden. Om deze doelstelling te kunnen realiseren is in onderhavig projectebsluit een aantal voorschriften en maatregelen opgenomen. Deze voorschriften zijn gebaseerd op een inventarisatie en evaluatie van de omvang en kwaliteit van het archeologisch bodemarchief in en om het plangebied.

Leiden heeft zeven verschillende 'waarderingsgebieden', waar verschillende regimes gelden naar aanleiding van de archeologische waarde of de archeologische verwachtingswaarde.Voor zes waarderingsgebieden wordt in opzet dezelfde planregel gebruikt, waarin een aanlegvergunningstelsel is opgenomen. De verschillen tussen de waarderingsgebieden zitten in de oppervlakten en diepte van bodemverstoring vanaf wanneer een aanlegvergunning dient te worden aangevraagd. Voor 'Waarde - Archeologie 1' geldt de aanlegvergunningsplicht niet, omdat het een beschermd archeologisch rijksmonument betreft, waarop de regels van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn. Voor verstoring van de bodem op die locaties is een monumentenvergunning vereist. De zeven waarderingsgebieden zijn:

Waarde archeologie 1   Archeologisch rijksmonument
 
Waarde archeologie 2   Gebied van archeologische waarde
binnen de singels  
Waarde archeologie 3   Gebied van archeologische waarde
buiten de singels  
Waarde archeologie 4   Gebieden met een hoge archeologische verwachting binnen de singels  
Waarde archeologie 5   Gebieden met een hoge archeologische verwachting buiten de singels  
Waarde archeologie 6   Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting  
Waarde archeologie 7   Gebieden met een lage archeologische verwachting
 

Archeologische waarden in het plangebied

In het plangebied is waarderingsgebied 5 aanwezig. Het plangebied grenst aan een terrein waar de afgelopen jaren veelvuldig archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Hierbij zijn de resten aangetroffen van een vroegmiddeleeuwse nederzetting uit de periode 500-700 na Chr. De kans is groot dat deze resten doorlopen tot in het plangebied Verlengde Wassenaarseweg. Tijdens grote infrastructurele werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de A44 waren in het verleden al vondsten vlakbij het plangebied aangetroffen.

In verband met herinrichtings- en bouwplannen van de gemeente Oegstgeest is door twee verschillende bedrijven archeologisch prospectie onderzoek (boringen) uitgevoerd in het plangebied Nieuw Rhijngeest-Zuid. Het betreft het bureau- en booronderzoek dat in 1998 door RAAP Archeologisch Adviesbureau is uitgevoerd en het bureau- en booronderzoek dat in 2003 door ADC ArcheoProjecten is uitgevoerd . Aan de hand van beide onderzoeken zijn indertijd zes mogelijke archeologische vindplaatsen gedefinieerd. In het kader van de bouw van tijdelijke studentenbarakken door de stichting DUWO in het plangebied Nieuw Rhijngeest-Zuid heeft Archol bv in opdracht van de grondeigenaar (Vastgoed bv – Universiteit Leiden) in het voorjaar van 2004 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van proefsleuven in het noordelijk deel van het plangebied Nieuw Rhijngeest-Zuid . Hierbij zijn verspreid over het terrein 16 proefsleuven aangelegd. Uit dit onderzoek is gebleken dat er zich verspreid over het terrein archeologische resten in de ondergrond bevinden uit de periode 500-700. Een deel van het terrein is vervolgens vlakdekkend opgegraven. De archeologische resten bestaan onder andere uit paalsporen behorende tot vier huizen, waterputten, kuilen en beschoeiingspalen van insteekhavens. Op basis van het aangetroffen vondstmateriaal en huistypologie is vastgesteld dat het een vroeg middeleeuwse (Merovingische) nederzetting betreft. Aan de noordzijde van het gebied werd een aantal vondsten gedaan die in de ijzertijd of Romeinse tijd gedateerd kunnen worden.

In 2005 is voorafgaand aan de bouw van het congrescentrum en informatie centrum “Corpus” in het oostelijke deel van het plangebied Rhijngeest door Archol bv een proefsleuvenonderzoek gevolgd door een opgraving uitgevoerd. Het onderzoek leverde opnieuw een huisplattegrond op alsmede een aantal kuilen en een waterput uit de Merovingische periode.

In het voorjaar van 2009 is een deel van Nieuw-Rhijngeest Zuid – SL Plaza opgegraven door ADCArcheoprojecten. Hierbij is een oppervlak van 1 ha opgegraven in dambord-patroon. Tijdens het onderzoek werd wederom een deel van de nederzetting opgegraven. Aan de westzijde van het onderzoeksgebied werd een geul vrij gelegd die in meerdere fasen beschoeid was. Tijdens dit onderzoek werd tevens een boerderijerf uit de 10e-11e eeuw ontdekt.

In de zomer van 2009 voerde de Universiteit Leiden een opgravingscampagne uit op het terrein (waaronder een deel van SL Plaza) waarbij een deel van de nederzetting en de geul werden onderzocht. Een groot aantal huisplattegronden en waterputten werd hierbij blootgelegd alsmede veel vondsten die wijzen op zowel een agrarische component als artisinale activiteiten.

Conclusie

Op de noordelijke oever van een zijtak van de Rijn is een vrij grote nederzetting aanwezig uit de periode 500-700. Ook is er sprake van een bewoningsfase uit de 10e en 11e eeuw. Haaks op deze zijgeul ligt een crevassegeul. Ter hoogte van zowel de zijtak van de Rijn als de crevassegeul is een oude haven aanwezig waarvan de oevers beschoeid zijn. De nederzetting ligt op de hoge oeverwallen van de geulen. Vondsten in de nederzetting duiden op zowel agrarisch gebruik als handel en artisinale activiteiten. Binnen het plangebied Verlengde Wassenaarseweg kunnen de volgende archeologische structuren aanwezig zijn: erven bestaande uit huizen, stallen, schuren of bijgebouwen, waterputten, afvalputten, perceelgrenzen/hekwerk/greppels, akkers en een grafveld. Archeologisch onderzoek in de afgelopen jaren heeft uitgewezen dat de bovenste niveaus van het bodemprofiel zijn verdwenen als gevolg van afkleien. Hieronder, op een diepte van ca. 70 cm beneden maaiveld kunnen nog intacte grondsporen liggen.

Bij de aanleg van de weg wordt de bodem tot een diepte van ongeveer 1 meter verstoord. Hierbij kunnen archeologische resten verloren gaan. In het kader van artikel 3.10 Wro worden voorwaarden verbonden aan het projectbesluit die erop gericht zijn de aanwezige archeologische resten ex situ te behouden. Het betreft de volgende voorwaarden:

  • Van de initiatiefnemer wordt gevraagd om een archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Dit onderzoek kan gecombineerd worden met de civieltechnische werkzaamheden.
  • Het onderzoek dient plaats te vinden over het deel van het plangebied waarin bodemverstorende werkzaamheden dieper dan 50 cm worden uitgevoerd.
  • Het onderzoek moet voldoen aan de eisen die daarvoor zijn gesteld in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (www.sikb.nl) en een programma van eisen dat is goedgekeurd door de gemeente Leiden.

Het onderzoek moet worden uitgevoerd door een daartoe gecertificeerde instelling (www.sikb.nl) onder toezicht van de unit Monumenten & Archeologie van de gemeente Leiden.

4.2.2 Beschermd stadsgezicht

Deze locatie maakt geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht. Een advies van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RdCE) in het kader van de artikel 3.10 Wro procedure is dan ook niet noodzakelijk alvorens een projectbesluit genomen kan worden.

4.2.3 Molenbiotoop

Binnen het plangebied bevinden zich geen traditionele windmolens. Het plangebied valt ook niet binnen de molenbiotoop van een als rijksmonument aangemerkte traditionele windmolen.