direct naar inhoud van 2.6 Ecologie
Plan: Verlengde Wassenaarseweg
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.PB00001-0201

2.6 Ecologie

2.6.1 Europees en nationaal beleid

Flora- en faunawet

Werkzaamheden die worden uitgevoerd om ontwikkelingen mogelijk te maken, kunnen mogelijk aanwezige natuurwaarden verstoren of aantasten. De bescherming van bedreigde plant- en diersoorten is op Europees niveau geregeld in de zogenaamde Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn en het internationale CITES-verdrag tegen de handel in bedreigde diersoorten. Op nationaal bestuurlijk niveau zijn de regels in deze Europese richtlijnen vertaald in de Flora en Faunawet. De Flora- en Faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. In het kader van de Flora- en Faunawet dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen een ecologische toets te worden uitgevoerd, om de aanwezigheid van bedreigde plant- en diersoorten in een gebied inzichtelijk te maken. Vervolgens is het beleid gericht op het beschermen van aangetroffen soorten. In het kort komen verplichtingen in het kader van de Flora en faunawet op de volgende punten neer:

  • Bij gebiedsontwikkeling dient gedegen onderzoek plaats te vinden naar de aanwezigheid van beschermde planten of dieren;
  • ontwikkelingsplannen moeten zodanig zijn ontwikkelt dat verstoring van eventueel aanwezige beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk wordt voorkomen;
  • wanneer bij de ontwikkeling van een gebied geen gehoor kan worden gegeven aan het voorkomen van verstoring van de habitat van bedreigde soorten, dient voor deze soorten een alternatieve habitat te worden aangewezen ter compensatie.


De Flora- en Faunawetgeving is in februari 2005 gewijzigd. Hierbij is het beschermingsregime voor algemeen voorkomende soorten verlicht en kan de noodzaak voor het aanvragen van ontheffingen voor ontwikkelingen in de habitat van een aantal beschermde soorten komen te vervallen wanneer gemeenten een Gedragscode vaststellen en laten goedkeuren. De gemeente Leiden heeft daarom een eigen Gedragscode vastgesteld als vertaling van de nationale Flora- en Faunawet. Deze Gedragscode draagt de naam 'Gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen in Leiden' en geeft inzicht in eisen en randvoorwaarden die bij de ontwikkeling van ieder ruimtelijk project in Leiden moet worden toegepast.

2.6.2 Provinciaal en regionaal beleid

Landschapsbeleidsplan Leidse regio en Warmond 2002

Het regionale landschapsbeleidsplan heeft meerdere doelstellingen. Aangegeven moet worden hoe de agrarische, ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en visueel - ruimtelijke kwaliteiten van het landschap behouden, versterkt of ontwikkeld kunnen worden op een zodanige manier, dat een meerwaarde ontstaat op regionaal niveau. Daarnaast moet er een landschappelijk raamwerk worden ontworpen, waarin functies als landbouw, natuur, waterbeheer, recreatie en mogelijkheden voor verstedelijking duidelijk zijn gepositioneerd. Ook een optimale wisselwerking tussen stedelijke en landelijke gebieden moet worden aangegeven. De relatie stad/land, de voedingsaders voor natuur in de stad, moet worden geoptimaliseerd en worden beschermd.

2.6.3 Gemeentelijk beleid

Kaderstelling Bomenbeleid (2004 - 2014; actualisatie Bomennota 1993)

De Bomennota heeft vier hoofddoelstellingen voor het ruimtelijk, beheersmatig en juridisch beleid: het aanvullen van structuurvormende bomenrijen, het beschermen van bomen (Bomenverordening), het verbeteren van groeiplaatsomstandigheden van bomen, het versterken van stad-land relatie door sortimentskeuze van bomen.

Ecologisch Beleidsplan Leiden (1998)

Het uitgangspunt van het Ecologisch Beleidsplan Leiden (EBL) is om de natuur mee te laten tellen als bewoner van de stad. Hierbij moeten de kansen om de natuur de stad in te halen optimaal worden benut en bedreigingen voor die natuur zoveel mogelijk worden beperkt, rekening houdend met de multifunctionaliteit van de stad en haar stedelijk groen.

De hoofddoelstellingen van het ecologisch beleidsplan zijn:

  • Het complementeren dan wel opstellen van een gebiedsdekkend plan voor een duurzame ecologische groenstructuur van 'groene' en 'blauwe' verbindingen vanuit het buitengebied de stad in.
  • Door middel van inrichting, communicatie en regelgeving de Leidse Ecologische Structuur (LES) versterken.
  • Profielen, beheermethoden en sortimentskeuze koppelen aan de LES.

Gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen in Leiden (2005)

Deze Gedragscode voor ruimtelijke ontwikkelingen in Leiden dient als leidraad voor ruimtelijke projecten waarbij sprake is van een functieverandering of werkzaamheden waarbij sprake is van een ruimtelijke verandering (zoals sloop, grondwerk of bouw). Het volgen van de gedragscode bij ruimtelijke ontwikkelingen minimaliseert de kans op conflicten met de Flora- en Faunawet. Het Ecologisch toetsingskader voor stedelijke projecten (2003) en het Stadsnatuurmeetnet vormen de basis van de Gedragscode.