direct naar inhoud van 2.3 Waterhuishouding
Plan: Verlengde Wassenaarseweg
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.PB00001-0201

2.3 Waterhuishouding

2.3.1 Europees en nationaal beleid

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) (2000)

De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water.

Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2003)

In de aard en omvang van de nationale waterproblematiek doen zich structurele veranderingen voor. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk. In februari 2001 sloten daarom Rijk, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw. Daarmee werd de eerste stap gezet in het tot stand brengen van de noodzakelijke gemeenschappelijke aanpak. Twee jaar later worden de resultaten van die samenwerking en van voortschrijdende kennis en inzicht neergelegd in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW).

Nationaal Waterplan 2009-2015

Het Nationaal Waterplan is het rijksplan voor het waterbeleid: Het is de opvolger van de 4e Nota waterhuishouding. Nederland moet anticiperen op klimaatverandering en zorgen voor meer samenhang binnen het waterbeleid en voor duurzaam waterbeleid. Het Nationale waterplan bevat een langetermijnvisie, een streefbeeld 2040 en een concreet uitvoeringsprogramma 2009 - 2015.

4e Nota waterhuishouding (1998)

De landelijke hoofdlijnen van beleid op het gebied van de waterhuishouding zijn in deze nota aangegeven, waarbij integraal waterbeheer en de watersysteembenadering belangrijke uitgangspunten vormen. Er wordt gestreefd naar een veilig en bewoonbaar land met gezonde en duurzame watersystemen. Relevant in dit kader is het streven naar duurzaam stedelijk waterbeheer, vergroting van de waterberging van watersystemen en een goede afstemming van het water- en het ruimtelijke ordeningsbeleid.

Nota anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw (2000)

Deze nota is uitgegeven door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en verwoord het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw. De nota heeft als doelstelling een ander waterbeleid te realiseren, aangezien het huidige watersysteem voor de toekomst niet op orde is. Aanleiding voor dit rapport is de situatie in de jaren 90 toen verschillende delen van Nederland regelmatig te maken hadden met wateroverlast. Dit deed maatschappelijk en politiek de vraag rijzen of Nederland wel zijn waterhuishouding op orde had voor de 21e eeuw. Door anders om te gaan met water moet er geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Compensatie en waterberging zijn enkele onderdelen van dit beleid waar bij de ontwikkeling van de speerpunten en andere ontwikkelingen in het plangebied rekening mee is gehouden.

Waterwet (2009)

De Waterwet gaat acht bestaande wetten vervangen. Tegelijk brengt de nieuwe waterwet enkele wijzigingen met zich mee. De superwaterwet wordt gezien als de wettelijke vastlegging van het integrale waterbeheer dat in Nederland in de afgelopen twintig jaar is opgebouwd. Grondwater, waterkwaliteit en waterkwantiteit zijn nu samen in een wet ondergebracht. De verschillende instanties hebben hun eigen verantwoordelijkheid: het Rijk voor rijkswateren, het waterschap voor regionale wateren en waterzuivering, de provincie voor het grondwater en de gemeente voor indirecte lozingen op de riolering. De drinkwatervoorziening en de riolering zelf vallen nog steeds buiten de waterwet.

De Waterwet vervangt de bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland:

  • Wet op de waterhuishouding
  • Wet op de waterkering
  • Grondwaterwet
  • Wet verontreiniging oppervlaktewateren
  • Wet verontreiniging zeewater
  • Wet droogmakerijen en indijkingen (Wet van 14 juli 1904)
  • Wet beheer rijkswaterstaatswerken (het zogenaamde 'natte gedeelte')
  • Waterstaatswet 1900

2.3.2 Provinciaal en regionaal beleid

Provinciaal Waterplan 2010-2015 (Provincie Zuid-Holland)

De provincie legt haar waterbeleid vast in het Provinciaal Waterplan 2010-2015. Dit plan treedt op 1 januari 2010 in werking en gaat het huidige provinciale Waterhuishoudingplan vervangen, dat nu is opgenomen in het Beleidsplan Groen, Water en Milieu (2006) en in het Grondwaterplan 2007-2013. In het Provinciaal Waterplan zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid-Holland.

Provinciaal Beleidsplan Groen, Water en Milieu 2006-2010

Het Beleidsplan Groen, Water en Milieu 2006 - 2010 (BGWM) geeft aan hoe de provincie Zuid-Holland de komende jaren haar beleid op de terreinen groen, water en milieu vorm geeft. In dit beleidsplan wordt het provinciaal beleid voor milieu en water, en ook voor natuur en landschap, geïntegreerd. Het plan is de wettelijke opvolger van het Beleidsplan Milieu en Water 2000 - 2006 (BMW), dat zowel het Milieubeleidsplan als het Waterhuishoudingplan is. Toen werd begonnen met het nieuwe beleidsplan, hebben Provinciale Staten gesteld dat de strategische visie zoals opgenomen in het vorige beleidsplan nog van toepassing is. Daarnaast is afgesproken dat het nieuwe beleidsplan inhoudelijk verdiept en geconcretiseerd moet worden ten opzichte van het BMW. Het BGWM omvat het Milieubeleidsplan (Wet milieubeheer) en het Waterhuishoudingplan (Wet op de waterhuishouding). Het beleidsplan werkt dus door naar de provinciale besluitvorming op het terrein van milieu en water. Daarnaast is het groenbeleid als onderdeel in het plan opgenomen, omdat de onderwerpen hierbij zo sterk verweven zijn met milieu en water. Het beleidsplan geeft de kaders en doelstellingen voor de periode 2006-2010 en geeft een doorkijk tot 2020, en voor enkele onderwerpen tot 2040.

Handreiking watertoetsprocedure bij Rijnland (Hoogheemraadschap van Rijnland)

Per 1 september 2000 is artikel 10 Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. De wijziging beoogt de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding van beide kanten te versterken. Het is in dat kader van groot belang dat het waterbeleid zichtbaar wordt op de bestemmingsplankaarten en in de tekst van bestemmingsplannen. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft een beleidsstuk opgesteld dat erop gericht is richtlijnen te geven voor het opnemen van de waterparagraaf in bestemmingsplannen. De gedachte van het stuk is dat het water in bestemmingsplannen, meer dan vroeger het geval was, een belangrijke rol in ruimtelijke ontwikkelingen speelt en moet spelen. Het beleid bevat aanbevelingen/richtlijnen voor de taakverdeling tussen de gemeenten en waterbeheerders, de karakterisering van watersystemen, het water in relatie tot functies en (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen en samenwerking tussen de gemeenten en waterbeheerders. Ten slotte bevat het beleidsstuk algemene principes omtrent het omgaan met water -zoals het tegengaan van versnippering in het watersysteem en het realiseren van een biologisch gezond watersysteem- en beleidsuitspraken omtrent verschillende onderwerpen die met water te maken hebben: eisen waterberging, afvoercapaciteit, beperking dempen, vaststellen peil en dergelijke. Daarnaast geeft het aanbevelingen voor de planologische doorwerking.

Waterneutraal bouwen (Hoogheemraadschap van Rijnland)

Begin 2003 is het rapport Waterneutraal bouwen verschenen. Centraal in het rapport staat het vasthouden, bergen of afvoeren bij een transformatie van onverhard naar verhard gebied in boezemland. Aanleiding van dit rapport (en vele andere waternota's) is de situatie in de jaren '90 wanneer verschillende delen van Nederland regelmatig overlast van water hebben. Dit deed maatschappelijk en politiek de vraag rijzen of Nederland wel zijn waterhuishouding op orde had voor de 21e eeuw. Doel van het rapport Waterneutraal bouwen is het geven van een onderbouwing van het benodigd percentage open water dat noodzakelijk is om de negatieve gevolgen voor de waterhuishouding bij transformatie van onverhard naar verhard gebied in het boezemland teniet te kunnen doen. Onder meer de opgenomen 15% regel is hieruit afkomstig. Deze regel houdt in dat extra waterbezwaar als gevolg van toenemende verstedelijking kan worden opgevangen, als in het plangebied een oppervlak gelijk aan 15% van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak gereserveerd wordt voor extra open water. Dit open wateroppervlak komt bovenop het al bestaande oppervlak aan open water.

Waterbeheerplan Rijnland

Voor de planperiode 2010-2015 zal het Waterbeheerplan (WBP) van Rijnland van toepasing zijn. In dit plan geeft Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen het accent op uitvoering. De drie hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn en blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstvast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelstijging. Het waterbeheerplan anticipeert op deze ontwikkelingen.

Keur 2006 en Beleids- en Algemene regels 2009 (Hoogheemraadschap van Rijnland)

De keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatswerken. In de Beleids- en algemene regels, die bij de keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. Het Hoogheemraadschap wil zorgen voor de juiste kwaliteit en kwantiteit van het water. Het regelt een goede aanvoer en afvoer van water via de waterlopen. Om onderhoud efficiënt uit te kunnen voeren, heeft het Hoogheemraadschap een ongehinderde doorgang nodig. De keur zorgt ervoor dat het waterschap dit werk goed kan uitvoeren. In de keur staan wettelijke regels voor mensen die aan een waterloop wonen, of die langs of in het water activiteiten willen uitvoeren. Er kan een ontheffing van de in de Keur vastgelegde gebods- en verbodsbepalingen worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als Rijnland daarin toestemt wordt dat geregeld in een keurvergunning.

Per 22 december 2009 is een nieuwe Keur in werking getreden, alsmede nieuwe beleidsregels. Een nieuwe Keur is nodig vanwege de totstandkoming van de Waterwet en daarmee verschuivende bevoegdheden in onderdelen van het waterbeheer. Verder zijn aan deze Keur bepalingen toegevoegd over het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem. De "Keur en Beleidsregels" maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor:

  • waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden);
  • watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten en beken);
  • andere waterstaatswerken (onder andere bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).

De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Beleidsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt.

2.3.3 Gemeentelijk beleid

Algemeen

Binnen de gemeente Leiden vigeren een aantal water(huishoudkundige) nota's. Het betreft het Waterplan Leiden (2007), het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), het Baggerbeheersplan Leiden en de gemeentelijke Grondwaternota en Aansluitverordening riolering Leiden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet de Watertoets worden uitgevoerd.

Waterplan Leiden (2007)

Met het Waterplan Leiden hebben de gemeente Leiden en het Hoogheemraadschap van Rijnland afgesproken om gezamenlijk knelpunten in het watersysteem efficiënter op te lossen, kansen te benutten en anderen te inspireren om 'Leiden Waterstad' nog beter op de kaart te zetten. In het Waterplan Leiden wordt aan de hand van de volgende vier thema's een visie op het water gegeven: Ruimte voor water, Water als trekpleister, Schoon en gezond water, Water in de wijk. Deze visie is vertaald in een uitvoeringsprogramma 2008-2010 met gezamenlijke maatregelen. In het kader van het Waterplan Leiden zal het beheer en onderhoud van water in Leiden in de toekomst overgedragen worden van de gemeente Leiden van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP)

Het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) is een beleidsmatig en strategisch plan voor de aanleg en beheer van de gemeentelijke riolering. De technische uitwerking vindt plaats in operationele plannen. Elke 5 jaar wordt door de gemeente een nieuw GRP gemaakt. Het GRP wordt vastgesteld door de raad. In het GRP tot aan 2013 ligt het accent onder meer op milieuhygiënische verbeteringen (terugdringen overstort) en aanleg van een verbeterd gescheiden rioolstelsel.

Gemeentelijke grondwaternota

De zorg voor de kwaliteit en hoeveelheden grondwater is opgedragen aan de provincie. Wettelijk is echter niet geregeld wie welke taak heeft in het stedelijk grondwaterbeheer. In de grondwaternota wordt, vooruitlopend op een wettelijke regeling voor het grondwater, aangegeven hoe in Leiden met de problematiek (grondwateroverlast) wordt omgegaan. De nota heeft tot doel om na te gaan of grondwateroverlast een probleem vormt of kan gaan vormen en waar nodig maatregelen te treffen, zodat oplossingen worden geboden en problemen in de toekomst voorkomen kunnen worden.

Aansluitverordening riolering Leiden

Particuliere huishoudens en bedrijven zijn verplicht om aangesloten te zijn op het openbaar riool. De aansluiting of de wijziging van de bestaande aansluiting dient door de rechthebbende bij de gemeente te worden aangevraagd. In de Aansluitverordening zijn de regels en voorwaarden genoemd om tot de aansluiting van percelen op het gemeentelijk rioolstelsel te komen, teneinde de verplichtingen van gemeente en huiseigenaren eenduidig te regelen. De verordening is door de raad vastgesteld.