direct naar inhoud van 2.2 Ruimtelijk planologisch beleidskader
Plan: Verlengde Wassenaarseweg
Status: ontwerp
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.PB00001-0201

2.2 Ruimtelijk planologisch beleidskader

2.2.1 Nationaal beleid

Nota Ruimte (2006)

De Nota Ruimte is een nota van het rijk, waarin de principes voor de ruimtelijke inrichting van Nederland vastgelegd worden. De nota is op 23 april 2004 door het kabinet vastgesteld en is tevens door de Tweede Kamer aangenomen.

In de Nota Ruimte gaat het om inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een belangrijke rol zal spelen. Onderwerpen die aan bod komen zijn: wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur, landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en het ruimtelijk accommoderen van de economie.

Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen:

  • versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;
  • bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland;
  • borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden;
  • borging van de veiligheid.

Het rijk wil zich niet meer met alles bemoeien en wil strategisch op hoofdlijnen sturen. Decentrale overheden krijgen meer ruimte om hun eigen weg te gaan. Het gaat er uiteindelijk om dat de besluitvorming over de inrichting van de ruimte dichter bij de direct belanghebbenden komt te liggen. De Nota Ruimte kenmerkt zich dan ook door:

  • Ontwikkelingsplanologie: het ruimtelijk beleid moet beter gaan voldoen aan maatschappelijke wensen en sneller uitgevoerd worden. Het accent zal meer liggen op wat kan en minder op wat moet.
  • Decentralisatie: nationale prioriteiten en decentralisatie bepalen de inhoud. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur is daarbij een belangrijk kader.
  • Deregulering: dit betekent minder rijkssturing. Provincies en gemeenten kunnen hun eigen verantwoordelijkheid verschillend gaan invullen.
  • Uitvoeringsgerichtheid: het kabinet legt het accent op uitvoering met onder meer een periode die financieel gedekt is tot aan 2010.


Voor verstedelijking, infrastructuur en vestiging van bedrijven en economische activiteiten geldt een zogenaamd bundelingsbeleid: nieuwe woongebieden en bedrijvigheid moeten zoveel mogelijk worden aangesloten op bestaande bebouwing en infrastructuur. Hierbij moet bovendien rekening worden gehouden met recreatieve voorzieningen, groen en water. De opgave is de bereikbaarheid integraal te verbeteren om zo een bijdrage te leveren aan de verbetering van de internationale concurrentiepositie van Nederland.

Overgangsregeling

De Nota Ruimte is onder de ouwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) tot stand gekomen en heeft de status van een Planologische Kernbeslissing (PKB). Ingevolge de Invoeringswet Wro heeft de Nota Ruimte de status van structuurvisie.

Conclusie rijksbeleid

Het plan tot verlenging van de Wassenaarseweg is niet in strijd met rijksbeleid.

2.2.2 Provinciaal en regionaal beleid

Streekplan Zuid-Holland West (2003)

Het streekplan Zuid-Holland West is op 19 februari 2003 door Provinciale Staten vastgesteld en geeft een samenhangende visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Zuid-Holland West voor de periode tot aan 2015. Het streekplan vormt het kader voor de toetsing van plannen van andere overheden; het vormt ook de basis voor een op ontwikkeling gericht beleid en een concreet uitvoeringsprogramma.

Het ruimtelijk beleid van de provincie is gericht op verbetering van het woon- en leefklimaat in Zuid-Holland West door een verder gaande ruimtelijke en functionele differentiatie. Die wordt verkregen door het scheiden van stedelijke eenheden en het versterken van de groene en blauwe kwaliteiten in de tussenliggende gebieden.

In Zuid-Holland West is stedelijke vernieuwing prioriteit nummer één. De ruimte voor verstedelijking wordt aangegeven door rode contouren. Om het tekort aan bedrijventerreinen te lenigen zet de provincie primair in op zorgvuldige (her)ontwikkeling van bestaand areaal. De landelijke gebieden zijn opgenomen in de sectorkaart van het streekplan; het groenblauw raamwerk. Zij hebben een belangrijke functie in de sfeer van openluchtrecreatie en bieden ruimte aan duurzaam waterbeheer. Om de bereikbaarheid in Zuid-Holland West te verbeteren moeten functies die veel mobiliteit generen gevestigd worden op knopen van infrastructuur.

Een goede onderlinge afstemming van knopen en infrastructuur moet onder meer bijdragen aan:

  • bevordering van de bereikbaarheid,
  • optimalisering van het ruimtegebruik,
  • functiemenging- en differentiatie,
  • energiebesparing en goede omgevingskwaliteit.


Provinciale structuurvisie Zuid-Holland 2020 (2004, WRO)

De visie op het provinciaal ruimtelijk beleid is beschreven in de provinciale ruimtelijke structuurvisie. Deze structuurvisie heeft geen juridische status in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, maar zij is voor de provincie wel een zelfbindend en richtinggevend document, waarin de streekplangebieden in onderlinge samenhang worden bezien.

De ruimtelijke strategie in de PRSV richt zich op 2020 met een doorkijk naar de nog langere termijn. Deze structuurvisie helpt bij het duidelijker positioneren van streekplangebied overschrijdende zaken als de Zuidvleugel en het Groene Hart.

Het doel van de structuurvisie is om tijdig en actief in te spelen op ruimtelijke processen. De provincie Zuid Holland wil een samenhangende en richtinggevende ruimtelijke strategie schetsen die inspeelt op rijksbeleid, zoals in de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit, en die actuele provinciale en regionale plannen en visies integreert: de streekplannen, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Beleidsplan Milieu en Water, de Provinciale Economische Visie, de Deelstroomgebiedsvisies, de Zuidvleugelvisie en de Kwaliteitszonering Groene Hart.

De ruimtelijke opgave richt zich op locaties voor de kennisintensieve en stuwende industrie (onder meer Leiden), herstructurering en intensivering van bestaande bedrijventerreinen en ontwikkelingskansen voor kleinschalige stadseconomie in het bestaand stedelijk gebied. Voor herstructurering en intensivering van bedrijventerreinen is schuifruimte nodig. Om die te krijgen zet de provincie in op een proces van doorstroming en ontmenging. Kleinschalige, intensieve bedrijvigheid kan ter plaatse intensiveren of doorstromen naar knooplocaties. Dit moet leiden tot intensiever en hoogwaardiger ruimtegebruik op binnenstedelijke bedrijventerreinen, kansen voor broedplaatsmilieus, creatieve diensten en een betere integratie met het overig stedelijk gebied.

Regels voor Ruimte (2005)

Op 8 maart 2005 hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de nota Regels voor Ruimte vastgesteld. Deze nota komt ter vervanging van de nota Planbeoordeling. De nota vormt naast de streekplannen het beoordelingskader voor gemeentelijk ruimtelijke plannen en bevat beleidsregels ten behoeve van de goedkeuring van ruimtelijke plannen.

De nota Regels voor Ruimte benadrukt en bewaakt de provinciale belangen en laat de gemeenten meer vrijheid, onder andere op het gebied van agrarische bebouwing, inrichtingseisen voor het stedelijke gebied, voor toerisme en recreatie. Procedures worden korter door het overleg over ontwerpbestemmingsplannen in te perken en indieningsvereisten voor ruimtelijke plannen te vereenvoudigen. Ten aanzien van infrastructuur wordt ingezet op het optimaal benutten van bestaande infrastructuur.

Overgangsregeling

In de periode vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 tot de vaststelling van de Provinciale Structuurvisie zal het bestaande ruimtelijke beleid worden voortgezet. Uitgangspunt is het beleid zoals vastgelegd in de diverse streekplannen en het toetsingskader, de nota Regels voor Ruimte. Er wordt niet vooruitgelopen op de inhoudelijke keuzes die gemaakt zullen worden in het kader van de nieuwe Provinciale Structuurvisie. Verder hebben Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland ingestemd met de gedragslijn voor de inzet van Wro-instrumenten in de interimperiode. De gedragslijn gaat uit van overleg vooraf, ter voorkoming van juridische procedures achteraf. Inpassingsplannen worden alleen opgesteld indien dit een duidelijke provinciale meerwaarde oplevert of waar de provincie een opdracht heeft. Voor het overige wordt het opstellen van ruimtelijke plannen aan gemeenten overgelaten. Voor de interimperiode worden geen verordeningen opgesteld, tenzij uit de monitoring blijkt dat het provinciaal belang structureel wordt geschaad.


Regionale Structuurvisie Holland-Rijnland (2009)

De Regionale Structuurvisie Holland-Rijnland is een beleidsdocument opgesteld door het samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland. Op een lager ruimtelijk schaalniveau dan de Provinciale Structuurvisie schetst de Regionale Structuurvisie een beeld van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied dat zich uitstrekt tussen de gemeenten Noordwijk, Nieuwkoop, Rijnwoude en Voorschoten, waarin Leiden het stedelijk middelpunt is.

Het voornaamste doel van het beleid in de Regionale Structuurvisie is een juiste balans te stellen tussen het behoud van het unieke karakter van de regio, met haar bollenlandschap en historische kernen en steden en wenselijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de komst van de Rijnlandroute en RijnGouweLijn. In de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland is geen expliciete passage opgenomen over de verlenging van de Wassenaarseweg.

Conclusie provinciaal en regionaal beleid

Het plan tot verlenging van de Wassenaarseweg is niet in strijd met provinciaal of regionaal beleid.

2.2.3 Gemeentelijk beleid

Relevant beleid

Structuurplan Leiden, Boomgaard van kennis (1995)

Het Structuurplan Leiden 'Boomgaard van kennis' is vastgesteld in 1995, en beschrijft in hoofdlijnen de meest gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Leiden. Het is bedoeld als een sturingskader voor op te stellen bestemmingsplannen en projectbesluiten. De drie pijlers zijn de versterking van de kennisintensieve werkgelegenheid, het gebruik van de monumentale binnenstad, en het bieden van gevarieerde woonmilieus.

Ook hier is geconstateerd dat in het stedelijk gebied van Leiden nagenoeg geen ruimte meer is voor geschikte bouwlocaties. Bij het (voornamelijk) binnenstedelijk realiseren van (woning)bouwopgaven wordt dus gestreefd naar doelmatig ruimtegebruik en een verbetering van de stedenbouwkundige vervlechting en ruimtelijke kwaliteit.

In het structuurplan wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de functie van het Stationsplein en de Schipholweg als onderdeel van de stedelijke boulevard Plesmanlaan, Stationsplein, Schipholweg, Willem de Zwijgerlaan. Een hoge ruimtelijke kwaliteit, die tegenwicht biedt aan de drukke verkeersfunctie, met de voorkant van de gebouwen gericht op de weg is daarbij vereist ten behoeve van de verbetering van het stedelijk verblijfsklimaat en vermindering van de barrièrewerking. Werkgelegenheidsfuncties maar ook woonfuncties als de geluidssituatie dat toelaat, zijn daarlangs in de eerste plaats gewenst.

In het structuurplan wordt een verbetering van de openbare ruimte voorgestaan, waarbij de centrale as Stationsplein, Stationsweg, Steenstraat, Beestenmarkt, Breestraat/ Haarlemmerstraat voorrang moet hebben. Voorts wordt de versterking van de groene singelrand rondom de aan de overzijde gelegen binnenstad voorgestaan.

Bij de inbreidingslocaties heeft het de voorkeur de stedenbouwkundige kwaliteit te versterken, bijvoorbeeld door duurdere woningen toe te voegen in wijken met relatief veel sociale huurwoningen. Dit komt het woonmilieu ten goede en draagt bij aan meer variëteit in woningtypes. Aandachtspunten zijn verder de dalende woningbezetting, de toenemende vergrijzing en het op peil houden van wooneenheden voor studenten. Door een toename aan leefstijlen en verscheidenheid in de samenleving dient Leiden te voorzien in voldoende gevarieerde woonmilieus.

In het structuurplan wordt voor het Bio Science Park aangegeven dat de werkfunctie en de bijbehorende voorzieningen geïntensiveerd moeten worden. De infrastructuur is een belangrijke bijbehorende voorziening. Het verlengen van de Wassenaarseweg is aldus niet in strijd met het structuurplan.

Leiden, Stad van ontdekkingen: profiel 2030 (2005)

In 2004 is een gemeentelijke ontwikkelingsvisie verschenen waarin een toekomstbeeld wordt geschetst van de stad Leiden. De kwaliteiten van de stad worden benoemd, evenals de kansen en de bedreigingen. De historie, de ligging en de levendigheid zijn duidelijke kwaliteiten. Daarnaast valt op dat de Leidse bevolking jong is en een goed opleidingsniveau heeft. Anderzijds is de stad nagenoeg volgebouwd; is er spanning op de woningmarkt en de ruimte voor wonen, werken en recreatie is beperkt. In navolging van deze nota wordt het structuurplan Boomgaard van Kennis waar nodig geactualiseerd. In deze nota wordt niet expliciet melding gemaakt van de verlenging van de Wassenaarseweg.

Structuurvisie 2009-2025

Op 17 december 2009 heeft de raad de Structuurvisie 2009-2025 vastgesteld. De Structuurvisie bouwt voort op het Structuurplan 'Boomgaard van kennis' en de in 2004 vastgestelde Ontwikkelingsvisie 'Leiden stad van ontdekkingen'. De Structuurvisie is hiervan de ruimtelijke vertaling. Daarnaast is bij het opstellen van de Leidse Structuurvisie gebruik gemaakt van de Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland. De prioriteiten die in de Regionale Structuurvisie voor Leiden zijn benoemd, vormen het uitgangspunt van de Leidse Structuurvisie.

De Structuurvisie gaat uit van het bestaande beleid. Het is niet de bedoeling om oude discussies over te doen of nieuwe te starten. De uitgangspunten van Structuurvisie zijn het Structuurplan, de Ontwikkelingsvisie, het resultaat van de stadsgesprekken in 2004, en de Regionale Structuurvisie die het resultaat is van het regionale overleg over ruimtelijke prioriteiten voor de regio. Daarnaast zijn gesprekken gestart met partijen en partners in de stad om hun ruimtelijke ambities en verwachtingen voor de komende 15 jaar te inventariseren. Dat heeft geleid tot een Structuurvisie met de volgende ambities:

  • de historische binnenstad wordt beter op de kaart gezet;
  • het Bio Science Park en de kenniseconomie worden verder ontwikkeld;
  • de bereikbaarheid wordt verbeterd;
  • de groene en blauwe structuren in en rondom de stad worden versterkt en verbonden;
  • de kansen die zich in het Stationsgebied, Transvaal/Vondellaan en op De Waard
  • aanbieden worden benut om met wonen en werken een bijdrage te leveren aan de versterking van de kennisstad.

Het permanent verlengen van de Wassenaarseweg draagt bij aan verbetering van de bereikbaarheid en verdere ontwikkeling van het Bio Science Park. Het verlengen van de Wassenaarseweg past in het gemeentelijk beleid.

Strategisch Masterplan Knoop Leiden-West 'Geef vorm aan de toekomst'

Het project Knoop Leiden-West is medio 2002 gestart. Deelnemers zijn de gemeenten Leiden, Katwijk, Oegstgeest en Teylingen, de Universiteit Leiden en de provincie Zuid-Holland. Het doel van het project is het opstellen van een integrale visie op de ontwikkeling van het knooppunt Leiden-West, alsmede het maken van uitvoeringsafspraken voor die ontwikkeling.

Het plangebied beslaat de wijde omtrek van de kruising van de A44 met de N206 en, in de toekomst, de RijnGouweLijn en bestaat uit delen van het grondgebied van Leiden (Leeuwenhoek), Katwijk (Frederiksoord-Zuid, Klei-Oost-Zuid, 't Duyfrak, Tjalmastrook en Voorschoterweg) en Oegstgeest (Rijnfront en Frederiksoord-Zuid).

De stuurgroep Knoop Leiden-West heeft op 26 juni 2003 haar visie vastgelegd in een Concept Strategisch Masterplan Knoop Leiden-West (de visie is ook vertaald in het streekplan) en heeft bestuurlijke afspraken gemaakt over een nadere uitwerking van de visie. Dit plan en deze afspraken zijn in het najaar van 2003 aan de besturen aangeboden.

Vervolgens hebben de samenwerkingspartners de jaren daarna intensief gewerkt aan de opstelling van een definitief masterplan en een daarop gebaseerde samenwerkingsovereenkomst. De leden van de stuurgroep Knoop Leiden-West hebben tot slot ingestemd met de voorliggende samenwerkingsovereenkomst.

Als sluitstuk is in februari 2007 het strategisch masterplan definitief vastgesteld. Een (auto)verbinding tussen Nieuw Rhijngeest Zuid en de Leeuwenhoek is op de plankaart van dit Masterplan opgenomen. Deze verbinding is dus een onderdeel van het masterplan.

Conclusie gemeentelijk beleid

Het plan tot verlenging van de Wassenaarseweg is niet in strijd met gemeentelijk beleid.

Besluitvorming Leiden Bio Science Park

De gemeenteraad heeft in december 2004 de kaders voor ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park (toen nog genaamd de Leeuwenhoek) vastgesteld in een Programma van Eisen genaamd “Leeuwenhoek, hoofdlijnen voor een stedelijk cluster (RV 04.0129). Daarna heeft de raad twee maal een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor het uitwerken van dit programma van eisen in een stedenbouwkundig plan en een exploitatieovereenkomst met de universiteit.

In samenwerking met provincie, universiteit en buurgemeenten is in 2007 voor het plangebied Knoop Leiden West het reeds genoemde strategisch masterplan en een samenwerkingsovereenkomst vastgesteld. In de samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt over onder meer:

  • Het 'Kenniscluster Bio Life Science' in Leiden en Oegstgeest;
  • Woningbouw, glastuinbouw, en regionaal groen in de gemeenten Oegstgeest, Katwijk en Teylingen;
  • De financiële bijdragen van de universiteit voor infrastructuur/RGL en groen.

De samenwerkingsovereenkomst is kaderstellend voor de op te stellen exploitatieovereenkomsten tussen de Universiteit Leiden en de gemeenten Leiden en Oegstgeest.

Op 12 november 2009 heeft de gemeenteraad in vervolg op haar eerdere besluiten het 'Stedenbouwkundig masterplan en exploitatieovereenkomst Leiden Bio Science Park – Leeuwenhoek' vastgesteld (RV 09.0083). Hiermee heeft de raad ingestemd met de uitgangspunten voor verdere ontwikkeling van dit gebied. Hoofddoelstelling is de ambitie om het Leiden Bio Science Park te laten doorgroeien tot een park dat wereldwijd toonaangevend is. Voor de herontwikkeling van het Leiden Bio Science Park – de Leeuwenhoek staan voorts drie doelen centraal:

  • het behoud en de versterken van het kenniscluster in Leiden door meer ruimte te creëren voor kennisintensieve bedrijvigheid;
  • het ontwerpen en realiseren van een hoogwaardig stedelijk gebied met functiemenging, een goede wegeninfrastructuur, openbaar vervoer, groen en water;
  • het clusteren en moderniseren van de universitaire huisvesting.

Deze doelen worden middels de exploitatieovereenkomst en het stedenbouwkundig masterplan bereikt door onder meer de reconstructie van wegen, groen en water conform het stedenbouwkundig masterplan "De Hollandse Campus".

Stedenbouwkundig masterplan "De Hollandse Campus".

In voornoemd stedenbouwkundig masterplan is onder meer opgenomen dat het gebied tussen A44 en station weinig samenhang en een onduidelijke structuur kent. Om meer samenhang en kwaliteit in het gebied te brengen en om het gebied een meer publiek karakter te geven is de inrichting van de openbare ruimte cruciaal. Als beeldmerk voor het Bio Science Park is gekozen voor de “Hollandse Campus”, waarin het landschap leidend is. Een structuur van poldersloten en bijbehorende bomen (wilg, abeel, els) bepaalt het beeld. De gebouwen staan ingepast in het landschap met de gevels georiënteerd op de straat. Parkeren wordt onder de gebouwen of aan de achterzijde van de gebouwen opgelost. De RijnGouwelijn loopt als een hartlijn door het gebied.

Van noord naar zuid lopen dwars door het Bio Science Park twee belangrijke groene aders met elk een eigen karakteristiek. In de westelijke groene ader, die aansluit op het landgoed Endegeest, zijn de sportvelden gepland als een buffer tussen het universiteitsterrein en de bedrijven. Het sportterrein krijgt een grotendeels openbaar karakter. Deze ader loopt door in een groen plein langs de Plesmanlaan, met een halte voor de RijnGouwelijn en een goede langzaam verkeerverbinding richting Morskwartier.

De oostelijke groene ader krijgt een meer parkachtig karakter. Het is een onderdeel van een groene verbindingszone tussen Leidse Hout, Bos van Bosman en het Morskwartier. Dit parkachtige gebied heeft ook een belangrijke functie voor aanliggende bebouwing van Hogeschool, bedrijven, (studenten)woningen, LUMC, Naturalis en het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit.

De belangrijkste ontsluitingsroutes voor het autoverkeer liggen aan de zijde van de Plesmanlaan: Bestaande toegangen zijn de Darwinweg en de Einsteinweg. Om de bereikbaarheid van het gebied op de langere termijn te garanderen is een derde ontsluitingsweg nodig ter hoogte van de Ehrenfestweg. Mede hierdoor is het nodig de kruising Plesmanlaan – Haagse Schouwweg te verbeteren en ongelijkvloers te maken. Ook regionale investeringen in de bereikbaarheid, zoals aanleg van de RijnGouwelijn en de Rijnlandroute zijn van belang om het Bio Science Park bereikbaar te houden.

De Wassenaarseweg is een belangrijke schakel in de langzaam verkeer verbinding tussen de Binnenstad en de nieuwbouwwijk Valkenburg richting zee. Deze weg is ook van belang in de relatie tussen het Bio Science Park in Leiden ('de Leewenhoek') en in Oegstgeest ('Nieuw Rhijngeest Zuid'). Het is belangrijk dat de onderdoorgang in de A44 permanent kan worden opengesteld voor autoverkeer.

De wegenstructuur in het Leiden Bio Science Park kent een 50 kilometer regime uitgezonderd twee smallere wegen met eenrichtingverkeer (JH Oortweg en Galileiweg) die een 30 km regime hebben. Fietsverkeer wordt zoveel mogelijk gecombineerd met autoverkeer, maar daarnaast zijn er vrij liggende fietsroutes als alternatief.

Exploitatieovereenkomst

In de exploitatieovereenkomst zijn een aantal afspraken vastgelegd over de onderlinge samenwerkingsvorm, rolverdeling en verantwoordelijkheden. Daarnaast is deze overeenkomst noodzakelijk als uitwerking van de samenwerkingsovereenkomst Knoop Leiden West en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening.

Conclusie

Het raadsbesluit noemt met betrekking tot de (verlengde) Wassenaarseweg het volgende:

“De Wassenaarseweg is een belangrijke schakel in de langzaam verkeer verbinding tussen de Binnenstad en de nieuwbouwwijk Valkenburg richting zee. Deze weg is ook van belang in de relatie tussen het Bio Science Park in Leiden ('de Leewenhoek') en in Oegstgeest ('Nieuw Rhijngeest Zuid'). In dat kader wordt momenteel onderzocht of de onderdoorgang in de A44 permanent kan worden opengesteld voor autoverkeer.”

Het onderzoek hiernaar wijst inmiddels uit dat een permanente verbinding wenselijk is voor de verdere ontwikkeling van dit gebied. Er is dus sprake van een project van gemeentelijk belang.