direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Oude Singel 212
Status: vastgesteld
Plantype: omgevingsvergunning
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.OV00044-0301

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 19 september 2013 is bij de gemeente Leiden een aanvraag (BV 131669-999213) ingediend voor een omgevingsvergunning voor een functiewijzing van het pand aan de Oude Singel 212 naar een klein hotel (zelfstandige bed & breakfast). Het pand heeft nu de bestemming woondoeleinden en is na een grondige renovatie verbouwd tot het ‘Huys van Leyden’, een luxe Bed & Breakfast. Op het dak van de aanbouw aan de achterzijde van het pand is een dakterras gecreëerd. Om het dakterras vanuit het binnenhof achter het pand te kunnen bereiken, is een trap geplaatst vanuit het binnenhof naar het dakterras.

Het plan is in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan Binnenstad I. De gemeente Leiden heeft aangegeven aan deze ontwikkeling te willen meewerken. Dit plan wordt middels een uitgebreide procedure (met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wabo) mogelijk gemaakt. Dit stuk vormt de ruimtelijke onderbouwing zoals bedoeld in artikel 5.20 Besluit omgevingsrecht (Bor). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd waarom wordt meegewerkt aan het verzoek tot het verlenen van de omgevingsvergunning.

1.2 Begrenzing projectgebied

De aanvraag betreft het pand aan de Oude Singel 212. Het pand is gelegen op perceel kadastraal bekend als gemeente Leiden, sectie B, nummer 773.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0001.png"  
ligging projectgebied  

Het pand ligt in het beschermd stadsgezicht Leiden binnen de Singels en is een rijksmonument.

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Voor het projectgebied, zoals aangegeven en toegelicht in paragraaf 1.2, vigeert op dit moment het volgende bestemmingsplan:

Naam bestemmingsplan   Vastgesteld   Onherroepelijk  
Binnenstad I   30 juni 2005   10 oktober 2007  

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0002.png"  

uitsnede bestemmingsplan

Het pand is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Binnenstad I. Het pand heeft de bestemming Woondoeleinden (artikel 9). Het plan past niet binnen de doeleindenomschrijving. Voor deze locatie is geen horeca aanduiding op de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Horeca (zelfstandige bed&breakfast /pension) is daarom op basis van het geldende bestemmingsplan in dit pand niet toegestaan.

Daarnaast is het plan in strijd met artikel 9 lid 3 sub d onder 2, omdat door het plaatsen van de buitentrap het maximaal toegestane bebouwingspercentage van 30 % verder wordt overschreden en in strijd met artikel 7 lid 4 sub a, omdat een dakterras alleen is toegestaan indien het hoofdgebouw voor woondoeleinden wordt gebruikt.

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de omgevingsvergunning

2.1 Beschrijving van het projectgebied

Het pand is gelegen in het bouwblok Oude Singel, Oostdwarsgracht, Langegracht en Klokpoort. Dit bouwblok maakt deel uit de oorspronkelijke 17e eeuwse situatie en is in de stadvernieuwingsperiode van de jaren '70 en '80 ontstaan. Toegang tot het blok loopt via de Emmastraat, een dwarsstraat op de Oostdwarsgracht.

Het bouwblok is gelegen in de wijk Noordvest, dat deel is van de 17e eeuwse stadsuitbreiding van de binnenstad. De centrale as van dit gebied is de Langegracht.

2.2 Beschrijving van het project

Het ‘Huys van Leyden’ is een luxe Bed & Breakfast (klein hotel) gevestigd in een grachtenpand aan de Oude Singel 212, in het centrum van Leiden. Persoonlijke aandacht, comfort en stijl staan er centraal. Het rijksmonument is gelegen aan één van de grachten van Leiden. De ligging is zo centraal dat alles in de Leidse binnenstad op loopafstand te bereiken is.

In 2012 zijn, na een grondige renovatie van het pand, alle kamers en etages aangepakt. Op de aanbouw aan de achterzijde van het pand is een dakterras gerealiseerd. Dit dakterras is bestemd voor gezamenlijk gebruik van bezoekers van de B&B. Zo wordt er wanneer het weer het toe laat en bezoekers dit wensen, onder andere ontbijt op het dakterras geserveerd. Tevens bied het dakterras de mogelijkheid om bezoekers gebruik te laten maken van een buitenruimte. Gezien de ligging en structuur van de panden komt er vrijwel geen zonlicht op de begane grond van de binnenplaats, waardoor een dakterras wenselijk is.

Langs het dakterras, aan de zijde van de buurpanden 214 t/m 218 is een bouw- /tuinmuur aanwezig welke vanaf het dakterras een hoogte bezit van 1,90 meter. Deze muur zorgt ervoor dat inkijk naar en van de buurpanden is uitgesloten. De muur is door de tand des tijds afgebrokkeld, in overleg met de buurman van pand nr. 214 wordt de muur weer over de volle lengte gerestaureerd/hersteld tot de oorspronkelijke hoogte.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0003.png"  
Voorgevel Oude Singel 212  

Hoofdstuk 3 Motivering

In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd, waarom wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan ten behoeve van deze aanvraag. Er wordt aandacht besteed aan beleidsstukken van gemeente voor zover deze relevant zijn voor het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling. Aangegeven wordt hoe het voorgenomen project past binnen de genoemde beleidskaders.

Aangezien het plan geen raakvlakken heeft met ruimtelijk beleid op nationaal, provinciaal en regionaal niveau (de omvang van het plan is te klein om daadwerkelijk op een grotere schaal van invloed te zijn), worden deze beleidsstukken niet genoemd in dit hoofdstuk.

3.1 Gemeentelijk beleid

3.1.1 Ontwikkelingsvisie 'Leiden, stad van ontdekkingen: profiel 2030'

In 2004 heeft de gemeenteraad de ontwikkelingsvisie "Leiden, Stad van Ontdekkingen" vastgesteld (RV 04.0097). In hetzelfde raadsbesluit heeft het college opdracht gekregen een cyclisch proces te ontwikkelen voor onderhoud van de ontwikkelingsvisie. De geactualiseerde uitgave van de ontwikkelingsvisie 2030 "Leiden, Stad van Ontdekkingen" is het resultaat van dat "onderhoud". Deze actualisering is op 13 september 2012 door de raad vastgesteld (RV 12.0044). De geactualiseerde uitgave van de visie vervangt hiermee de vorige versie uit 2004.

De geactualiseerde uitgave van Leiden Stad van Ontdekkingen dient als leidraad voor beleidsontwikkeling en voor gesprekken over samenwerking in de stad en met de omgeving.

Er was bij de vaststelling van de geactualiseerde visie geen behoefte aan een geheel nieuwe visie, maar de tijd was wel rijp voor een geactualiseerde uitgave die toekomstbestendig is. De kernpunten van de Ontwikkelingsvisie 2030 voldeden nog prima, maar de uitwerking daarvan is deels achterhaald door veranderde omstandigheden.

Belangrijke ambities van de geactualiseerde visie 'Leiden, Stad van Ontdekkingen' zijn 'internationale kennis' en 'historische cultuur'. Kennis vindt zijn basis in de Universiteit van Leiden, het Leids Universitair Medisch Centrum en het Leiden Bio Science Park. Historische cultuur is overal in de stad terug te vinden in de vorm van monumenten, musea en een ruim cultureel aanbod. De verzorgende bedrijvigheid in de Leidse regio is een verdere ontwikkeling van de dienstensector, een grote aantrekkingskracht op bezoekers en behoud van koopkracht is van groot belang.

Dit kleinschalige hotel is gevestigd in een rijksmonument, dat ten behoeve van deze nieuwe functie volledig is gerenoveerd met behoud van de cultuurhistorische, monumentale waarden van het pand. Het monumentale karakter van dit pand versterkt de nieuwe functie en zorgt voor een hoogstaand en kwalitatief verblijf in de Leidse binnenstad met extra aandacht voor de historische cultuur van de binnenstad. Hiermee past het plan binnen de visie van Leiden als 'Stad van Ontdekkingen'

3.1.2 Programma Binnenstad

Op 16 juni 2009 heeft de gemeenteraad van Leiden het "Programma Binnenstad" vastgesteld. Het doel van het Programma Binnenstad is een samenhangende visie en een programma gericht op de verbetering van de kwaliteit van de binnenstad van Leiden. De historische binnenstad is een van de onderscheidende kwaliteiten van de stad. Versterking van de kwaliteit zal de aantrekkelijkheid van de stad vergroten. Dit maakt de stad niet alleen aantrekkelijker voor inwoners, maar versterkt tevens de bezoekersfunctie van Leiden aanzienlijk. Per jaar wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin alle inspanningen voor het jaar beschreven staan.

Het "Programma Binnenstad" heeft drie, in hoofdlijnen economische, doelen:

  • meer bezoekers naar de binnenstad van Leiden trekken;
  • meer bestedingen genereren; en
  • een hogere waardering voor het aanbod van de binnenstad krijgen.

De hoofddoelen zijn uitgewerkt in 8 subdoelen of ambities:

  • vergroten kwaliteit openbare ruimte;
  • verbeteren beheer openbare ruimte;
  • hogere kwaliteit (openbaar waarneembare) bebouwde omgeving;
  • betere bereikbaarheid;
  • uitbreiden en verbeteren parkeergelegenheid;
  • uitbreiden en verbeteren winkel- en horecavoorzieningen;
  • uitbreiden en verbeteren cultureel aanbod en evenementen;
  • meer marketing en promotie.

Een van de hoofddoelen is het trekken van meer bezoekers naar de Leidse binnenstad. Het Programma probeert daarnaast te bereiken dat het aantal meerdaagse bezoeken – bezoek met minimaal één overnachting – toeneemt.

Het aantal overnachtingen in Leiden was de afgelopen jaren nauwelijks gestegen. Een van de reden hiervoor is het dat er in Leiden onvoldoende hotelkamers zijn in hoger segment. Een kwalitatief beter aanbod voor een overnachting in Leiden en betere (meerdaagse) arrangementen voor toeristen kunnen onder andere meer bezoekers naar Leiden trekken en zorgen dat bezoekers langer in Leiden blijven.

Met het vestigen van een kleinschalige hotel in de pand aan de Oude Singel 212 wordt het overnachtingenaanbod in de binnenstad kwalitatief uitgebreid; hetgeen aansluit bij de doelstellingen uit het 'Programma Binnenstad'.

3.1.3 Structuurvisie Leiden 2025

Op 17 december 2009 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2025 vastgesteld (RV 09.0130). Deze structuurvisie is bij raadsbesluit van 1 december 2011 herzien (RV 11.0104). De structuurvisie bouwt voort op het Structuurplan Boomgaard van Kennis en de in 2004 vastgestelde Ontwikkelingsvisie: Leiden stad van ontdekkingen. Op de punten die niet in deze structuurvisie zijn opgenomen, is de Boomgaard van Kennis van toepassing. Voor de overige aspecten is de structuurvisie is hiervan de ruimtelijke vertaling. Daarnaast is bij het opstellen van de structuurvisie gebruik gemaakt van de Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland. De prioriteiten die in de Regionale Structuurvisie voor Leiden zijn benoemd, vormen het uitgangspunt van de structuurvisie.

De uitgangspunten van de structuurvisie zijn het bestaande beleid en de ambities en verwachtingen die in overleg met partijen en partners zijn geformuleerd. Dit heeft geleid tot een Structuurvisie met de volgende ambities:

  • de historische binnenstad wordt beter op de kaart gezet;
  • het Bio Science Park en de kenniseconomie worden verder ontwikkeld;
  • de bereikbaarheid wordt verbeterd;
  • de groene en blauwe structuren in en rondom de stad worden versterkt en verbonden;
  • de kansen die zich in het Stationsgebied, Transvaal/Vondellaan en op De Waard aanbieden worden benut om met wonen en werken een bijdrage te leveren aan de versterking van de kennisstad.

Het uitvoeringsprogramma behorend bij de structuurvisie (hoofdstuk 6) is gekoppeld aan het "Programma Binnenstad" en richt zich o.a. op de in dit Programma genoemde ambitielijnen.

Voor de gemeente Leiden is de structuurvisie een richtinggevend kader voor de bestemmingsplannen en daarmee een sturingsinstrument voor het gemeentebestuur. De structuurvisie geeft op een groter schaalniveau de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente weer en dient dus bij alle ruimtelijke afwegingen in ogenschouw te worden genomen. Aangezien het "Programma Binnenstad" integraal onderdeel uitmaakt van de structuurvisie en de bijbehorende uitvoeringsparagraaf, past de aanvraag binnen de Structuurvisie Leiden 2025.

Voor de binnenstad is het ruimtelijke beleid verder uitgewerkt in de Structuurvisie 'Verder met de Binnenstad', zie paragraaf 3.1.4

 

3.1.4 Structuurvisie Verder met de binnenstad

De gemeenteraad heeft op 11 oktober 2012 de structuurvisie 'Verder met de Binnenstad', gebruikshandleiding voor ontwikkelingen in de binnenstad vastgesteld. In de 'Structuurvisie Leiden 2025' zijn de hoofdlijnen van het 'Programma Binnenstad' opgenomen. Beide documenten bevatten een analyse en verantwoording voor de ontwikkelrichtingen en doelen van de ruimtelijke ontwikkelingen in de binnenstad. Dit wordt in 'Verder met de Binnenstad' als uitgangspunt genomen voor een verdere uitwerking. Dit document moet ervoor zorgen dat private en publieke investeringen leiden tot het realiseren van de hoofddoelen van het 'Programma Binnenstad'.

'Verder met de Binnenstad' heeft de status van structuurvisie. Het vervangt daarmee niet de bestaande Structuurvisie Leiden 2025, maar het is een verdieping op het hoofdstuk over de binnenstad in de structuurvisie. De samenhang tussen de structuurvisie Verder met de Binnenstad en de overige gebieden in de stad blijft verankerd in de Structuurvisie Leiden 2025, vandaar dat 'Verder met de Binnenstad' niet verder ingaat op deze samenhang.

De Structuurvisie Verder met de Binnenstad geeft aan wat voor functies in bepaalde delen van de binnenstad gewenst of ongewenst zijn. Oude Singel 212 ligt in gebied Noordvest, wat behoort tot woongebied. De functie bed- en breakfast wordt niet apart genoemd, maar kan het best gezien worden als een kleinschalig hotel. Deze functie behoort tot het aanvullende programma voor dit gebied. Dit zijn functies die geen versterking, maar ook geen bedreiging zijn voor het hoofdprogramma. Gelet op de kleinschaligheid van deze B&B/ hotel en de bijdrage aan het Programma Binnenstad door juist te voorzien in de behoefte aan bijzondere slaapgelegenheden in de Leidse binnenstad kan geconcludeerd worden dat deze (kleinschalige) functie wenselijk is en passend is binnen de overwegend woonfunctie van het gebied.

3.1.5 Conclusie beleid

De gemeente Leiden heeft meerdere beleidsstukken vastgesteld, waarin het gewenste ruimtelijke gebruik van de binnenstad is uiteengezet. Het 'Programma Binnenstad', de 'Structuurvisie Leiden 2025' en 'Verder met de Binnenstad' zijn drie afzonderlijke, maar sterk met elkaar verweven beleidsdocumenten. Vanuit verschillende invalshoeken en schaalniveaus wordt een visie gegeven op de economische ontwikkeling van de binnenstad en de ruimtelijke vertaling daarvan.

Het 'Programma Binnenstad' en de 'Structuurvisie Leiden 2025' hebben een hoger abstractieniveau, maar zijn wel duidelijk ingestoken met als doel onder meer het aantrekkelijker maken van de binnenstad, door onder andere het uitbreiden en verbeteren van de overnachtingen voorzieningen in Leiden (ook horecavoorzieningen in het algemeen).

'Verder met de 'Binnenstad' gaat specifieker in op de verschillende functies en gebieden in de binnenstad. De planlocatie valt binnen dit beleidsstuk in het sfeergebied 'Wonen'. De beoogde functie (hotel) past binnen het aanvullende programma van dit sfeergebied. Het betreft hier een zeer kleinschalig hotel in een monument dat ten behoeve van deze functie volledig is gerenoveerd en opgeknapt. Hiermee levert het plan een bijdrage aan het aantrekkelijker maken van de Leidse binnenstad en het stimuleren van het bezoeken van de Leidse binnenstad. De vestiging van een zelfstandige B&B/ kleinschalig hotel in het pand aan de Oude Singel 212 is daarom een gewenste ontwikkeling, die aansluit bij het vigerende gemeentelijke beleid.

 

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Cultuurhistorie

4.1.1 Beleidskader
4.1.1.1 Rijksbeleid

Monumentenwet (1988)

Een deel van het culturele erfgoed wordt beschermd via de Monumentenwet (1988). Deze wet geeft het Rijk de mogelijkheid om objecten met een leeftijd hoger dan 50 jaar aan te wijzen als rijksmonument. Rijksmonumenten worden wettelijk beschermd via het vergunningenstelsel en bij restauratie zijn financiële middelen beschikbaar. De Monumentenwet geeft daarnaast de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Onder stads- en dorpsgezicht worden groepen van onroerende zaken bedoeld die een bijzondere eigenschap hebben en in welke zich een of meer monumenten bevinden.

De Monumentenwet geeft aan gemeenten de vrijheid om zelf monumenten aan te wijzen en een monumentenlijst op te stellen. Een gemeentelijk monument mag jonger zijn dat 50 jaar.


Modernisering Monumentenzorg

In 2009 heeft de minister van OC&W de modernisering van de monumentenzorg in gang gezet. Dit beleidsprogramma omvat een drietal pijlers: cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, vereenvoudiging regelgeving en herbestemming. De rode draad door het beleid is om de monumentenzorg om te vormen tot een meer gebiedsgericht instrument dat cultuurhistorie in het ruimtelijk domein in den brede zin onderzoekt, borgt en hergebruikt.

Een overkoepelend beleidsuitgangspunt binnen de Modernisering Monumentenzorg is de grotere rol van de burger bij het waarderen van en de omgang met erfgoed.
 

4.1.1.2 Provinciaal beleid

Structuurvisie en Verordening Ruimte

In de Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland 2010 is het behoud van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) als provinciaal belang omschreven. Leiden maakt hier geen onderdeel van uit.

In de Verordening Ruimte zijn wel regels opgenomen over bijvoorbeeld de molenbiotoop. Gemeentelijke plannen moeten hier aan voldoen.

4.1.1.3 Gemeentelijk beleid

Erfgoednota 2014-2020

Erfgoednota van de stad:

Op 19 december 2013 heeft de Leidse gemeenteraad de Erfgoednota 2014-2020 (RV 13.0113) vastgesteld. De Erfgoednota benadert erfgoed integraal en gaat niet alleen over de historische stad zelf, maar ook over erfgoedkennis, onderwijs, ondernemerschap, collecties, verhalen en beleving. In Leiden zorgen professionals, betrokken burgers en gemeente samen voor uitvoering van de ambities van de Erfgoednota.


Visie en ambitie:

De Erfgoednota gaat uit van de volgende visie: Leiden heeft met erfgoed een onderscheidende kracht in huis: zo heeft Leiden en de (internationale) kennis en collecties, en de aantrekkelijke historische stad en de grote mate van betrokkenheid van bewoners. Daarbij gaat het niet alleen om de waarde van het erfgoed zelf maar ook om de meerwaarde voor de stad uit maatschappelijk, cultureel, wetenschappelijk en economisch oogpunt. Een belangrijke ambitie uit de Erfgoednota is dat Leiden haar historische omgevingskwaliteit wil behouden, benutten en versterken voor een aantrekkelijke, vitale en toekomstbestendige stad. Erfgoed inspireert in de ontwikkeling van de stad. Daarbij benut Leiden de inspiratie uit het verleden en zoekt aansluiting bij bestaande historische karakteristieken en essenties.


Inbedding cultuurhistorie in ruimtelijke ordening:

Onder invloed van rijksbeleid en wetgeving komt voor het erfgoed steeds meer nadruk te liggen op het ruimtelijk instrumentarium. Dit zet zich voort in de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingswet, waarin ook het erfgoed wordt opgenomen. Leiden continueert de aandacht voor cultuurhistorie in het bestemmingsplan en anticipeert daarbij op rijksbeleid en wettelijke verplichtingen. Integrale cultuurhistorische waarden maken - uitgebreider en specifieker dan voorheen - deel uit van het bestemmingsplan. Van archeologie tot bouwhistorie, van historische structuren tot monumentale objecten. Hieraan worden maatregelen gekoppeld. Uitgangspunt is; beschermen wat beschermenswaardig is, zonder onnodige regeldruk. Cultuurhistorische kennis- en waardenkaarten van Leiden (met diverse themakaarten) dragen hieraan bij, evenals de onderzoeksagenda voor archeologie en bouwhistorie.


Herbestemming:

Hergebruik en herbestemming van historische bebouwing is in de Erfgoednota een belangrijk thema, met het oog op vitale omgevingskwaliteit en toekomstwaarde. Waar mogelijk en gewenst creëren bestemmingsplannen qua functies dan ook ruimte voor flexibele herbestemming.

4.1.2 Onderzoeksresultaten

Het pand aan de Oude Singel 212 ligt in het beschermd stadsgezicht Leiden binnen de Singels. Dit deel van de Oude Singel behoort tot een 17de-eeuwse stadsuitleg van 1610. Vrijwel direct na de uitleg zal begonnen zijn met het uitgeven van percelen en het bebouwen daarvan. De naam Oude Singel komt voort uit de oude stadsbegrenzing, waarbij het water de omgrachting rond de Middeleeuwse binnenstad vormde. De bebouwing in de 17de-eeuwse uitleggingen bestaat uit vrij eenduidige bebouwing van haaks op de straat staande panden met een achterhuis. Ook Oude Singel 212 bestaat uit een voorhuis en een achterhuis, onderling verbonden door een verbindingsgang, geflankeerd door een binnenplaats.

Van direct ruimtelijke gevolgen van de wijziging van het gebruik is geen sprake. Daarmee is er geen aantasting van het beschermd stadsgezicht ter plaatse.

Het pand is een rijksmonument. In het bestemmingsplan is beleid vastgelegd om bestaande open ruimten in de binnengebieden zoveel mogelijk te handhaven. De historische structuur van voor- en achterhuis is een belangrijk onderdeel van de waardevolle karakteristieken van het beschermd stadsgezicht. De trap in de binnenplaats ten behoeve van de toegang tot het dakterras is in beginsel onwenselijk. De bescheiden binnenplaats wordt hierdoor deels bebouwd, maar het element vormt geen dusdanige grote aantasting van de structuur dat het als onacceptabel gezien kan worden. Het dakterras werd voorheen bereikt via de kamer op de verdieping. Vanwege de functiewijziging is deze doorgang niet meer wenselijk. Het dakterras op het lagere achterhuis is niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte en daarmee voorstelbaar. Met het realiseren van de trap op de binnenplaats wordt het dakterras voor alle gasten bruikbaar. Hierdoor wordt het dakterras een meerwaarde voor de functie. Aangezien de trap ruimtelijk gezien geen aantasting vormt op het beschermd stadsgezicht, zijn er vanuit cultuurhistorie geen bezwaren tegen de realisatie van het plan.

4.2 Economische zaken

Algemeen

In het economisch en toeristisch beleid is uitgangspunt de stimulering van het aantal bezoekers en overnachtingen in Leiden. Dat geldt zowel voor het stimuleren van het toeristische bezoek aan Leiden, als de uitbreiding van het aantal congressen in de stad. Er is echter geen specifieke hotelbeleidsnota voor de stimulering van het verblijf in de stad. Wel is er in 2007 door adviesbureau LAgroup de 'Quick scan hotelmarkt Leiden' uitgevoerd. Naar aanleiding van de Quick scan heeft het college van B&W enkele uitgangspunten voor de uitbreiding van de hotelcapaciteit in Leiden vastgesteld (B&Wnr. 07.1325, d.d. 18-12-2007). Deze uitgangspunten betreffen onder meer:

  • de constateringen van een verwachte marktruimte van 520 extra hotelkamers in Leiden tot 2015 volgens het ambitieuze scenario én dat het in Leiden ontbreekt aan een onderscheidend aanbod in de logiessector in het onder- en boven segment, met name in het historisch stadscentrum (binnen de singels);
  • en het onderschrijven van de conclusie dat uitbreiding van het aantal hotelkamers in het algemeen en met name voor de binnenstad noodzakelijk is.

Hotelcapaciteit

Sinds het uitbrengen van de Quick scan Hotelmarkt Leiden is het aantal hotelkamers in Leiden toegenomen van 537 kamers naar ca. 1.080 hotelkamers. Hierbij inbegrepen het recent geopende Fitland hotel Level Leiden (met 118 kamers, gevestigd in het ROC-gebouw Station-Zeezijde) en rekening houdend met het in de buurgemeente Oegstgeest gevestigde hotel Hilton Garden Inn (173 kamers, gelegen naast Corpus).

Hiermee is de verwachte uitbreiding van het aantal hotelkamers bijna bereikt. Echter, de hiervoor genoemde uitgangspunten voor uitbreiding van de hotelcapaciteit, zijn niet bedoeld als te stellen maximum aan uitbreiding van het aantal hotelkamers in Leiden.

In de afgelopen periode is de uitbreiding in het stadscentrum beperkt gebleven met een toename van 59 hotelkamers: Rembrandt Hotel Leiden (20 kamer/Nieuwe Beestenmarkt) en Best Western City Hotel Leiden (39 kamers/Lange mare).

In de onderhavige aanvraag gaat het om in totaal 5 kamers, 1 loft en 1 appartement. Met deze uitbreiding kan worden ingestemd. Zeker ook, gezien de kleinschalige omvang én dat hiermee het onderscheidend logiesaanbod in Leiden wordt uitgebreid. De zeer positieve reacties van de hotelgasten op internet, bevestigen dit beeld.

Conclusie

Met verwijzing naar het hiervoor genoemde, wordt vanuit het kader van economisch en toeristisch beleid positief op het plan geadviseerd.

4.3 Milieu

4.3.1 Bedrijven en milieuzonering

De omgeving van Oude Singel 212 kan worden getypeerd als een gebied met functiemenging (bron: VNG uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', 2009). Bedrijvigheid van een dergelijk lichte categorie (categorie A) is aanpandig aan woningen toelaatbaar in een gebied met functiemenging. Het (bouw)plan is daarom geen belemmering voor de bedrijven in de omgeving. Deze activiteit is zeer waarschijnlijk ook geen belemmering voor woningen in de omgeving (zie hieronder Wet milieubeheer en het hoofdstuk geluid van dit advies).

Wet milieubeheer

Het betreft een inrichting waar het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is, volgens het Besluit omgevingsrecht (Bor) onderdeel C, categorie 18.1 (horeca). Voor de wijziging van deze inrichting moet in de ruimtelijke onderbouwing van de afwijking worden opgenomen dat een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer moet worden gedaan. Een dergelijke melding moet vier weken voor aanvang van voorgenomen wijziging bij de Omgevingsdienst binnen zijn. De melding moet elektronisch worden gedaan via http://aim.vrom.nl. Meer informatie hierover is te vinden op http://www.infomil.nl. De melding is een indieningsvereiste voor de Omgevingsvergunning.

4.3.2 Bodem

Van deze locatie zijn bij de Omgevingsdienst geen bodemonderzoeken bekend. De locatie is evenmin vanuit historisch oogpunt verdacht. Verder is plan al uitgevoerd. Daarbij is het zeer waarschijnlijk dat er niet in de bodem wordt geroerd. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is niet noodzakelijk.

4.3.3 Geluid

Wet geluidhinder

Door de uitbreiding van de bed & breakfast wordt wat betreft de Wet geluidhinder geen geluidgevoelige bestemming gecreëerd. Een akoestisch onderzoek kan achterwege blijven.

Wet milieubeheer

De wijziging maakt horecacategorie (hotel) mogelijk. Binnen deze categorie is het ook mogelijk een bar of grand-café te realiseren waar gebruik gemaakt wordt van versterkte muziek. Uit de aanvraag blijkt niet dat dit de bedoeling is. Ter plaatse zal de geluiduitstraling moeten voldoen aan de grenswaarden uit de geluidsnota van Leiden. Op de achterzijde van de naastgelegen woning geldt op basis van de geluidsnota een grenswaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde. Aan de voorzijde geldt een grenswaarde van 50 dB(A). Aangezien geen sprake zal zijn van versterkt muziekgeluid en/of een caféterras wordt gerealiseerd, is een akoestisch onderzoek niet nodig.

Conclusie

Akoestisch onderzoek vanwege wegverkeerslawaai en inrichtingslawaai kan achterwege blijven.

4.3.4 Milieueffectrapportage

In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder C of D van het Besluit m.e.r. In dit geval wordt het plan niet genoemd in deze bijlage. Een m.e.r. beoordeling of plan M.E.R. is niet nodig. Gelet op de kleinschaligheid van dit project hoeft er ook gen zogenaamde vormvrije m.e.r. beoordeling uitgevoerd te worden.

4.3.5 Conclusie Milieu

Hierboven zijn de milieuaspecten die van invloed kunnen zijn op dit bouwplan behandeld. Vanuit Milieu zijn er belemmeringen voor de uitvoering van het plan geconstateerd.

4.4 Stedenbouwkundige inpassing

Stedenbouwkundige context

Het pand is gelegen in het bouwblok Oude Singel, Oostdwarsgracht, Langegracht en Klokpoort. Dit bouwblok is deel uit de oorspronkelijke 17e eeuwse situatie en deel uit de stadvernieuwingsperiode van de jaren ’70 en ’80 ontstaan. Toegang tot het blok via de Emmastraat dat een dwarsstraat is op de Oostdwarsgracht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0004.png" 

ligging plangebied

Het bouwblok is deel van Noordvest, dat deel is van de 17e eeuwse stadsuitbreiding van de binnenstad. Centrale as van dit gebied is de Langegracht. Ten zuiden daarvan liggen oorspronkelijke bouwblokken met kleinschalige geparcelleerde verkaveling. In deze blokken zijn wel ingrepen geweest van industriegebouwen en stadvernieuwing, zodat er een contrast in schaal en maat is. Dit is vooral te zien aan de Langegrachtkant. Door de wijk heen zijn doorbraken geweest zoals de Klokpoort als deel van de Hooigracht, dat behoorde bij verkeersplannen uit de jaren ’60. Hier zijn in de jaren ’70 woongebouwen verschenen, zoals deel van het bouwblok. In het bouwblok is duidelijk maatverschil en schaalcontrast te zien tussen de voormalige kleinere arbeidershuisjes en statige woonpanden van de singel en de meer grootschalige woongebouwen. In het binnengebied is een pleinruimte dat dient als verblijfsgebied en toegang tot parkeergarage van woonblok aan Langegracht en Klokpoort. Het steegje verbindt dit hof met de Oostdwarsgracht. De Emmastraat is ruimtelijk het relict van een oude grachtenwatergang die door het bouwblok liep. Typisch is de profielmaat van de Oostdwarsgracht, ontstaan als pleinruimte na demping van een dwarsgracht en doorzetten van bebouwing langs de rooilijn van de Langegracht.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0005.png"

ruimtelijke structuur

Functie en bestemming

Bed en breakfast is een kleinschalige vorm van hotelbedrijf als bedrijfsmatige logiesverhuur in een woonpand. Belangrijk kenmerk is dat gasten maar kort verblijven en dat faciliteiten voor de bed en breakfast beperkt is. Verder is een maximaal aantal kamers en is de functie deel van een woongebouw. In dit geval is er geen sprake maar een ondergeschikte bed & breakfast aan de woonfunctie, maar van een kleinschalige zelfstandig logiesverhuur. Ook zijn er voorzieningen als welness en sauna dat logiesverhuur een exclusiever gehalte geeft.

 

Structuurvisie Verder met de Binnenstad, gebruikshandleiding voor ontwikkelingen in de binnenstad geeft aan wat voor functies in bepaalde delen van de binnenstad gewenst of ongewenst zijn. Oude Singel 212 ligt in gebied Noordvest wat behoort tot woongebied. De functie bed- en breakfast wordt niet apart genoemd maar kan het best gezien worden als een kleinschalig hotel. Dit behoort tot het aanvullende programma. Dit zijn functies die geen versterking maar ook geen bedreiging zijn voor het hoofdprogramma. Al bestaande functies kunnen blijven bestaan. Ze kunnen toegepast worden als daar ruimte voor is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0006.png"

uitsnede structuurvisie Verder met de Binnenstad

Aanbouw met dakterras

Buiten de bebouwingsgrens zijn dakterrassen op aanbouwen toegestaan. Niet op aanbouwen van meer dan 2 bouwlagen of op hoofdgebouwen. Het dakterras is echter in gebruik bij de bed- en breakfast en dient dus als buitenruimte van de logiesfuncties, niet van de woonbestemming. Dit gebruik is in strijd met het bestemmingsplan.

In het binnengebied tussen Oude Singel, Oostdwarsgracht, Langegracht en Klokpoort zijn diverse dakterrassen en balkons aanwezig, alsmede achtertuinen bij woningen. Op zich is een dakterras voorstelbaar als buitenruimte voor het pand, mits er geen vermindering is van privacy voor omwonenden. Vanaf het verblijfsgebied is het dakterras zichtbaar, maar door de gesloten balustrade is er geen direct uitzicht op. Hogere schermen betekent verrommeling van het binnengebied en leidt tot meer schaduw in de achtertuinen achter Oude Singel 214-216-218. Naar andere belendingen is geen vermindering van privacy en uitzicht.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00044-0301_0007.png"

aanwezige dakterrassen achtergebied

Trap binnenplaats naar dakterras

Het dakterras wordt niet ontsloten vanaf de verdieping, omdat de verdieping van de uitbouw een hotelkamer heeft. Via de aanbouw zelf is het dakterras niet bereikbaar. De trap betekent bebouwing van een niet bebouwd gedeelte. In het bestemmingsplan is bepaald dat achter de bebouwingsgrens voor hoofdgebouwen, erven maximaal 30% bebouwd mogen zijn. In de huidige situatie is dat al meer en trap betekent toevoeging van een bouwwerk. De historische structuur van het pand bestaat uit het voorhuis aan de Oude Singel, het tussenstuk en achteraanbouw. Het oorspronkelijke erf is in de loop van de tijd verder dichtgebouwd geraakt.

Trappen dienen bij voorkeur zo slank mogelijk uitgevoerd te worden bij voorkeur in een verfijnde detaillering. Zoveel mogelijk aan de achterkant van panden gesitueerd en niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Bij voorkeur plaatsing van de trap tegen zijgevels van de belendingen en ondergeschikt uitgevoerd aan de architectuur van het hoofdgebouw

Door de trap wordt een deel van de binnenplaats bebouwd, de historische structuur van voorhuis-tussenstuk-achterhuis blijft ruimtelijk voldoende in stand en herkenbaar. Stedenbouwkundig is dit mede akkoord, omdat de binnenplaats niet de enige buitenruimte is van het pand en niet zichtbaar is vanaf het openbaar toegankelijke binnengebied. Anders is het dakterras alleen te bereiken via één van de logeerkamers.

 

Conclusie

Met verwijzing naar het hiervoor genoemde, wordt vanuit het stedenbouwkundig kader positief op het plan geadviseerd.

4.5 Parkeren

Beleidsregels parkeernormen Leiden

Op 28 februari 2012 heeft het college van B&W de nota 'Beleidsregels parkeernormen Leiden' vastgesteld (BW 12.0189).

Deze beleidsregels hebben betrekking op het stellen van een eis tot het aanbrengen van parkeer-/stallingsruimte voor auto's op eigen terrein. Ze hebben ook betrekking op de wijze van bepalen van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen, in verband met aanvragen voor alle activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid Wabo.

Het doel van dit beleid is dat initiatiefnemers van ruimtelijke activiteiten op eigen terrein voorzien in parkeer-/stallingsruimte voor auto's, dan wel laad- of losruimte, als daartoe behoefte ontstaat ten gevolge van die ruimtelijke activiteiten. Op deze wijze wordt in het bijzonder de parkeerdruk in de openbare ruimte beperkt, en wordt gezorgd voor voldoende plaats voor geparkeerde auto’s bij de diverse voorzieningen en functies. De verantwoordelijkheid voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen wordt primair bij de veroorzaker van de parkeervraag gelegd. De ruimte in Leiden is namelijk schaars en de leefbaarheid van wijken hangt nauw samen met het gebruik van de openbare ruimte.

Voor de verschillende zones in Leiden ('binnenstad, binnenstad bij station, schil, schil bij station en rest') en de verschillende functies gelden eigen, specifieke normen. Aan de hand van deze normen dient per geval in de concrete situatie te worden bepaald welke parkeerbehoefte ontstaat en in hoeveel parkeer-/stallingsruimte moet worden voorzien.

Onderzoeksresultaten

In de laatst vergunde situatie betreft het een pand bestaande uit twee zelfstandige woningen, een groter dan 100 m2 b.v.o. en een kleiner dan 65 m2 b.v.o. Vermoedelijk waren het huurhuizen. De parkeervraag die hier bij hoorde bedraagt 1,2 p.p. + 0,6 p.p. = 1,8 p.p.

In de nieuwe situatie is er een pension/bed and breakfast aanwezig met 6 gastenkamers. Dit levert een parkeervraag van 6 x 0,5 p.p. = 3,0 p.p.

De parkeereis komt daarmee uit op 3 p.p. -/- 1,8 p.p. = 1,2 p.p., afgerond 1 p.p.

De aanvrager geeft niet aan hoe de parkeereis wordt opgelost. Er is geen mogelijkheid tot het parkeren op eigen terrein. In het gebied 'binnenstad van Leiden' kan afgeweken worden van de parkeereis indien deze niet hoger is dan 15 p.p. Dat is hier het geval.

Het pand ligt in een gebied voor betaald parkeren. Het pension kent een bezoekende functie waarbij het aannemelijk is dat gasten bereid zijn betaald te parkeren op betaalde openbare parkeerplekken. Deze zijn in de omgeving ruim voorhanden, zoals het Molen De Valk parkeerterrein.

Conclusie

Er zijn geen verdere verkeerskundige eisen te stellen. Voor de parkeereis van het plan kan ontheffing verleend worden via de bouwverordening. De aanvraag is daarmee akkoord.

4.6 Wonen

4.6.1 Beleidskader

Nota Wonen 2020 'Leiden kijkt vooruit en pakt door'

Op 14 februari 2013 heeft de gemeenteraad de nota Wonen 2020 'Leiden kijkt vooruit en pakt door' vastgesteld. Deze nota vormt een beleidskader voor de keuzes in het woonbeleid.

De Stadsvisie Leiden, Stad van Ontdekkingen, de Sociaal Maatschappelijke Structuurvisie 2025 "Leven in Leiden" en de ruimtelijke Structuurvisie Leiden 2025 vormen het kader voor deze nota Wonen. Deze nota Wonen vormt op haar beurt weer het kader voor nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties en voor de plannen voor renovatie en nieuwbouw.

Verbetering van de balans tussen vraag en aanbod, investeren in de kwaliteit van woning en woonomgeving en voldoende woningen voor hen die niet op de particuliere markt terecht kunnen: de lage en de middeninkomens. Dit zijn de drie hoofdopgaven die Leiden zich in de nieuwe nota Wonen stelt. Leiden is een aantrekkelijke woonstad met haar monumentale binnenstad, gevarieerde bevolking en goede voorzieningen. Om die aantrekkelijke stad te blijven moeten we doorgaan met investeren: afmaken van de bestaande woningprojecten en kijken naar nieuwe kansen. Vooruitzien en doorpakken is daarom het motto van deze nota, ook in tijden van crisis en bezuiniging. Dat is niet gemakkelijk en daarom staat samenwerking in deze nota centraal: samenwerking tussen en met woningcorporaties, beleggers, ontwikkelaars, huurders en zorgaanbieder om ook in zwaardere tijden te zorgen voor verbetering van woning en woonklimaat.

4.6.2 Onderzoeksresultaten

In de Nota Wonen 2020, zoals hierboven uiteengezet, zijn drie hoofdopgaven voor het woonbeleid geformuleerd, namelijk balans tussen vraag en aanbod, versterking van kwaliteit en voldoende aanbod voor hen die niet op de particuliere markt terecht kunnen.

Voor wat de balans betreft constateert de nota dat het tekort aan woningen blijft. Er is sprake van een uitgestelde vraag. Na de crisis zal deze vraag zich ten volle manifesteren. Ook op de langere termijn. Woningen zijn dus nodig om onze (toekomstige) inwoners te kunnen huisvesten. Een evenwichtige bevolkingsopbouw met ruimte voor verschillende leefstijlen en inkomensgroepen moet het draagvlak onder onze voorzieningen (blijven) garanderen en zorgen voor voldoende werkgelegenheid. Van de binnenstad is bekend dat er veel studenten wonen. Dat is prima, maar er dient ook ruimte te zijn en kansen voor wonen door andere groepen dan studenten. Dit pand leent zich daar goed voor. Wonen in een monumentaal pand is aantrekkelijk. Historische steden met veel voorzieningen en uitgaansmogelijkheden in de centra maken het aantrekkelijk om te wonen. Wonen in een historisch centrum is ook in trek bij mensen in een bepaalde levensfase, kinderen het huis uit, kwiek en fit om in een huis met trappen en niveauverschillen te kunnen en willen leven.

Dat verklaart waarom de stad weer in opmars is na een periode van suburbanisatie, zoals de nota signaleert. Vooral steden zoals Leiden die hoog in de aantrekkelijkheidsranglijst staan (in de Atlas voor gemeenten staat Leiden ook in 2012 op de 9e plaats) zijn in trek. Daarbij komt dat de druk op de Amsterdamse woningmarkt groter is dan deze stad aan kan. Voor een deel van de woningzoekers in Amsterdam is Leiden wellicht een goed alternatief. Het Centraal Plan Bureau voorspelt dat ongeveer 1 miljoen mensen de komende jaren naar de Randstad trekken.

Ook het beleid rond Leiden Kennisstad maakt een gevarieerd woningaanbod, waaronder wonen in het centrum in historische woonhuizen aan grachten en singels voor hen die zich dat financieel kunnen veroorloven, gewenst.

Van oudsher had dit pand dan ook een woonbestemming. Met wat aanpassingen kan de woonfunctie in dit pand eenvoudig weer hersteld worden. Mocht hier in de toekomst behoefte aan bestaan. Daarnaast is met de realisatie van dit plan het pand volledig gerenoveerd en opgeknapt; hetgeen de cultuurhistorische waarden van het pand, maar ook van het beschermd stadsgezicht ten goed komt. Dit versterkte de woonfunctie van het gebied. Gelet op de kleinschaligheid van dit plan en het bovenstaande, kan geconcludeerd worden dat het plan niet in strijd is met de uitgangspunten van de Nota Wonen.

4.7 Integrale afweging

In de onderhavige aanvraag gaat het om het realiseren van een kleinschalig hotel (bed & breakfast) in de Leidse binnenstad. In totaal worden er 6 kamers gerealiseerd in het pand aan de Oude Singel 212. In de diverse recente beleidsstukken/ visies voor de Leidse binnenstad (Programma Binnenstad, Structuurvisie Leiden en Structuurvisie verder met de Binnenstad) is zowel vanuit economisch als toeristisch perspectief de stimulering van het aantal bezoekers en overnachtingen in Leiden het uitgangspunt.

Uit onderzoek is gebleken dat het in Leiden ontbreekt aan een onderscheidend aanbod in de logiessector in het onder- en boven segment, met name in het historisch stadscentrum (binnen de singels). Deze specifieke aanvraag is een kwaliteitsimpuls voor het “hotelaanbod” in Leiden. Met deze uitbreiding kan dan ook worden ingestemd. Zeker ook, gezien de kleinschalige omvang en dat hiermee het onderscheidend logiesaanbod in Leiden wordt uitgebreid.

De functiewijziging levert een toename van de parkeereis met 1 parkeerplaats op, maar in de binnenstad kan op grond van het geldende parkeerbeleid afgeweken worden van de parkeereis wanneer deze niet hoger is dan 15 parkeerplaatsen. Er zijn geen milieubelemmeringen. Aangezien de uiterlijke wijzigingen van het pand (realisatie van het dakterras en de trap vanuit het binnenhof naar het dakterras) aan de achterzijde van het pand zijn en niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte zijn er geen bezwaren vanuit cultuurhistorisch oogpunt in verband met het beschermd stadsgezicht. Het dakterras is voorstelbaar als gewenste buitenruimte voor het pand. Aangezien het dakterras niet tot vermindering van privacy en uitzicht leidt voor omwonenden is het dakterras stedenbouw akkoord. Hetzelfde geldt voor de buitentrap. Met deze trap wordt het dakterras vanaf de binnenplaats ontsloten. Door de trap wordt een deel van deze binnenplaats bebouwd. Aangezien de historische structuur van voorhuis-tussenstuk-achterhuis ruimtelijk voldoende in stand en herkenbaar blijft, is realisatie van de trap stedenbouwkundig en ruimtelijk akkoord.

Al met al zijn er, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, geen bezwaren om de omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het geldende bestemmingsplan.

Hoofdstuk 5 Procedurele aspecten

5.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Per 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden.

Op grond van artikel 2.10, lid 1 onder c Wabo dient een omgevingsvergunning geweigerd te worden voor aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan en er geen vergunningverlening mogelijk is met toepassing van artikel 2.12 Wabo.

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend na het voeren van een procedure tot afwijking van het bestemmingsplan. Hierbij gelden drie mogelijkheden:

  • indien in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt gegeven dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1º van de Wabo;
  • indien het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid biedt, maar bij algemene maatregel van bestuur afgeweken kan worden dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2º van de Wabo;
  • indien aan geen van bovenstaande voldaan kan worden, de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat, dan kan de omgevinsgvergunning worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo doorlopen worden. Dit is een procedure op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.2 Procedure

Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Voor dit bouwplan is in het Besluit omgevingsrecht geen mogelijkheid opgenomen voor een buitenplanse afwijking.

Daarmee is de juiste juridisch-planologische procedure voor het mogelijk maken van het ingediende bouwplan, het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o Wabo.

Het betreft een uitgebreide procedure. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit met deze ruimtelijke onderbouwing zes weken ter inzage is gelegd voor het indienen van zienswijzen, namelijk van 10 april 2014 tot en met 21 mei 2014. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend. Gelet hierop kan de omgevingsvergunning met de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing ongewijzigd worden vastgesteld.

De omgevingsvergunning treedt in werking met ingang van de dag na afloop van de beroepstermijn van zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit ter inzage is gelegd en nadat deze langs elektronische weg kenbaar is gemaakt. Tegen het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning kan rechtstreeks beroep worden aangetekend bij de rechtbank gedurende een termijn van zes weken na publicatie van de vergunning.

5.3 Verklaring van geen bedenkingen

Bij de toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º is in sommige gevallen een verklaring van geen bedenkingen vereist.

De Wabo biedt de raad op grond van artikel 6.5, derde lid Bor de mogelijkheid om een lijst van categorieën van gevallen vast te stellen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad niet is vereist. Met een dergelijke lijst kan de raad er voor zorgen dat het geen verklaring hoeft af te geven voor strijdige ruimtelijke activiteiten met een zeer beperkt planologisch belang, of activiteiten waarover de raad reeds eerder heeft besloten in de vorm van een gebiedsvisie, wijkontwikkelingsplan, stedenbouwkundig masterplan of soortgelijk ruimtelijk kader.

Op 2 december 2010 heeft de raad van Leiden besloten (RV 10.0122) een lijst met categorieën van gevallen vast te stellen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. De raad heeft op 19 december 2013 deze lijst geëvalueerd en op onderdelen aangepast.

De aanvraag heeft betrekking op:

1. het realiseren van minder dan 1.000m2 bvo horeca binnen bestaand stedelijk gebied, en

2. een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

Voor deze activiteiten is - op grond van de door gemeenteraad vastgestelde lijst -geen verklaring van geen bedenkingen vereist, tenzij de gronden binnen een beschermd stadsgezicht zijn gelegen en de uiterlijke kenmerken van het pand aan de zijde(n) gericht naar de openbare ruimte wijzigen, tenzij er geen zienswijzen tegen het plan worden ingediend.

Het plan is gelegen binnen het beschermd stadsgezicht ‘Leiden binnen de Singels’. De uiterlijke wijzigingen zijn gelegen in het achtergebied en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Dit betekent dat een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

De aanvrager draagt de kosten voor de realisering van het project. De gemeente Leiden doet geen investeringen.


De plankosten worden in rekening gebracht op basis van de Legesverordening 2014.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning hoort een belangenafweging. In zo'n belangenafweging worden alle belangen tegen elkaar afgewogen om uiteindelijk tot een besluit te komen. Gedurende de zienswijzentermijn (zes weken) is eenieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar belang bij het college kenbaar te maken alvorens een besluit werd genomen over verlening van de omgevingsvergunning. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De omgevinsgvergunning is derhalve ongewijzigd vastgesteld.