direct naar inhoud van Ruimtelijke onderbouwing
Plan: Nieuwe Rijn 19
Status: vastgesteld
Plantype: omgevingsvergunning
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.OV00030-0301

Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Bij de gemeente Leiden is een aanvraag om een omgevingsvergunning (BV 130453) ingediend ten behoeve van de aanleg van een ijsbaan voor een bepaalde periode op de Nieuwe Rijn tussen de Visbrug en de Koornbeursbrug.

Dit verzoek is in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan Stadsvernieuwingsplan Aalmarkt e.o.. De gemeente Leiden heeft aangegeven aan deze ontwikkeling te willen meewerken. Dit plan zal middels een uitgebreide procedure (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wabo) mogelijk worden gemaakt.

Dit stuk vormt de ruimtelijke onderbouwing zoals bedoeld in artikel 5.20 Besluit omgevingsrecht (Bor). In deze ruimtelijke onderbouwing zal worden gemotiveerd waarom wordt meegewerkt aan het verzoek tot het verlenen van de omgevingsvergunning.

1.2 Vigerend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan is Stadsvernieuwingsplan Aalmarkt e.o. Dit plan is door de raad vastgesteld op 28 oktober 2003.Geputeerde Staten heeft 25 mei 2004 het besluit tot goedkeuring van het plan genomen. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 8 juni 2005 is het Stadsvernieuwingsplan Aalmarkt e.o. onherroepelijk geworden behoudens een aantal onderdelen. Deze onderdelen hebben geen betrekking op de locatie Nieuwe Rijn en/of op de geldende bestemmingsregels, waardoor dit bestemmingsplan het vigerende toetsingskader is.

In het bestemmingsplan heeft de Nieuwe Rijn en het gedeelte waarop de ijsbaan gerealiseerd zal worden, de bestemming 'water'. In artikel 18 staan de regels. In artikel 18 lid 1 is bepaald dat de gronden aangewezen voor water primair zijn bestemd voor grachten, rivieren en andere openbare watergangen, en secundair tevens voor leidingstroken. Uitsluitend bouwwerken ten behoeve van deze bestemming mogen worden opgericht, zoals bruggen en steigers (artikel 18 lid 2). Een ijsbaan en de daarbij behorende voorzieningen (zoals gebouwtjes voor horeca en schaatsverhuur en ruimte voor de techniek, koelinstallaties e.d.) past niet binnen de bestemming water; het plaatsen ervan is in strijd met de regels uit het bestemmingsplan.

1.2.1 Evenementenbeleid 2013-2018

De ijsbaan is als jaarlijks terugkerend evenement beschreven in het Evenementenbeleid 2013-2018 (Rv 12.0086) van de gemeente Leiden. Dit betekent niet automatisch dat de ijsbaan ook elk jaar georganiseerd zal worden. Het evenementenbeleid biedt hier wel de mogelijkheid toe.

In het evenementenbeleid is bepaald dat het water van de Nieuwe Rijn maximaal 3 keer per jaar mag worden afgesloten, gezien de belangen van de rederijen. Voor de ijsbaan geldt dat de Nieuwe Rijn maximaal 38 dagen mag worden afgesloten in de periode tussen 27 november en 19 januari. Aan het evenementenbeleid is geluidbeleid, opgesteld door de ODWH, gekoppeld. Hierin zijn geluidsnormen opgenomen. De ijsbaan valt, net zoals in 2011, een categorie 1 evenement. Dat wil zeggen maximaal 70 db(A) op de dichtbijzijnde gevel.

Naast de omgevingsvergunning voor het realiseren van de ijsbaan is ook een evenementenvergunning nodig. Dit gebeurt op basis van de APV.

1.2.2 Actualisatie bestemmimgsplan Binnenstad

Het bestemmingsplan voor de Leidse binnenstad (waar nu het bestemmingsplan Binnenstad I van toepassing is) wordt momenteel geactualiseerd. Het bevindt zich nog in een inventarisatie- en onderzoekstadium.

Het is de bedoeling om in dit bestemmingsplan rekening te houden met de jaarlijks terugkerende ijsbaan. Het opstellen van een apart (postzegel) bestemmingsplan behoort echter ook tot de mogelijkheden. Het is op dit moment (nog) niet bekend op welke manier de jaarlijks terugkerende ijsbaan (zoals is mogelijk gemaakt in het Evenementenbeleid 2013-2018) juridisch-planologisch zal worden verankerd.

Hoofdstuk 2 Plantoelichting

2.1 Beschrijving van het plan

Het plan betreft het aanleggen van een ijsbaan op de Nieuwe Rijn tussen de Visbrug en de Koornbeursbrug. De ijsbaan zal alle dagen van de week geopend zijn vanaf 6 december 2013 tot en met 5 januari 2014 (op- en afbouw niet meegerekend). De opbouw start op 2 december 2013 en de afbouw zal gereed zijn op 8 januari 2014. De totale duur bedraagt 38 dagen. De openingstijden zijn: ma-vrij van 12.00-21.00 uur en zat-zon van 10.00-21.00 uur. De ijsbaan zal worden gerealiseerd op de percelen kadastraal bekend als sectie G, nummers 1014 en 1246. Deze percelen zijn in eigendom van de gemeente Leiden.

De ijsbaan wordt op pontons op het water geplaatst en zal gedeeltelijk worden overdekt. Ook wordt er een ruimte ingericht voor techniek en komen er gebouwtjes voor de schaatsverhuur en waar hapjes en drankjes worden verkocht.

2.2 Begrenzing van het plangebied

De ijsbaan is gelegen op de Nieuwe Rijn in het gedeelte tussen de Visbrug en de Koornbeursbrug ter hoogte van het stadhuis en de Nieuwe Rijn 19 (tussen Nieuwe Rijn 14 t/m 23). Deze omgevingsvergunning voorziet in het mogelijk maken van een specifiek ingediend bouwplan. De contour van het water tussen de Visbrug en de Koornbeursbrug, alsmede het gedeelte onder de Koornbeursbrug is aangehouden, zodat de ijsbaan inclusief de bijbehorende gebouwtjes en voorzieningen (horeca, schaatsverhuur en techniek), mogelijk kunnen worden gemaakt. Zie de bijlage voor de plancontour.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de beleidsstukken van de gemeente voor zover deze belangrijk en relevant zijn voor het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling. Aangegeven zal worden hoe de ontwikkeling past binnen de genoemde beleidskaders.

Aangezien het plan geen raakvlakken heeft met ruimtelijk beleid op nationaal en provinciaal niveau (de omvang van het plan is te klein om daadwerkelijk op rijks- dan wel provinciale belangen van invloed te zijn), zullen deze beleidsstukken niet worden genoemd in dit hoofdstuk.

3.2 Gemeentelijk beleid

3.2.1 Structuurplan Leiden 'Boomgaard van kennis'

Het Structuurplan van Leiden 'Boomgaard van Kennis' is vastgesteld in 1995 en beschrijft in hoofdlijnen de meest gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Leiden. Het is bedoeld als sturingskader voor op te stellen bestemmingsplannen. De drie pijlers zijn de versterking van de kennisintensieve werkgelegenheid, het gebruik van de monumentale binnenstad en het bieden van gevarieerde woonmilieus.

In het structuurplan wordt aandacht geschonken aan de belangrijke functie van de binnenstad. De binnenstad wordt gekenmerkt door een middeleeuwse en 17e eeuwse stadsplattegrond, omgeven door een groene singel, met daarbinnen een stelsel van grachten en een groot aantal monumenten. De binnenstad moet een afwisselend netwerk van functies zijn, niet gescheiden, maar gemengd. Het plan past binnen het Structuurplan 'Boomgaard van Kennis'.

3.2.2 Ontwikkelingsvisie 'Leiden, stad van ontdekkingen: profiel 2030'

In 2004 is een gemeentelijke ontwikkelingsvisie vastgesteld waarin een toekomstbeeld wordt geschetst van de stad Leiden. De nadruk ligt op twee pijlers. De eerste pijler is kwaliteit. De historie, de ligging en de levendigheid zijn duidelijke kwaliteiten. Daarnaast valt op dat de Leidse bevolking jong is en een goed opleidingsniveau heeft. De tweede pijler is inbreiding en herstructurering. De stad is nagenoeg volgebouwd, met als gevolg een spanning op de woningmarkt en beperkte ruimte voor wonen, werken en recreëren.

Een belangrijk punt dat de stad Leiden kenmerkt, is de levendigheid; er is een groot aanbod aan kunst en cultuur en evenementen. Het realiseren van de ijsbaan is een jaarlijks terugkerend evenement dat past binnen de huidige functie van de binnenstad in aansluiting bij de ontwikkelingsvisie.

3.2.3 Structuurvisie Leiden 2025

Op 17 december 2009 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2025 vastgesteld. De structuurvisie bouwt voort op het Structuurplan Boomgaard van Kennis en de in 2004 vastgestelde Ontwikkelingsvisie: Leiden stad van ontdekkingen. Op de punten die niet in de Structuurvisie 2025 structuurvisie zijn opgenomen, is de Boomgaard van Kennis van toepassing. Daarnaast is bij het opstellen van de structuurvisie gebruik gemaakt van de Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland. De prioriteiten die in de Regionale Structuurvisie voor Leiden zijn benoemd, vormen het uitgangspunt van de structuurvisie.

 

3.2.4 Programma Binnenstad

In het door de gemeenteraad op 20 januari 2009 vastgestelde programma Binnenstad zijn de ambities en doelstellingen uiteen gezet voor een aantrekkelijkere binnenstad van Leiden. De ontwikkeling van de binnenstad en de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte staan hierin centraal.

De historische binnenstad is een van de onderscheidende kwaliteiten van de stad. Versterking van de kwaliteit zal de aantrekkelijkheid van de stad vergroten. Een doel zoals geformuleerd in het Programma Binnenstad is onder andere het uitbreiden en verbeteren van het cultureel aanbod en evenementen. Het stimuleren en faciliteren van evenementen is een belangrijke ambitie, zij zullen ervoor zorgen dat er (meer) mensen naar de binnenstad komen en leveren een positieve bijdrage aan de economische resultaten van de binnenstad. Ook zullen nieuwe evenementen een sterk imago creëren, passend bij Leiden.Stad van Ontdekkingen.

Het mogelijk maken van de ijsbaan als een (jaarlijks terugkerend) evenement moet op basis van het Programma Binnenstad gestimuleerd worden en is zeer wenselijk.

3.2.5 Structuurvisie Verder met de Binnenstad

De gemeente raad heeft op 11 oktober 2012 (RV 12.0040) de structuurvisie Verder met de Binnenstad vastgesteld. Deze structuurvisie stelt ontwikkelende partijen beter in staat om goede ontwikkelplannen op te stellen en uit te voeren.

Toepassing van Verder met de Binnenstad:

  • 1. leidt tot sterkere sturing op programmatische
  • 2. en ruimtelijke ontwikkelingen en
  • 3. draagt dus sterk bij aan een betere, efficiëntere
  • 4. gebiedsontwikkeling en vastgoedontwikkeling en
  • 5. zorgt voor inhoudelijke samenhang tussen
  • 6. de verschillende ontwikkelingen.

Verder met de Binnenstad heeft de status van structuurvisie. Het vervangt daarmee niet de bestaande Structuurvisie Leiden 2025, maar het is een verdieping op het hoofdstuk over de Binnenstad in de structuurvisie. De samenhang tussen de structuurvisie Verder met de Binnenstad en de overige gebieden in de stad blijft verankerd in de Structuurvisie Leiden 2025, vandaar dat Verder met de Binnenstad niet verder ingaat op deze samenhang.

In Verder met de Binnenstad is aangegeven dat het gedeelte rondom de Nieuwe Rijn deel uitmaakt het van het zogenaamde zwerfmilieu. Het zwerfmilieu of dwaalmilieu is een aanvulling op het kernwinkelgebied en rustiger van aard in gebruik. Er is een menging van historische kwaliteit, winkelen en recreatie. Een gebied met veel bezoekers, levendigheid op straat en horeca en winkels die activiteiten genereren. Het hoofdprogramma van het zwerfmilieu bestaat uit winkels, horeca en kleine terrassen. Voor het water geldt dat het mede voor recreatief gebruik is bestemd en als ondersteunend programma ook voor Evenemententerrein. Het plaatsen van een ijsbaan als jaarlijks terugkerend evenement sluit goed aan bij de beoogde functies en het gebruik van dit gedeelte van de Leidse binnenstad.

3.2.6 Locatiescan

Op 7 mei 2013 heeft het college de "Locatiekeuze ijsbaan. Onderbouwing voor de keuze voor het water van de Nieuwe Rijn" (BW. 13.0415) vastgesteld. In deze locatiescan is onderzoek gedaan naar mogelijke alternatieve locaties in de stad voor het plaatsen van een ijsbaan in de periode december/januari. Verschillende locaties in de (binnen)stad zijn beschouwd, waaronder de Beestenmarkt, Annies Verjaardag, de Apothekersdijk, de Lammermarkt en het Stadhuisplein.

Uit de locatiescan komt naar voren dat de locatie op het water van de Nieuwe Rijn ten opzichte van alle genoemde aspecten (zoals ruimte, publiek, business case, marketing) gezamenlijk het beste scoort. Aan de overige locaties kleven (grote) risico's voor een succesvolle organisatie van het evenement. Waar de ruimtelijke mogelijkheden positief beoordeeld worden (bijvoorbeeld Lammermarkt en Garenmarkt) worden de exploitatiekansen negatief beoordeeld: de afkoop van derving van parkeerbelastingen, de geringe uitstraling en daarmee aantrekkingskracht van de locatie op publiek en sponsoren, etc. Andere potentieel aanlokkelijke locaties blijken in de praktijk te weinig tot gewenst massaal bezoek te leiden of blijken anderszins ongeschikt te zijn. De locatie water Nieuwe Rijn/Vismarkt (en Botermarkt voor de kerstmarkt) lijkt het meest geschikt om op basis van particuliere investeringen bij te dragen aan bestuurlijk vastgestelde doelstellingen met de (binnen)stad.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft in een procedure over de ijsbaan 2012/2013 geoordeeld dat de keuze voor de ijsbaan op de Nieuwe Rijn, zoals verwoord in het door de raad vastgestelde evenementenbeleid, onvoldoende was onderbouwd. De locatiescan voorziet in deze onderbouwing. De bezwaarschriftencommissie heeft in een tussenadvies naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift tegen de evenementenvergunning voor de ijsbaan 2013/2014 geoordeeld dat er in het evenementenbeleid en de locatiescan ten onrechte van uit wordt gegaan dat er tijdens de winter niet tot nauwelijks wordt gevaren. Ook wordt er ten onrechte van uit gegaan dat de Oude Rijn voor alle soorten rondvaartboten een volwaardig en veilig alternatief is. De burgemeester en het college beraden zich nog of deze argumentatie wordt overgenomen. Desondanks is naar aanleiding van de opmerking van de bezwaarschriftencommissie op 18 oktober 2013 de locatiescan door het college als volgt gewijzigd vastgesteld door onderaan pagina 9 de volgende zinsnede toe te voegen: “Voor zover er toch reguliere rondvaarten worden verzorgd en voor zover er geen mogelijkheden zijn om over de Oude Rijn te varen wordt er standaard een mogelijkheid tot nadeelcompensatie geboden”. De nu geldende locatiescan wordt als voldoende onderbouwing van de ijsbaan beschouwd.

Verder is er een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin het volgende is overwogen: "Het college van burgemeester en wethouders dient te beslissen omtrent het verlenen van vrijstelling (afwijking) aan het project, zoals daarvoor vrijstelling (afwijking) is aangevraagd. Indien een project op zichzelf voor het college aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.” (ABRvS 22 juni 2011, nr. 201010341/1/H1).

Het is voldoende dat uit de locatiescan blijkt dat het niet zo is dat op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Wel dienen de feitelijkheden in de locatiescan juist te zijn; de feiten zijn op juiste wijze opgenomen in de locatiescan en met de toevoeging omtrent nadeelcompensatie is voldoende recht gedaan aan de belangen van derden, die mogelijk schade lijden als gevolg van de keuze, volgend uit de locatiescan.

Hoofdstuk 4 Motivering

4.1 Stedenbouwkundige aspecten

4.1.1 Stedenbouwkundige context

De ijsbaan is gelegen op de locatie tussen de Visbrug bij de Hoogstraat en de Koornbeursbrug in de Nieuwe Rijn waar de twee Rijnarmen samenkomen. Aan dit gedeelte van de gracht ligt het monumentale Stadhuis en het Stadhuisplein en dit gedeelte behoort tot de meest monumentale delen van de binnenstad. De openbare ruimte wordt zowel gevormd door de straten op de kade langs de gracht, de monumentale gevelwanden met individuele panden en het monumentale ensemble van het stadhuis. De locatie behoort tot de oudste delen van de historische binnenstad. Het gebruik van water is belangrijk voor de recreatie en langs de kaden staat de wekelijkse warenmarkt. De waterwegen vormen een belangrijk deel van de openbare ruimte van de binnenstad. De waterlijnen behoren tot de belangrijke ruimtelijke structuurlijnen van de binnenstad.

4.1.2 Stedenbouwkundige beoordeling

In Verder met de Binnenstad wordt bepaald dat water een belangrijk deel is van de openbare ruimte. Oevers van het water moeten zoveel mogelijk bruikbaar zijn voor recreatie, water moet zichtbaar zijn vanuit de kaden. Plaatsing van pontons met voorzieningen betekent in principe dat zichtbaarheid en bruikbaarheid van het water wordt belemmerd. Functies passend bij water zijn evenementen, markten, terrassen voor de horeca, doorvaarbare bruggen en aanmeermogelijkheden. De locatie maakt ook deel uit van het zwerfmilieu van de binnenstad. Het zwerfmilieu is te zien als een aanvulling op het kernwinkelgebied met een rustiger gebruik dan de hoofdwinkelstraten en een menging van historische uitstraling, wonen, meer speciale winkels en kleinschalige horeca. Ondersteunend programmadeel zijn openbare ruimte elementen als plein- en speelvoorzieningen.

Doordat er sprake is van gebruik als een terugkerend evenement is er stedenbouwkundig geen bezwaar tegen het plaatsen van een ijsbaan in de binnenstad als jaarlijks terugkerende functie. Het kernwinkelgebied is in de periode rond december en januari intensief in gebruik in verband met de vakanties en feestdagen. Een recreatieve functie als de ijsbaan in dit seizoen is daar een passende, aanvullende functie bij.

In principe betekenen pontons met ijsbaan, tentconstructie, paviljoens voor horeca, kleedruimte en voorzieningen een ruimtelijke verstoring van het stadsbeeld. Dit komt doordat de gracht wordt geblokkeerd met de pontons, de vrije ruimte tussen de gevels van de panden aan de Nieuwe Rijn en het stadhuis wordt met frameconstructie, tentbekleding en installaties gevuld. Daardoor is het grachtenprofiel niet meer herkenbaar. Het gebruik van een paviljoen als tent bij evenementen is voorstelbaar, maar in verschijningsvorm oneigenlijk in binnenstedelijk gebied. Stedenbouwkundig is dit echter acceptabel, omdat het gaat om voorzieningen die gedurende een beperkte vastgestelde periode aanwezig zullen zijn.

De installaties worden achter een frame met doek opgesteld en zijn niet zichtbaar in het straatbeeld. De technische faciliteiten en installaties staan op de kop van de ijsbaan ter plekke van de Vismarkt. Ze houden afstand van de Nieuwe Rijn. Ter plekke van de Vismarkt ligt het Stadhuisplein, zodat hier een bredere ruimte in het profiel is. Aan deze zijde ligt het stadhuis. Aan de andere zijde zijn horecapanden met bovenwoningen aan de Nieuwe Rijn die op ongeveer 20 meter afstand liggen.

4.2 Cultuurhistorie

4.2.1 Beleidskader
4.2.1.1 Nota Cultureel Erfgoed

De Nota Cultureel Erfgoed Leiden, Ontdekkingen van de stad. Beleidsnota Monumenten, Bouwhistorie en Archeologie 2005-2015 is vastgesteld door de gemeenteraad op 20 december 2005.

Leiden heeft een rijk cultureel erfgoed dat beschermd en benut dient te worden. Hoe er omgegaan wordt met de historische structuren, de historische bebouwing en met het archeologisch bodemarchief staat beschreven in de nota. Eén van de uitgangspunten is dat het rijke cultuurerfgoed zowel boven als onder de grond zorgvuldig beheerd moet worden voor nu en voor de volgende generaties. Door te zorgen voor een kwalitatief goede inzet van cultuurhistorie in ruimtelijke en stedelijke ontwikkelingen, krijgt het erfgoed een nieuwe toekomst.

4.2.1.2 Beschermd stadsgezicht

Het gehele gebied binnen de Leidse singels is in 1981 aangewezen als beschermd stadsgezicht. Dit met als doel te waarborgen dat er in de toekomst zo zorgvuldig mogelijk wordt omgegaan met de Leidse binnenstad zoals die door de eeuwen heen tot stand is gekomen. Hier bevinden zich de meeste monumenten en is de uitdaging voor het optimaal beschermen en benutten van het cultureel erfgoed het grootst.

De locatie ligt in het beschermd stadsgezicht Leiden binnen de Singels. De Nieuwe Rijn/Galgewater is de belangrijkste boezemwatergang die centraal door de binnenstad loopt. Langs de Nieuwe Rijn ter weerszijden van de Koornbeursbrug domineert nog altijd de marktfunctie in de vorm van winkelvestigingen.

4.2.2 Onderzoeksresultaten

Gedurende 38 dagen wordt de Nieuwe Rijn ter hoogte van de Koornbeursbrug dichtgelegd met pontons ten behoeve van een ijsbaan. Een ponton van enige omvang vermindert de beleefbaarheid van het water. De Nieuwe Rijn wordt over de gehele breedte dichtgelegd. Het water wordt volledig aan het zicht onttrokken. Dit vormt dan ook een aantasting van het beschermd stadsgezicht ter plaatse. De ijsbaan is echter maar een beperkte periode aanwezig waardoor deze aantasting tijdelijk en daarmee acceptabel is. Een positief punt is dat de benodigde voorzieningen en installaties zoveel mogelijk zijn opgenomen in het geheel, zodat het zicht hierop beperkt is en de uitstraling van de ijsbaan van alle zijden gelijk is.

4.3 Verkeer en parkeren

De binnenstad van Leiden is autoluw. Bezoekers (aan evenementen) voor de binnenstad dienen hun auto's te parkeren in de beschikbare parkeergarages (Haarlemmerstraatgarage, Breestraatgarage, Langegrachtgarage en Morspoortgarage).

De ijsbaan heeft vorig jaar 16.580 bezoekers gehad. Op een dag bezochten tussen de 200 en 800 mensen de ijsbaan. In de weekenden waren de bezoekerscijfers het hoogst. Het grootste aantal bezoekers betrof gezinnen of jongeren/studenten en scholieren (20%). De scholieren kwamen doorgaans lopend of met het openbaar vervoer. De overige bezoekers kwamen lopend, met de fiets of met het openbaar vervoer. Zij zullen via de normale toegangswegen richting het centrum komen. De entree van de ijsbaan wordt geregeld middels loopbruggen aan de zijde van de Koornbeursbrug. De Vismarkt en de Nieuwe Rijn zijn straten met weinig autoverkeer zodat de extra te verwachten aanloop van de ijsbaan geen problemen op gaat leveren. Fietsen kunnen desgewenst gebruik maken van de fietsenstalling bij het stadhuis. Ook op straat is voldoende ruimte.

Dit jaar is de verwachting dat het soort bezoekers gelijk blijft. Ook de wijze waarop zij naar de ijsbaan komen zal niet veel veranderen. Vorig jaar is nergens overlast ervaren met betrekking tot fietsen of auto's. Om dit jaar wederom geen overlast te veroorzaken, wordt via de internetsite www.leiden.nl/ijsbaan en verschillende social media geattendeerd op een aantal mogelijkheden:

- Kom met het openbaar vervoer. De bushaltes zijn heel dichtbij de ijsbaan.

- Parkeer je fiets in één van de fietsenrekken of bij de bewaakte fietsenstalling op de Vismarkt.

- Parkeer je auto op het Haagwegterrein, de Morspoortgarage, de Garenmarkt, de Hoogvliet garage of de Kaasmarkt.

Op deze manier verwachten we ook dit jaar geen overlast te ervaren met betrekking tot auto's en fietsers.

Uit de periodiek uitgevoerde tellingen naar het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de genoemde garages en op straat, blijkt dat er in voldoende mate parkeergelegenheid aanwezig is om de bezoekers (van buitenaf met de auto) op te kunnen vangen.

4.4 Water

Het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) is de waterbeheerder van onder andere de gemeente Leiden en is belast met het waarborgen van de kwaliteit van het water.

Voor het aanleggen van de ijsbaan is (apart van de procedure om de omgevingsvergunning) een vergunning bij het HHR aangevraagd. Deze watervergunning is door het Hoogheemraadschap op grond van Rijnlands Keur verleend met nummer V56502.

 

4.5 Milieu

De Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) beoordeelt en toetst plannen aan de hand van een aantal milieuaspecten; geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering en duurzaamheid. Ten aanzien van de vijf laatstgenoemde aspecten bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan. Voor een goede beoordeling van het aspect geluid, heeft de ODWH aangegeven dat dit nader dient te worden onderzocht door middel van het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Het aspect geluid wordt hieronder besproken.

4.5.1 Geluid

De aanvrager heeft akoestisch onderzoek (zie bijlage) laten uitvoeren en dit onderzoek is ter beoordeling aan de ODWH voorgelegd.

Uit het akoestisch rapport blijkt dat er voor de ijsbaan gebruik worden gemaakt van geluidsarmere chillers van het typenummer “AIR COOLED Reversible WCCHP100” en “AIR COOLED Reversible WCCHP250MK2”. De chillers worden afgeschermd met materiaal, zoals dit ook vorig jaar (2012) is gedaan. Er komt op deze manier nauwelijks geluid van de chillers.

De ODWH heeft geoordeeld dat met toepassing van de aangedragen maatregelen (chiller en een geluidafschermend scherm), wordt voldaan aan de geluidsnormen en vormt het milieuaspect geluid (naast de overige milieuaspecten) geen belemmering voor het realiseren van de ijsbaan.

4.6 Ecologie

Er is een Flora- en fauna quickscan (zie bijlage) uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten in het plangebied.

Vanuit ecologisch oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen het plaatsen van de ijsbaan. Er zijn geen aanwijzingen dat er beschermde dier- of plantensoorten voorkomen in het plangebied. Op dit moment is het is niet te verwachten dat de uitvoering van dit plan leidt tot overtreding van de verboden als genoemd in artikel 8 t/m 12 van de Flora- en faunawet.

4.7 Belangenafweging en conclusie

Gezien het feit dat de ijsbaan een evenement is van beperkte duur (38 dagen) dat past binnen het door de raad vastgestelde Evenementenbeleid 2013-2018 om ter plaatse een jaarlijkse ijsbaan aanwezig te hebben, de positieve (economische) impuls die de ijsbaan geeft aan de stad Leiden, het ontbreken van een reële, gelijkwaardige en geschikte alternatieve locatie (Locatiescan), is geconcludeerd dat deze belangen zwaarder wegen dan een (eventueel) tijdelijk verlies aan inkomsten van Rederij Rembrandt (dan wel andere rederijen), imagoschade (mensen die erop rekenen dat de rederij het hele jaar vaart), en het niet kunnen varen van de gebruikelijke route langs het Stadhuisplein. Het evenement is een belangrijk speerpunt ter bevordering van het toerisme en de economie en deze belangen wegen zwaarder dan het belang van de rederij voor een onbelemmerde doorvaart van de Nieuwe Rijn. Het door de rederij aangevoerde argument van hinder in de bedrijfsvoering en als gevolg daarvan het lijden van schade, laat onverlet dat het college de belangen van de betrokkenen en het doorgang laten vinden van de ijsbaan als evenement, zwaarder laat wegen.

Het college acht het dichtzetten van de Nieuwe Rijn gedurende 38 dagen, conform het Evenementenbeleid 2013-2018, ten behoeve van de ijsbaan aldus wenselijk.

Hoofdstuk 5 Procedurele aspecten

5.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Per 1 oktober 2010 is de Wabo in werking getreden. Op grond van artikel 2.10, lid 1 onder c Wabo dient een omgevingsvergunning geweigerd te worden indien deze in strijd is met het bestemmingsplan en er geen vergunningverlening mogelijk is met toepassing van artikel 2.12 Wabo.

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend na het voeren van een procedure tot afwijking van het bestemmingsplan. Hierbij gelden drie mogelijkheden:

  • indien in het bestemmingsplan een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt gegeven dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 1º van de Wabo;
  • indien het bestemmingsplan geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid biedt, maar bij algemene maatregel van bestuur afgeweken kan worden dan kan deze toegepast worden op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 2º van de Wabo;
  • indien aan geen van bovenstaande voldaan kan worden, de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat, dan kan de omgevinsgvergunning worden verleend met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo doorlopen worden. Dit is een procedure op grond van afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht.

5.1.1 Verklaring van geen bedenkingen (VVGB)

Bij de toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º is in sommige gevallen een verklaring van geen bedenkingen vereist.

De Wabo biedt de raad op grond van artikel 6.5 derde lid Bor de mogelijkheid om een lijst van categorieën van gevallen vast te stellen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de raad niet is vereist.

Op 2 december 2010 heeft de raad van Leiden besloten (RV 10.0122) een (VVGB-) lijst met categorieën van gevallen vast te stellen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist.

Daarnaast is bij de vaststelling van het Evenementenbeleid 2013-2018 vorig jaar beoogd om door middel van een technisch erratum op het Evenementenbeleid, de VVGB- lijst aan te vullen met een 'extra' categorie. Het betreft evenementen die passend zijn binnen het Evenementenbeleid 2013-2018 zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Toevoeging van deze categorie aan de bestaande lijst, betekent dat er voor deze categorie geen VVGB van de raad (meer) is vereist.

De raad heeft zich hier op 9 oktober 2012 over uitgesproken, maar dit punt is niet expliciet in de besluitenlijst (d.d. 11 oktober 2012) opgenomen. De raad zal een herziening van deze besluitenlijst, die toeziet op het toevoegen van een categorie van gevallen voor evenementen die passen binnen het vastgestelde Evenementenbeleid aan de bestaande VVGB-lijst (RV 10.0122), op 7 november 2013 vaststellen.

Dit betekent dat er geen VVGB (meer) vereist is voor de ijsbaan.

5.1.2 Tijdelijkheid

In artikel 2.12 lid 2 Wabo is bepaald dat in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, onder 3° van de Wabo, de vergunning, voor zover zij betrekking heeft op een activiteit voor een bepaalde termijn, kan worden verleend, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

In de eerste instantie is door het college geoordeeld dat met toepassing van genoemd artikel de omgevingsvergunning voor de ijsbaan kon worden verleend aangezien het een activiteit betreft die toeziet op een bepaalde termijn. De ijsbaan zal vanaf 2 december 2013 tot en met 8 januari 2014 (met de op- en afbouw meegerekend) aanwezig zijn, voor een vastgestelde periode dus.

Dit ontwerpbesluit is op 28 augustus 2013 gepubliceerd en met ingang van 29 augustus 2013 voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd (t/m 9 oktober 2013).

Op 4 oktober 2013 heeft mr. R.Th.G. van der Veldt namens Rederij Rembrandt (hierna: rederij) een zienswijze ingediend. In deze zienswijze wordt onder meer naar voren gebracht dat (in tegenstelling tot hetgeen is opgenomen in het ontwerpbesluit) er geen sprake is van een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. Er is geen sprake van een tijdelijke behoefte, maar van een permanente jaarlijks terugkerende behoefte. In Hoofdstuk 6.2 zal de zienswijze alsmede de reactie van het college hierop, worden besproken.

Naar aanleiding van deze zienswijze heeft het college besloten de gevraagde omgevingsvergunning (op basis van de huidige aanvraag) alsnog mogelijk te willen maken, dit keer met toepassing van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º van de Wabo. Het aspect 'voorzien in een tijdelijke behoefte' speelt dan geen rol (meer). Wel dient dit besluit te zijn voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing (artikel 5.20 Bor).

Dit besluit inclusief de ruimtelijke onderbouwing zal aan de indiener van de zienswijze, de rederij, worden toegezonden. Het college stelt de rederij in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn van twee weken een (eventuele) aanvullende zienswijze in te dienen.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

De aanvrager draagt (samen met de sponsoren) de kosten voor het realiseren van het project. De financiën van de aanleg van de ijsbaan zijn volledig voor de rekening van de aanvrager. De gemeente Leiden zal geen investeringen doen. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid van het project aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Zienswijzen

Tegen het ter inzage gelegde besluit voor het realiseren van de ijsbaan is op 4 oktober 2013 één zienswijze binnengekomen van mr.R.Th.G. van der Veldt, RWV Advocaten, namens cliënt Rederij Rembrandt.

Aanvullend heeft Rederij Rembrandt op 24 oktober 2013 een formele niet inhoudelijke zienswijze ingediend. Hier heeft het college per brief van 28 oktober 2013 een reactie op gegeven.

De rederij heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid om de zienswijze van 4 oktober aan te vullen; op 4 november 2013 is deze aanvullende zienswijze ontvangen.

Daarnaast is op 5 november een zienswijze ingediend door K.D. Parmentier van Rederij Schuitjevaart. Rederij Schuitjevaart heeft gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbesluit in de periode 28 augustus 2013 tot 10 oktober 2013 geen zienswijze ingediend. De indiener van de zienswijze is (telefonisch) gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Gelet op de opgegeven reden (het ontgaan van de publicatie, pas onlangs door een collega op geattendeerd) is het college van oordeel dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dient de zienswijze als niet ontvankelijk worden aangemerkt.

Op 8 november 2013 heeft K.D. Parmentier een aanvullende reactie per mail gestuurd met de reden van het niet tijdig indienen van een zienswijze en hierin aangegeven tegen de (permanente) vestiging van de ijsbaan op de Nieuwe Rijn te zijn.

De gronden in de zienswijze van Rederij Schuitjevaart hebben dezelfde strekking als die zijn aangedragen door Rederij Rembrandt en zijn meegenomen in de zienswijzenbeantwoording. Er wordt verwezen naar de Zienswijzennota omgevingsvergunning Nieuwe Rijn 19, als bijlage opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. In deze nota zijn de ingediende (aanvullende) zienswijzen van zowel Rederij Rembrandt als Schuitjevaart opgenomen.

Hieronder zijn de argumenten van de rederij uit de zienswijze van 4 oktober 2013 benoemd en samengevat en van een reactie van het college voorzien. In de zienswijzennota is deze zienswijze meegenomen evenals de (aanvullende) zienswijzen van 24 oktober en 5 november 2013.

6.2.1.1 Argumenten Rederij Rembrandt

1) Tijdelijkheid

Het bestreden besluit is in strijd met de wet. Er is geen sprake van tijdelijkheid, maar van een permanente behoefte. Dit blijkt ook uit de citaten van het college die zijn opgenomen in het besluit, dat de behoefte voor het realiseren van een ijsbaan, maar ook voor het realiseren van podia en evenementen op het vaarwater van de Nieuwe Rijn een permanente jaarlijks terugkerende behoefte is tijdens vakantie- en feestperiodes. Volgens het college is er ook geen reëel alternatief voor de ijsbaan voorhanden. Er is geen sprake van een tijdelijke behoefte, zoals de wet voorschrijft, waardoor het bestreden besluit niet in stand kan blijven.

2) Activiteit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening

De activiteit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening, omdat de activiteit niet past in het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan. Het college wijkt zonder goede ruimtelijke onderbouwing af van deze 'goede ruimtelijke ordening' uit het bestemmingsplan. Het vaarwater behoort open te blijven, mede gelet op de belangen van al degenen die de locatie overeenkomstig de bestemming willen gebruiken.

Het bestreden besluit heeft tot gevolg dat het betreffende openbare vaarwater van de Nieuwe Rijn niet overeenkomstig het bestemmingsplan gebruikt kan worden voor haar normale bedrijfsexploitatie. De afsluiting als gevolg van het plaatsen van de ijsbaan maken dit onmogelijk. De rederij komt stil te liggen met alle gevolgen van dien.

3) Alternatieve locatie voor de ijsbaan

Het is onjuist dat het college beweert dat er geen reëel gelijkwaardig alternatief (gezien alle belangen) voor de ijsbaan voorhanden is.Het is mogelijk om de ijsbaan te realiseren op een terrein dat bestaat uit een combinatie van een stuk grond en water. Er zijn wel degelijk alternatieve locaties voorhanden, maar het college moet bereid zijn haar droom (het kunnen creëren van een groot centraal evenementenplein waar het vaarwater van de Nieuwe Rijn ook onderdeel van uitmaakt) te laten varen.

Verder is het document Locatiekeuze ijsbaan. Onderbouwing voor de keuze voor het water van de Nieuwe Rijn, geenszins een locatiescan, in die zin dat er door het college is onderzocht of er alternatieve locaties zijn voor de ijsbaan. Het college heeft hier geen onderzoek naar gedaan; deze stelling wordt gedeeld door (het advies van) de Commissie Bezwaarschriften.

4) Een reële alternatieve vaarroute is voor de rederij niet voorhanden

Er bestaat voor de rederij geen reële alternatieve vaarroute, aangezien het deel langs het Stadhuisplein juist een heel belangrijk onderdeel vormt van de vaarroute. Zeker in de winter, als het Stadhuisplein en omgeving verlicht zijn. De route over de Oude Rijn is niet aantrekkelijk en gevaarlijk.

De stelling, dat er geen alternatieve vaarroute voorhanden is, wordt ook gedeeld door (het advies van) de Commissie Bezwaarschriften.

5) Voorstel tot privaatrechtelijke schikking van de gemeente Leiden biedt de rederij geen enkel perspectief

Er heeft een tweetal gesprekken plaatsgevonden tussen de rederij, een ambtelijke delegatie en de advocaat van de gemeente Leiden. Doel van deze gesprekken was om te bezien of partijen tot een oplossing konden komen, teneinde juridische procedures te voorkomen. De gemeente Leiden heeft een voorstel gedaan om een privaatrechtelijke schikking te treffen omtrent de tijdelijke afsluiting van het vaarwater van de Nieuwe Rijn in verband met de verleende evenementenvergunning. De gemeente houdt vast aan de situering van de ijsbaan en doet geen water bij de spreekwoordelijke wijn. De argumenten van de rederij kunnen worden verdeeld in bedrijfseconomische en technische argumenten.

6) Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:4, tweede lid van de Awb, het evenredigheidsbeginsel

6.2.1.2 Reactie college B&W

1) Tijdelijkheid

Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is het college tot de conclusie gekomen en deelt hiermee de opvatting van de rederij, dat er geen sprake kan zijn van vergunningverlening met toepassing van artikel 2.12 lid 2 Wabo. Om dit artikel toe te kunnen passen is vereist dat naast de tijdelijkheid aan de voorziening (in casu de ijsbaan), ook de tijdelijkheid aan de behoefe aan de voorziening is aangetoond. Nu de raad zich echter heeft uitgesproken voor het mogelijk maken van de ijsbaan als een jaarlijks terugkerend evenement (Evenementebeleid 2013-2018), is er geen sprake van een tijdelijke behoefte, maar een jaarlijks terugkerende behoefte mede gelet op het feit dat de ijsbaan in 2009, 2011 en 2012 is vergund en gerealiseerd. Hiermee is niet gezegd dat de ijsbaan ook daadwerkelijk elk jaar in de winterperiode (tussen 27 november en 19 januari voor de maximale duur van 38 dagen) zal worden gerealiseerd. Dit is mede afhankelijk of er een aanvraag zal worden ingediend.

Nu de omgevingsvergunning niet met een 'tijdelijke afwijking van het bestemmingplan' kan worden mogelijk gemaakt, zal een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º Wabo , kunnen worden verleend. Het college zal het besluit en de ruimtelijke onderbouwing naar de rederij sturen en stelt de rederij in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn van twee weken een (eventuele) aanvullende zienswijze in te dienen.

2) Activiteit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening

Het college is bevoegd om af te wijken van hetgeen is geregeld in het bestemmingsplan. Bij het verlenen van een dergelijke afwijking, in dit geval met toepassing van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º Wabo, zal het college goed moeten motiveren waarom zij van deze bevoegdheid gebruik wenst te maken. Een belangenafweging ligt hieraan ten grondslag. Met betrekking tot de ijsbaan is het college van mening dat de afweging tussen de belangen van de aanvrager van de ijsbaan en de betrokkenen en de belangen van de rederij(en) en betrokkenen uitgebreid en zorgvuldig is afgewogen. In onderhavige ruimtelijke onderbouwing is verder uitvoerig gemotiveerd waarom het college wenst mee te werken aan een afwijking van het bestemmingsplan, zie hiervoor Hoofdstuk 4.7.

3) Alternatieve locatie voor de ijsbaan

De locatiescan is een onderzoek naar de mogelijkheden om een ijsbaan in de winterperiode (december/januari) te realiseren in de stad. Er zijn verschillende locaties voor de ijsbaan beschouwd, waaruit de Nieuwe Rijn als meest geschikt naar voren is gekomen. De ligging, beleving, aantrekkelijkheid voor publiek en sponsors, mogelijkheden van samenwerking van ondernemers, bijdrage aan economische doelen van de stad zijn de sterke punten van deze locatie.

Voor verdere motivering, wordt verwezen naar Hoofdstuk 3.2.6.

4) Een reële alternatieve vaarroute is voor de rederij niet voorhanden

De route over de Nieuwe Rijn is de gebruikelijke vaarroute van de rederij. Als gevolg van de ijsbaan en hiermee het dichtleggen van het water van de Nieuwe Rijn, kan de rederij deze route voor een bepaalde periode niet gebruiken. Het is de verantwoordelijkheid van de rederij (ondernemer) om de daardoor opgelopen schade zoveel mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld door te kiezen voor een andere, alternatieve vaarroute. Deze mogelijkheid doet zich voor over de Oude Rijn, ook al zou die route niet gelijkwaardig zijn aan de vaarroute over de Nieuwe Rijn.

Er is een andere vaarroute voorhanden en daar gelaten of deze route onveilig dan wel ongelijkwaardig zou zijn, acht het college het belang van de rederij om niet de gebruikelijke route kunnen varen, van minder belang dan de belangen die de ijsbaan voor de stad met zich meebrengt. Schade (aan de boten) is vooralsnog niet aangetoond, het is aan de rederij om dit inzichtelijk te maken. In het kader van nadeelcompensatie kan dan worden bezien in hoeverre er daadwerkelijk schade is of wordt geleden en kan (eventuele) compensatie plaatsvinden.

5) Voorstel tot privaatrechtelijke schikking van de gemeente Leiden biedt de rederij geen enkel perspectief

De gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen de gemeente en de rederij hebben niet geleid tot overeenstemming tussen beide partijen. Dit betreft een privaatrechtelijke kwestie en staat verder los van de motivering en de ruimtelijke overwegingen om de ijsbaan als terugkerend evenement toe te staan.

6) Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:4, tweede lid van de Awb, het evenredigheidsbeginsel

Artikel 3:4 lid 2 bepaalt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Het college vindt niet dat is gehandeld in strijd met artikel 3:4 lid 2 Awb. Het realiseren van de ijsbaan heeft geen onevenredige nadelige gevolgen voor de rederij, nu de afsluiting van de Nieuwe Rijn voor het terugkerend evenement de ijsbaan voorzienbaar is (vastgelegd in het Evenementenbeleid 2013-2018), er een alternatieve (zij mogelijk niet gelijkwaardige) vaarroute bestaat over de Oude Rijn en de mogelijkheid bestaat tot nadeelcompensatie. Al eerder, ook in het kader van het verlenen van de Evenementenvergunning, is aangevoerd dat de rederij aannemelijk en inzichtelijk moet maken dat er sprake is van schade. Aan de rederij is gevraagd een overzicht aan te leveren van de (verwachte) schade. Dit is tot op heden (nog) niet gebeurd.

6.2.2 Beroep

Het college heeft besloten dat het besluit op grond van artikel 6.2 Wabo terstond in werking treedt na bekendmaking. Tegen de verleende omgevingsvergunning staat de mogelijkheid open van beroep bij de rechtbank. Ook kan eventueel om een voorlopige voorziening worden gevraagd.

Tijdens deze termijn kan beroep bij de rechtbank Den Haag worden ingesteld door de volgende personen:

- belanghebbenden die tijdig een zienswijze hebben ingebracht tegen het ontwerpbesluit;
- belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingebracht tegen het ontwerpbesluit.