direct naar inhoud van 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0101

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Algemeen

Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zien. Dat wil zeggen dat de voorgenomen ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan zijn besproken met belanghebbenden. Het is vrijwel niet mogelijk iedereen tevreden te stemmen: bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander.

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de huidige situatie, zoals deze zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld, vastgesteld in een actueel plan. Dit bestemmingsplan heeft dan ook geen maatschappelijke veranderingen tot gevolg. Niettemin zal over het plan een inspraakprocedure worden gevolgd zodat ook de bewoners en andere belanghebbenden zich kunnen uitspreken over de vertaling van de bestaande situatie in dit bestemmingsplan. Ook kunnen zij dan suggesties inbrengen met betrekking tot de ruimtelijke invulling van het plangebied.

De resultaten van zowel het overleg als de inspraak zullen in het ontwerpbestemmingsplan worden verwerkt.

6.2.2 Vooraankondiging

Overeenkomstig het gestelde in artikel 1.3.1 Bro wordt gelijktijdig met het vrijgeven van het voorontwerp bestemmingsplan voor de inspraak, in de publicatie tevens een vooraankondiging van dit bestemmingsplan gedaan.

6.2.3 Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

Het plan zal op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening verzonden aan:

  • Kamer van Koophandel en Fabrieken, Postbus 2059, 2301 CB Leiden;
  • N.V. Nederlandse Gasunie, Postbus 124, 2280 AC Rijswijk;
  • Ministerie VROM, Rijksplanologische Dienst, Inspectie West Provincie Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP 's-Gravenhage;
  • Hoogheemraadschap van Rijnland, Postbus 156, 2300 AD Leiden;
  • Ministerie van Economische Zaken, Rijksconsulentschap Zuid-Holland, Prinses Margrietplantsoen 20, 2595 AM 's-Gravenhage;
  • Rijksdienst voor het Cultureel, Erfgoed, Postbus 1600, 3800 BP Amersfoort;
  • Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, Postbus 9100, 2300 PC Leiden.
  • N.V. Energie- en Watervoorziening Rijnland, Postbus 41, 2300 AA Leiden;
  • Ministerie van VROM, Inspectie Volkshuisvesting
  • Ministerie van VROM, Regionale Inspectie Milieuhygiëne
  • Stichting Buurtcomité Hogewoerd e.o.

De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zullen worden geïnformeerd. Gedurende de inspraaktermijn op het voorontwerp bestemmingsplan worden deze instanties in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorontwerp bestemmingsplan. Eventuele reacties zullen worden meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan.

6.2.4 Inspraak

In Leiden is de Inspraakverordening van kracht. Op grond van die verordening moet voor ruimtelijke plannen een inspraakprocedure worden gevolgd. Onderdeel daarvan is een terinzagelegging met de mogelijkheid om gedurende zes weken inspraakreacties aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

Ingediende inspraakreacties worden betrokken bij de verdere besluitvorming van dit bestemmingsplan. Eventuele reacties die voor overname in aanmerking komen zullen worden meegenomen in het ontwerp bestemmingsplan.

De beantwoording van de inspraakreacties vindt plaats in een inspraaknota. Deze inspraaknota zal door burgemeester en wethouders worden vastgesteld.

6.2.5 Zienswijzen

Na de inspraaktermijn wordt het voorontwerp bestemmingsplan verwerkt tot een ontwerp bestemmingsplan. Daarin worden de inspraakreacties, waar nodig, meegenomen.

Dit ontwerpbestemmingsplan zal gedurende een termijn van opnieuw zes weken voor zienswijzen ter visie worden gelegd. In die termijn kan eenieder een zienswijze tegen het ontwerp indienen.

Ingediende zienswijzen zullen worden betrokken bij de uiteindelijke vaststelling van het bestemmingsplan.