direct naar inhoud van 4.8 Verkeer en vervoer
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0101

4.8 Verkeer en vervoer

4.8.1 Beleidskader
4.8.1.1 Nota mobiliteit

De Nota Mobiliteit geeft de visie van het rijk op het verkeer en vervoersbeleid weer tot en met 2020. De Nota is in samenwerking met de provincies, gemeenten, kaderwetgebieden en waterschappen tot stand gekomen. De Nota Mobiliteit is een zogenaamde planologische kernbeslissing (pkb), een planfiguur die wordt beschreven in de Wet op de Ruimtelijke Ordening en die de nota zijn wettelijke status geeft. Dit betekent dat eerst een beleidsvoornemen wordt gemaakt, waarna inspraak en advies volgen en tot slot een kabinetsstandpunt met parlementaire behandeling. De ruimtelijke aspecten van het verkeers- en vervoersbeleid komen terug in de Nota Ruimte van het ministerie van VROM.

De minister van Verkeer en Waterstaat heeft op 28 mei 2004 de hoofdlijnennotitie voor de Nota Mobiliteit aan de Tweede Kamer aangeboden. In de hoofdlijnennotitie worden de volgende beleidsdoelen aangegeven:

  • het verbeteren van de internationale bereikbaarheid;
  • het verbeteren van de interne en onderlinge bereikbaarheid van de nationale stedelijke netwerken en economische kerngebieden;
  • een goed functionerend systeem voor het vervoer van personen en goederen als essentiële voorwaarde voor economische ontwikkeling;
  • het inzetten op proces- en technologie-innovatie ter realisering van de beleidsdoelen.

De uitgangspunten bij het realiseren van deze beleidsdoelen zijn betrouwbare reistijden, vlotte en veilige verkeersafwikkeling binnen de (inter)nationale wettelijke en beleidsmatige kaders van milieu en leefomgeving. Een goede bereikbaarheid is een voorwaarde voor de sociale en economische ontwikkeling in Nederland. Op zijn beurt creëert die ontwikkeling weer nieuwe mobiliteit. Mobiliteit mag, maar niet altijd en overal. Mensen moeten mobiel kunnen zijn om maatschappelijk te kunnen participeren.

4.8.1.2 Regionaal Verkeer- en Vervoerplan (RVVP)

Begin juli 2002 is het ontwerp Regionaal Verkeer- en Vervoerplan verschenen. In dit RVVP met de titel 'De Regio's Verbonden' wordt aangegeven wat de komende jaren het beleid zal zijn voor de Leidse Regio, de Duin en Bollenstreek en de Provincie Zuid-Holland. Met het plan wil men vraagstukken aanpakken die op het gebied van mobiliteit een bijdrage leveren aan een goed klimaat om te wonen, werken en ondernemen in de regio.

Ten aanzien van het plangebied zijn de volgende aandachtsvelden van belang:

  • Mobiliteit en ruimte; dit aandachtsveld stelt de volgende doelen:
  • a. betere afstemming van de ruimtelijke ontwikkelingen en de vervoersnetwerken;
  • b. bundeling van activiteiten op locaties die goed bereikbaar zijn met de vervoermiddelen die daarbij horen; in dit geval het openbaar vervoer;
  • c. een uitgekiende ruimtelijke ordening, zodat gebruik van fiets en openbaar vervoer gestimuleerd worden.
  • De fiets; dit aandachtsveld stelt de volgende doelen:
  • a. meer gebruik van de fiets in stedelijke gebieden;
  • b. gebruik van fiets als voor- en natransport bij het openbaar vervoer.
  • Openbaar vervoer;

4.8.1.3 Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP), Leiden, stad in beweging

Leiden is strategisch gelegen als schakelpunt tussen de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Dat blijkt ook uit de mobiliteitscijfers. De gemiddelde Leidenaar maakt 10% meer verplaatsingen dan personen in vergelijkbare sterk stedelijke gemeenten. Om dit zowel nu en in de toekomst vlot en veilig te kunnen blijven doen zijn er diverse inspanningen nodig.

Omdat het verkeers- en vervoersbeleid in Leiden nu nog verwerkt is in een scala aan deelplannen is dit integraal verkeers- en vervoersplan opgesteld. Hierin is de onderliggende visie verwoord, wordt de samenhang met andere vakdisciplines aangeven, komen alle vervoerwijzen aan bod en is een actieplan opgesteld voor uitwerking van het beleid. Nadrukkelijk is daarbij gekeken naar de verwachtingen voor de toekomst.

Centraal binnen het plan staat het stimuleren van duurzame mobiliteit. Dat wil zeggen dat door de te nemen maatregelen én de noodzakelijke bereikbaarheid van voorzieningen met verschillende vervoerswijzen is gewaarborgd én een bijdrage wordt geleverd aan een kwalitatief goede leefomgeving. De mobiliteitsvraag wordt gefaciliteerd uit oogpunt van vitaliteit en economie. Echter, Leiden als historische stad en verblijfsplaats, waar de netwerkstructuur en de openbare ruimte niet optimaal zijn ontwikkeld op het massale autogebruik van de nieuwe tijd, noodzaakt wel tot een beheerste groei van die mobiliteit.

Er wordt sterk ingezet op behoud en verbetering van het aandeel langzaam verkeer in de verplaatsingen in de stad. De parkeerstrategie zet in op ontlasting van de (binnen)stad en opvang aan de stadsrand.

Zowel op korte als langere termijn leveren vervoers- en verkeersmanagementmaatregelen een bijdrage aan de oplossing. De strategie is uitgewerkt in een vijftal samenhangende thema's: mobiliteit, ruimtelijke ordening, bereikbaarheid, leefbaarheid en randvoorwaarden.

4.8.1.4 Kadernota Bereikbaarheid

De Kadernota bereikbaarheid is door de gemeenteraad van Leiden vastgesteld op 29 mei 2009. Hierin worden ontwikkelingsplannen ter verbetering van het vervoersnetwerk in Leiden voorgesteld. Ook wordt een lange termijn visie bereikbaarheid (2025) gepresenteerd. In deze visie wordt geschetst hoe het verkeerssysteem in Leiden het best georganiseerd zou kunnen worden met als doel om de stad op de lange termijn optimaal te kunnen ontwikkelen en bereikbaar te houden. Een hoofddoelstelling van Leiden is om verkeer van en naar de stad mogelijk te maken met goede routes en heldere parkeercirculatie en daarmee doorgaand verkeer door het historische centrum te beperken. Dat betekent dat het aantal doorgaande autobewegingen in de binnenstad zo veel mogelijk teruggebracht dient te worden. Uitgangspunt is dat de binnenstad voor bevoorrading - en bestemmingsverkeer (bewoners) goed bereikbaar moet blijven. Om deze doelstelling te bereiken zijn aan de rand van de binnenstad parkeergarages nodig en dienen de routes door het centrum onaantrekkelijk voor doorgaand autoverkeer te worden. Het plangebied maakt deel uit van de binnenstad.

De fiets speelt ook een belangrijke rol in het Leidse verkeerssysteem. Een andere doelstelling is om die rol minimaal te handhaven. De beste kansen hiertoe dienen zich aan door voldoende fietsvoorzieningen in te bedden binnen andere ontwikkelingen. Zo wordt binnen infrastructurele projecten de fiets gefaciliteerd: binnen het dwarsprofiel wordt voorzien in veilige fietsvoorzieningen en daar waar hoofdroutes van het autoverkeer die van fietsverkeer kruisen wordt in principe (N.B. doorgaans niet in de binnenstad) voorzien in een ongelijkvloerse kruising. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden eisen gesteld aan de mogelijkheden tot het stallen van fietsen. Ontwikkelingen gaan niet ten koste van bestaande stallingsgelegenheid: bij het vervallen van plaatsen wordt compensatie, zowel ruimtelijk als financieel binnen de ontwikkeling meegenomen, vermeerderd met de extra stallingsbehoefte die de ontwikkeling genereert.

De gemeenteraad van Leiden heeft op 26 mei 2009 de Kadernota Bereikbaarheid vastgesteld. In deze nota staan de thema's parkeren en bereikbaarheid centraal; er komen meer parkeerplekken in en rondom de binnenstad van Leiden en wordt beter toegankelijk voor fietsers en voetgangers.

4.8.1.5 Parkeerbeleidsplan

In januari 2002 is het Parkeerbeleidsplan Leiden vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente stelt voor haar gehele grondgebied een parkeerbeleid vast.

Daarin wordt onder andere bepaald waar in de gemeente betaald moet worden voor parkeren, waar een vergunning vereist is en welke normen worden gehanteerd voor de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen.

4.8.2 Onderzoeksresultaten
4.8.2.1 Parkeren

Inleiding

De gemeente Leiden hanteert de kencijfers van kennisorgaan CROW als leidraad voor het bepalen van parkeereisen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze kencijfers worden landelijk geaccepteerd als leidende adviesnormen voor parkeersituaties.

De CROW-kencijfers bieden adviesnormen voor verschillende functies, en met verschillende bandbreedtes. De gemeente Leiden hanteert in beginsel de maximale bandbreedte met de strengste norm, behalve in gebieden die buitengewoon goed ontsloten zijn met openbaar vervoer, zoals gebieden in de directe omgeving van NS-station Leiden Centraal of NS-station Lammenschans.

Parkeerberekening

Bij de berekening van de parkeereis wordt altijd van de bestaande situatie uitgegaan als zijnde de nulsituatie, waarbij het uitgangspunt geldt dat de parkeersituatie niet mag verslechteren. Ook in gebieden waar de parkeersituatie reeds slecht is kunnen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, zolang aan dit uitgangspunt wordt voldaan. Daarom is het verschil in de parkeerbehoefte in de oude situatie vergeleken met de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie, en is dit verschil als parkeereis aan de ontwikkelaar voorgelegd. Deze heeft het bouwplan aangepast, om te voldoen aan de parkeereis.

Het plangebied is een onderdeel van de Leidse binnenstad waar een systeem voor betaald parkeren is ingevoerd. Per saldo is er in de Leidse binnenstad voldoende parkeergelegenheid beschikbaar. Uit onderzoek is gebleken dat de situatie in het plangebied toereikend is en er gedurende het gehele etmaal voldoende plaatsen aanwezig zijn, zie hiervoor bijlage 4.

Behalve parkeergelegenheid op straat bevindt zich in de wijk ook de Hoogvlietparkeergarage met een capaciteit van 372 plaatsen. In deze garage is voldoende capciteit beschikbaar. De aan het Levendaal gelegen Dekamarkt beschikt daarnaast over 15 overdekte parkeerplaatsen voor bezoekers. De daarboven gelegen appartementen beschikken over eigen parkeerplaatsen binnen dit complex.

4.8.2.2 Ontsluiting

Aansluiting centrum

Het eerste gedeelte van de Hogewoerd sluit direct aan op het stadshart met daarbinnen het kernwinkelgebied . Het gevarieerde winkelbestand en de aanwezigheid van enkele horeca zaken in dit deel van de Hogewoerd maken het tot een geslaagde aanlooproute naar het centrum. Ook de aanwezigheid van een parkeergarage aan het Levendaal en de Korevaarstraat draagt daartoe bij. Het bestemmingsplan voor de Hogewoerd zal gericht zijn op het behouden van deze goede aansluiting op het centrum. Het aaneengesloten winkelfront in het gedeelte Hogewoerd tot aan de Sint Jorissteeg, het Gangetje en het gedeelte van de Korevaarstraat tot aan de Kaardesteeg dient daarom vastgelegd te worden in het bestemmingsplan.

Aansluiting Zuidelijke Schil

Een veilige en rechtstreekse route naar de, buiten het plangebied gelegen, groenvoorzieningen is van belang. Dat geldt ook voor diverse andere voorzieningen buiten het plangebied zoals bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg. De Kraaierstraat blijft voor voetgangers en fietsers deze functie vervullen als belangrijke schakel tussen de binnenstad en gebied van de Zuidelijke Schil.

Verkeersstructuur

Het plangebied wordt doorsneden door een aantal wegen die een belangrijke rol spelen in de verkeersafwikkeling van en naar de Leidse binnenstad. Het betreft in de eerste plaats het Levendaal, die via de Plantagelaan in verbinding staat met De Hoge Rijndijk. In het verlengde van de Hooigracht betreft het de Watersteeg, de Sint Jorissteeg en de Oranjeboomstraat. De Geregracht verbindt de Lammenschansweg.

Het openbaar vervoer

De hiervoor genoemde wegen zijn van belang voor het openbaar autobusvervoer door de binnenstad. Het betreft het openbaar vervoer in diverse richtingen.

Het (doorgaand) fietsverkeer

Door het plangebied lopen verschillende fietsroutes.

De verblijfsgebieden

De Hogewoerd is niet van belang voor het doorgaand autoverkeer. Het eerste deel tussen het Gangetje en de Sint Jorissteeg is zelfs alleen ingericht voor fietsers en voetgangers. Ook de overige straten, stegen en pleintjes binnen het plangebied hebben voornamelijk een verblijfsfunctie.

Door het stadsvernieuwingsproces in de laatste 15 jaar van de vorige eeuw is het stegengebied tussen de Hogewoerd, Koenesteeg, Levendaal en Kraaierstraat in sterke mate gerevitaliseerd en weer toegankelijik gemaakt. In het bestemmingsplan wordt dit kleinschalige karakter van het stegengebied vastgelegd. Dat geldt ook voor de privé tuinen, die in dit gebied zijn ontstaan.