direct naar inhoud van Artikel 9 Groen
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0101

Artikel 9 Groen

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. voetpaden;
  • c. speelvoorzieningen en hierbij passende, openbare verblijfsvoorzieningen; straatmeubilair, nutsvoorzieningen en dergelijke;
  • d. bijbehorende verhardingen ;
  • e. watergangen;
  • f. aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeersvoorzieningen.

9.2 Bouwregels
9.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 4 meter bedragen.
  • b. Kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen maximaal 5 meter hoog zijn.
9.3 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
9.4 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

9.5 Afwijking van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 9.4, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

9.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.6.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden

Het is verboden op of in de in het plan begrepen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de navolgende werken en/of werkzaamheden (geen bouwwerken zijnde) uit te voeren:

a. het rooien of vellen van monumentale bomen en andere beeldbepalende individuele bomen of bomen deel uitmakend van een boomgroep, bomenrij of boomstructuur;

b. het aanbrengen van een gesloten oppervlakte verharding binnen een afstand van 8 meter of minder uit het hart van de stam van waardevolle bomen, zoals bedoeld sub a;

c. het aanleggen van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 30 m², paden buiten beschouwing gelaten.

9.6.2 Toelaatbaarheid

De in artikel 9.6.1 bedoelde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor;

a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden dan wel de mogelijk heden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden verkleind.

b.het rooien, vellen of beschadigen van bomen en andere opgaande beplanting noodzakelijk is in verband met ernstige hinder, gevaar of ziekte en mits herplant verzekerd is;

c.aangetoond kan worden dat zulks in het belang van een goede ruimtelijke inrichting van het gebied is gewenst en mits verplanting of herplant is verzekerd;

9.6.3 Uitzondering op de omgevingsvergunningplicht

Geen omgevingsvergunning is vereist voor de in dit artikel bedoelde werken en/of werkzaamheden die:

a. betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer of gebruik overeenkomstig de bestemming;

b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan

c. van zeer geringe omvang, met inbegrip van de sub a, bedoelde onderhoudswerken ten behoeve van de verzorging van bomen en andere opgaande beplanting;