direct naar inhoud van Artikel 14 Water
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0101

Artikel 14 Water

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor :

  • a. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging, waterlopen met bijbehorende taluds, bermen, groenvoorzieningen;
  • b. recreatieve voorzieningen, kunstwerken, leidingen en kademuren;
  • c. woonschepenligplaatsen;
  • d. horecaterras (tr).
14.2 Bouwregels
14.2.1 Gebouwen

Op of in deze grond mogen geen gebouwen worden gebouwd.

14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

14.3 Specifieke gebruiksregels
14.3.1 Woonschepen

Binnen de bestemming 'Water' mag alleen gewoond worden in woonschepen. Uitsluitend de op de verbeelding met (wl) aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het innemen van ligplaatsen door woonschepen.

14.3.2 Afmetingen van ligplaatsen en woonschepen
  • a. Voor de op de verbeelding met (wl) aangewezen gronden aan de Nieuwe Rijn met adres Utrechtse Veer 20a, 24a, 25b, 28b, 28c en 28d, gelden de volgende nadere regels:
Maximale afmetingen   Ligplaats   Opbouw  
Lengte   18 meter   16 meter  
Breedte   5,50 meter   5 meter  
Hoogte   -   3 meter  
Diepgang   -   1 meter  
Maximaal toegestane afstand van de verst verwijderde gevel van de opbouw tot aan de wal   -   5,50 meter  

  • b. De onderlinge afstand tussen de woonschepen met voorzieningen moet minimaal 2,00 meter bedragen en de afstand tussen de buitenwanden van de opbouwen moet minimaal 5,00 meter bedragen.
  • c. De maximale breedte van de ligplaats en de opbouw dient binnen het remmingwerk te blijven.

14.3.3 Voorzieningen

Mits gelegen binnen de afmetingen van de ligplaats zijn voorzieningen voor een woonschip toegestaan.

14.3.4 Berging bij woonschip

Het bevoegde gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 39.2.1 voor het bouwen van een berging ten behoeve van een woonschip met een oppervlakte van maximaal 6 m2 en een hoogte van maximaal 2 meter mits dit stedenbouwkundig en verkeerstechnisch verantwoord is.

14.3.5 Erfafscheiding bij woonschip

Het bevoegde gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 39.2.2 voor het plaatsen van beplanting of een erfafscheiding met een maximale hoogte van 1,2 m gemeten vanaf het maaiveld mits dit stedenbouwkundig verkeerstechnisch verantwoord is.

14.3.6 Horecaterras

Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (tr) is een terras ten behoeve van een horecabedrijf toegestaan gevestigd in het aan het water grenzende hoofdgebouw.

14.4 Bouwvoorschriften

Voor het bouwen geldt de volgende bepaling:

op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, zoals meerpalen, steigers, oeverbeschoeiingen, vlonders, duikers en zinkers, alsmede bruggen.

14.5 Nadere eisen

Het bevoegde gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en omvang van bouwwerken en woonboten, indien zulks uit een oogpunt van ruimtelijke ordening of volkshuisvesting noodzakelijk is.

14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.6.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden op of in de in het plan begrepen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:

het (gedeeltelijk) veranderen, vergraven, dempen, ondertunnelen of overkluizen van watergangen en waterpartijen.

14.6.2 Uitzondering
  • a. Geen omgevingsvergunning is vereist voor de in dit artikel bedoelde werken en/of werkzaamheden die:
  • 1. betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer, of gebruik overeenkomstig de bestemming;
  • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • 3. van zeer geringe omvang zijn.

b. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder a. zijn slechts toelaatbaar indien en voorzover de belangen van waterhuishoudkundige aard of de beroeps- of recreatievaart hierdoor niet onevenredig worden aangetast.

14.6.3 Voorwaarde voor de omgevingsvergunning

Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegde gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.