direct naar inhoud van Artikel 11 Tuin
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0101

Artikel 11 Tuin

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, waterpartijen en hofjes met de daarbij behorende toegangspaden en leidingen en binnen de bestemming passende andere bouwwerken.

11.2 Bouwregels
11.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met hoogte van maximaal 3 meter.

11.2.2 Hoogte tuinmeubilair

In afwijking van het bepaalde in artikel 11.2.1 mag de bouwhoogte van tuinmeubilair voor de voorgevelbouwgrens niet meer dan 2 meter en achter de voorgevelrooilijn niet meer dan 2,7 meter bedragen.

11.2.3 Hoogte erfscheidingen

De bouwhoogte van een erfafscheiding mag in afwijking van het bepaalde in lid 16.3.2 niet meer bedragen 0,80 m, voorzover deze erfafscheiding is gesitueerd voor de voorgevelbouwgrens.

11.2.4 Hoogte bestaande tuinmuren

De bouwhoogte van een al aanwezige tuinmuur mag in afwijking van het bepaalde in 11.2.1, 11.2.2 en 11.2.3 niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte, waarbij de bouwhoogte van een op de kaart als beeldbepalend aangeduide tuinmuur niet lager mag zijn dan de bestaande hoogte.

11.3 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van ter bescherming van de cultuurhistorische waarde van het hoofdgebouw en de omgeving van de tuin.

11.4 Afwijking van de bouwregels
11.4.1 Aanbouwen en bijgebouwen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 ten behoeve van de bouw van een aanbouw aan een hoofdgebouw en / of van een bijgebouw mits:

  • a. dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de desbetreffende functie op de begane grond;
  • b. dit noodzakelijk is om te beschikken over een bergruimte voor fietsen, tuinbenodigdheden, plantenkasje, volière of dierenhok;
  • c. geen onevenredige schade zal worden toegebracht aan waardevolle bomen;
  • d. de oppervlakte niet meer zal bedragen dan 20 m2 en hierbij tevens de voor tuin aangewezen gronden met niet meer dan 15 % worden bebouwd;
  • e. de goothoogte van een aanbouw niet meer zal bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag vermeerderd met 0,25 meter en de goothoogte van een bijgebouw niet meer dan 2,50 m.
  • f. het niet mogelijk is de aanbouw of het bijgebouw te bouwen op gronden in een aangrenzende bestemming waarbinnen bebouwing is toegestaan of waarbinnen de maximaal toegestane bebouwing al is gerealiseerd;
  • g. het bepaalde sub f geldt niet voor zover het bijgebouw bestaat uit een berging voor fietsen of tuingereedschap, dierenhok of volière over een grondoppervlakte van maximaal 8 m2; .
  • h. de bebouwing wordt gesitueerd in het tuingedeelte gelegen achter de voorgevelbouwgrens.
11.5 Specifieke gebruiksregels
11.5.1 Algemeen

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

11.5.2 Geen verhardingen en parkeen

Het is niet toegestaan de gronden aangewezen voor tuin

a. te gebruiken voor parkeerdoeleinden;

b. te verharden, behoudens toegangspaden en sierbestrating over een oppervlakte van meer dan 20% en tot een maximum van 20 m2 per perceel

11.6 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 11.5 uitsluitend voor de aanleg betreft van oppervlakte verhardingen groter dan 20 m2, welke het karakter van de betreffende tuin of groenvoorziening niet aantasten.

11.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
11.7.1 Vergunningplichtige werken en of werkzaamheden

Het is verboden op of in de in het plan begrepen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de navolgende werken en/of werkzaamheden (geen bouwwerken zijnde) uit te voeren:

a. het rooien of vellen van monumentale bomen en andere beeldbepalende individuele bomen of bomen deel uitmakend van een boomgroep, bomenrij of boomstructuur;

b. het aanbrengen van een gesloten oppervlakteverharding binnen een afstand van 8 meter of minder uit het hart van de stam van waardevolle bomen, zoals bedoeld sub a;

c. het aanleggen van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 20 m², paden buiten beschouwing gelaten.

11.7.2 Toelaatbaarheid

a. De in artikel 11.7.1 bedoelde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de met het beschermd stadsgezicht verbonden cultuurhistorische waarden dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden verkleind.

b. het rooien, vellen of beschadigen van bomen en andere opgaande beplanting nooodzakelijk is in verband met ernstige hinder, gevaar of ziekte en mits herplant verzekerd is;

c. aangetoond kan worden dat zulks in het belang van een goede ruimtelijke inrichting van het gebied is gewenst en mits verplanting of herplant is verzekerd;

11.7.3 Uitzonderingen op de omgevingsvergunningplicht

Geen omgevingsvergunning is vereist voor de in dit artikel bedoelde werken en/of werkzaamheden die:

a. betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer of gebruik overeenkomstig de bestemming;

b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan

c. van zeer geringe omvang, met inbegrip van de sub a, bedoelde onderhoudswerken ten behoeve van de verzorging van bomen en andere opgaande beplanting