direct naar inhoud van Ruimtelijke onderbouwing
Plan: Terras binnenterrein Haagweg 4A
Status: ontwerp
Plantype: omgevingsvergunning
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.OV00091-0201

Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

In een voormalige ambachtsschool aan de Haagweg nummer 4 is sinds 23 september 2014 de horecagelegenheid galerie-café Leidse lente geopend. Naast het serveren van een borrel, lunch en diner worden hier exposities gehouden van diverse kunstenaars.

Daarnaast zitten in het historische gebouw (gemeentelijk monument) 55 ateliers en ruim 20 bedrijfsruimten. Hier werken mensen uit de creatieve sector, zoals beeldend kunstenaars, fotografen, filmers en vormgevers.

De werkruimtes in het gebouw worden verhuurd door Stichting Werk en onderneming. Deze stichting heeft op 17 februari 2014 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het maken van een terras en kruidentuin achter het grand café op het binnenterrein van Haagweg 4.

 

1.2 Begrenzing plangebied

Het terras en de kruidentuin zijn aangevraagd voor het binnenterrein achter Haagweg 4. Aan de zuidzijde wordt het terrein begrensd door een theehuis en tuinmuur, aan alle overige zijden wordt het binnenterrein omringd door het gebouw van de voormalige ambachtsschool. Op onderstaande afbeelding is het plangebied aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0001.png"

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan Zuidelijke Schil. Dit bestemmingsplan is op 12 november 2009 vastgesteld door de gemeenteraad en in 2012 onherroepelijk geworden. De locatie waarvoor het terras is aangevraagd heeft in dit bestemmingsplan de bestemming tuin. Verder geldt ter plekke een bevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders om de bestemming ter plekke te wijzigen. Hiervan wordt in dit geval echter geen gebruik gemaakt, waardoor de wijzigingsbevoegdheid in dit kader verder buiten beschouwing kan blijven.

Op onderstaande afbeelding is de huidige bestemming van het binnenterrein te zien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0002.png"

Uitsnede bestemmingsplankaart 'Zuidelijke Schil'

De gronden met de bestemming tuin zijn bestemd voor tuinen, water, waterpartijen en hofjes met de daarbij behorende toegangspaden en leidingen. Hierbij is bepaald dat het niet toegestaan is om de gronden te gebruiken voor parkeerdoeleinden of te verharden, behoudens toegangspaden en sierbestrating over een oppervlakte van niet meer dan 30% en tot een maximum van 50 m2 per perceel. Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met een hoogte van maximaal 2,7 meter.

In de bestemming tuin zijn binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor het onder voorwaarden bouwen van aanbouwen en bijgebouwen, voor het vernieuwen van bestaande gebouwen en voor de bouw van een fietsenberging vóór de voorgevelbouwgrens.

Het gebruik als horecaterras is niet toegestaan binnen de bestemming tuin.

Hoofdstuk 2 Beschrijving van de omgevingsvergunning

2.1 Beschrijving van de locatie

De binnentuin waarvoor het terras is aangevraagd is aan de westzijde, noordzijde en oostzijde omringd door de ambachtsschool, waarin zich nu galeries en bedrijfsruimtes bevinden. Aan de zuidkant wordt de binnentuin begrensd door een tuinmuur en een theehuis. Achter de tuinmuur bevinden zich woningen. Een smalle doorgang naast het theehuis leidt naar de achterzijde van de bebouwing waarbinnen theater Ins Blau en ICF Leiden zich bevinden.

Onderstaande afbeelding met bijbehorende foto's geeft een beeld van de situatie ter plekke.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0003.png"

De rode pijlen geven aan vanaf welk punt en in welke richting onderstaande foto's genomen zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0004.png"

Foto 1: richting achterzijde Leidse Lente

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0005.png"

Foto 2: richting theehuis

Op foto 2 is de doorgang rechts naast het theehuis te zien, dat eveneens als vluchtroute kan worden gebruikt. Via deze doorgang worden ook goederen aan- en afgevoerd en wordt vuilnis afgevoerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0006.png"

Foto 3: richting achterzijde Leidse Lente (ter hoogte van theehuis

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0007.png"

Foto 4: richting Rijn en Schiekade

Op foto 4 is te zien dat vanuit het binnenterrein een doorgang aanwezig is naar de Rijn en Schiekade. Deze doorgang loopt onder bebouwing door, dat behoort bij het creatieve complex. De doorgang wordt alleen gebruikt als vluchtweg en is geen toegangsroute naar het complex of naar het galerie-café.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0008.png"

Foto 5: richting theehuis vanaf Rijn en Schiekade

2.2 Beschrijving van het project

Het aangevraagde terras bevindt zich op een afstand van 1 tot 13 meter vanaf de achtergevel van het galerie-café. De terrasruimte is 5,65 meter breed en bijna 12 meter diep. Aan weerszijden van de terrasruimte resteert een ruimte van bijna 3,5 meter.

Het terras is aangevraagd voor maximaal 36 personen, zoals ook te zien is op onderstaande afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0009.png"

In het verlengde van de terrasruimte was een biologische kruidentuin aangevraagd. Deze kruidentuin had een lengte van ongeveer 12 meter en bevond zich op een afstand van 1,2 meter van het bestaande theehuis. Naar aanleiding van diverse inspraakreacties is de kruidentuin uit de aanvraag gehaald, waarna is uitgegaan van de bestaande verharding.

Verder was in de aanvraag uitgegaan van een houten bedekking van het buitenterras. Dit is echter op grond van de gemeentelijke 'Beleidsregels en nadere regels terrassen 2016' niet toegestaan. De houten bedekking is daarom uit de aanvraag gehaald, waarna is uitgegaan van de bestaande verharding.

In bijlage 1 is een situatietekening te zien waarop de nieuwe situatie van het binnenterrein is weergegeven.

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader

In dit hoofstuk zijn de beleidsstukken van het Rijk, de provincie de regio, het waterschap en de gemeente benoemd voor zover deze relevant zijn voor het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling. Per beleidsstuk is aangegeven hoe de voorgenomen ontwikkeling past binnen de genoemde beleidskaders.

Aangezien het plan geen raakvlakken heeft met ruimtelijk beleid op nationaal niveau (de omvang van het plan is te klein om daadwerkelijk op rijksbelangen van invloed te zijn) en op provinciaal en regionaal niveau (er zijn geen provinciale en / of regionale belangen die bij de realisatie van een terras in het geding zijn), worden nationale beleidsstukken, provinciale beleidsstukken en regionale beleidsstukken niet genoemd in dit hoofdstuk.

3.1 Gemeentelijk beleid

3.1.1 Structuurvisie Leiden 2025
3.1.1.1 Beleidskader

Op 17 december 2009 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2025 vastgesteld (RV 09.0130). Deze structuurvisie is bij raadsbesluit van 1 december 2011 herzien (RV 11.0104). De structuurvisie bouwt voort op het Structuurplan Boomgaard van Kennis en de in 2004 vastgestelde Ontwikkelingsvisie: Leiden stad van ontdekkingen. Op de punten die niet in deze structuurvisie zijn opgenomen, is de Boomgaard van Kennis van toepassing. Voor de overige aspecten vormt de structuurvisie de basis. Bij het opstellen van de structuurvisie is gebruik gemaakt van de Regionale Structuurvisie van Holland Rijnland. De prioriteiten die in de Regionale Structuurvisie voor Leiden zijn benoemd, vormen het uitgangspunt van de structuurvisie.

De uitgangspunten van de structuurvisie zijn het bestaande beleid en de ambities en verwachtingen die in overleg met partijen en partners zijn geformuleerd. Dit heeft geleid tot een Structuurvisie met de volgende ambities:

  • de historische binnenstad wordt beter op de kaart gezet;
  • het Bio Science Park en de kenniseconomie worden verder ontwikkeld;
  • de bereikbaarheid wordt verbeterd;
  • de groene en blauwe structuren in en rondom de stad worden versterkt en verbonden;
  • de kansen die zich in het Stationsgebied, Transvaal/Vondellaan en op De Waard aanbieden worden benut om met wonen en werken een bijdrage te leveren aan de versterking van de kennisstad.

3.1.1.2 Onderzoeksresultaten

Het creatieve cluster in de oude ambachtsschool behoort tot een gebied dat in de Strcutuurvisie is aangeduid als 'nieuw gemengd stedelijk milieu'. Hier verrijst vlak langs het spoor de nieuwe wijk Tevreewijk. Galerie café Leidse Lente, de ateliers en de werkruimtes dragen tezamen bij aan het stedelijke milieu op deze locatie aan de rand van het centrum.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0010.png"

Uitsnede structuurvisie Leiden 2025

3.1.2 Ruimtelijk-economische horecavisie Leiden
3.1.2.1 Beleidskader

Op 11 februari 2016 heeft de gemeenteraad de Ruimtelijk economische horecavisie Leiden vastgesteld. De gemeente Leiden wil met deze ruimtelijk-economische horecavisie een horecaontwikkeling stimuleren die bijdraagt aan de kwaliteit en identiteit van de stad. De visie is tevens bedoeld als toetsingskader waardoor ondernemers, bewoners en andere belanghebbenden weten waar ze aan toe zijn. In de visie is het midden gezocht tussen flexibiliteit en zekerheid, door:

  • voor alle gebieden in de stad een kwaliteitsbeeld van de gewenste horeca te schetsen;
  • voor de meeste van deze gebieden ook kwantitatief te bepalen hoeveel extra horeca nog wenselijk is, rekening houdend met het leef- en ondernemersklimaat en een optimale mix van functies;
  • voor een aantal belangrijke ontwikkellocaties – Rijnsburgerblok, Bio Science Park en Lammenschansdriehoek – het belang van flexibiliteit en schuifruimte bij de planontwikkeling en -realisatie voorop te stellen en daarom in deze visie geen kwantitatieve beperking vast te leggen;
  • binnen de kaders van de Drank- en horecawet ruimte te bieden voor horeca in winkels, omdat vervlechting van detailhandel, horeca en (culturele) voorzieningen een trend is die past bij de belevingseconomie en die de stad aantrekkelijk maakt voor bezoekers en bewoners;
  • de realisatie van ongeveer 290 nieuwe hotelkamers te faciliteren;
  • afwijking van de visie mogelijk te maken voor ‘pareltjes’, bedrijven die qua karakter, uitstraling, ligging of concept bijdragen aan een sterke uitstraling van een gebied en die vanwege uniciteit iets toevoegen aan het bestaande aanbod in de stad of de regio.

Als onderlegger van de visie is een onderzoek verricht naar het uitbreidingspotentieel op basis van een vergelijking tussen potentiele vraag en huidig aanbod. Daarnaast is per gebied bekeken welke categoriehoreca in het gebied het meest kansrijk is en het beste past binnen het karakter van het gebied.

3.1.2.2 Onderzoeksresultaten

Galerie Café Leidse lente valt in het gebied dat in de ruimtelijk economische horecavisie is aangeduid als 'overige stadsdelen'. Het gaat om gebieden buiten de binnenstad en buiten specifiek benoemde ontwikkelingslocaties in de visie. Hier is het uitgangspunt dat het bestaande horeca-aanbod wordt geconsolideerd. Op panden die nog geen horecabestemming kennen wordt geen nieuwe horeca toegestaan.

Leidse lente is een bestaande horecagelegenheid in een pand waar middels een omgevingsvergunning horeca is toegestaan. Het nu aangevraagde terras is bedoeld voor bestaande klanten van Leidse lente, waardoor in die zin geen sprake is van een uitbreiding van horeca ter plekke.

3.1.3 Beleidsregels en nadere regels terrassen 2016
3.1.3.1 Beleidskader

De vele terrassen in Leiden dragen bij aan een levendige en aantrekkelijke stad. Om de ruimtelijke kwaliteit en de uitstraling van de terrassen in Leiden te vergroten en te borgen zijn bestaande ‘Nadere regels Terrassen’ geactualiseerd en aangevuld. De burgemeester heeft de regels vastgesteld. Tevens heeft het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad voorgesteld om de Welstandsnota uit 2014 te wijzigen en aan te vullen. Dit naar aanleiding van de vaststelling in december 2015 van het Modellenboek gevelreclame en uitstallingen Leiden en de vertaling van de welstandsregels voor bouwwerken op horecaterrassen.

3.1.3.2 Onderzoeksresultaten

In de beleidsregels en nadere regels is bepaald dat een terras op een binnenplaats of binnenterrein dat wil zeggen een plaats of een terrein dat omsloten is door woningen, niet is toegestaan tenzij de burgemeester anders besluit. In dat laatste geval is het gebruik niet toegestaan tussen 23:00 en 09:00 uur. Het gebruik in de overige uren is slechts toegestaan indien de geluidsnormen uit de Wet Milieubeheer (Besluit algemene regels voor inrichtingen) zich daartegen niet verzetten.

De huidige aanvraag is gedaan voor een binnenterrein dat aan drie zijden wordt omsloten door ateliers en bedrijfsruimtes. Alleen ten zuiden van het binnenterrein bevinden zich woningen, maar deze bevinden zich achter een bestaande tuinmuur en grenzen dus niet direct aan het terras. Er is daarmee geen sprake van een terrein dat omsloten is door woningen. Een besluit van de burgemeester is in dit geval niet noodzakelijk.

Verder staat over de ruimtelijke kwaliteit van terrassen dat het verboden is de (straat)verharding tijdelijk danwel permanent te bedekken. In de tekening bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning is aangegeven dat de grond ter hoogte van het terras bedankt wordt net houten delen en aarde. Dit is op basis van de beleidsregels en nadere regels niet toegestaan. In de omgevingsvergunning wordt daarom de voorwaarde opgenomen dat de terrasruimte op de huidige verharding van het binnengebied moet worden gerealiseerd.

Voor het overige zijn in de beleidsregels en nadere regels geen bepalingen opgenomen waardoor een terras op deze locatie niet mogelijk zou zijn. Veel bepalingen richten zich op het beperken van overlast en op de ruimtelijke kwaliteit van het terrasmeubilair.

3.1.4 APV

De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is een gemeentelijke regeling die geldt voor iedereen binnen de gemeente, en die tot doel heeft de gemeente netjes en leefbaar te houden voor iedereen. Op grond van de APV kan het college van burgemeester en wethouders aan een bedrijf een terrasvergunning verlenen. De APV van de gemeente Leiden bepaalt ten aanzien van terrassen het volgende:

Artikel 2:28 Terrasvergunning

  • 1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester of in afwijking van de nadere regels als bedoeld in het derde lid een terras in te richten, te exploiteren of in gebruik te geven op een openbare plaats, op openbaar water of op een voor publiek toegankelijk terrein.
  • 2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd indien:
    • a. een terras en/of een terras op het water niet is gesitueerd direct aangrenzend aan of in de directe nabijheid van de horeca-inrichting van de aanvrager;
    • b. blijkt dat het terras gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg en het openbaar water of voor het doelmatig beheer van de weg en het openbaar water;
    • c. blijkt dat het terras breder is dan de gevelbreedte van de horeca-inrichting, tenzij de burgemeester van oordeel is dat, gelet op onder meer de belangen van eigenaren/gebruikers van belendende percelen een afwijkende breedtemaat vereist of aanvaardbaar is;
    • d. de aanvraag betrekking heeft op een terras op een binnenplaats of binnenterrein, dat wil zeggen een plaats of een terrein dat omsloten is door woningen, tenzij de burgemeester van oordeel is dat door het verbinden van voorschriften aan de vergunning overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende percelen kan worden voorkomen;
    • e. indien de aanvraag betrekking heeft op een terras dat op het water is gelegen wordt de aanvraag tevens geweigerd indien de vergunning wordt gevraagd voor het Rapenburg (met uitzondering van de locatie hoek Rapenburg/Noordeinde), de Herengracht, de Zoeterwoudse Singel, de Witte Singel, de Morssingel, de Rijnsburgersingel, de Maresingel, de Herensingel en de Zijlsingel;
    • f. het verlenen van de vergunning de rechten en/of vrijheden van anderen zal aantasten, dan wel ontoelaatbare overlast tot gevolg zal hebben;
    • g. voor het terras ook andere vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen e.d. zijn vereist welke krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend.
  • 3. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten aanzien van:
    • a. het waarborgen van de verkeersveiligheid op en nabij het terras;
    • b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen;
    • c. het voorkomen van overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende percelen;
    • d. de veiligheid en gezondheid op het water vanwege een terras;
    • e. de inrichting van terrassen in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.
  • 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet indien en voor zover de Wet Milieubeheer van toepassing is.
  • 5. Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:28A Sluitingstijden terrassen:

  • 1. het is de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 verboden een terras bij zijn inrichting geopend te hebben, daar bezoekers toe te laten of te hebben na 24.00 uur.
  • 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het voor de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag de houder toegestaan een terras bij zijn inrichting geopend te hebben, daar bezoekers toe te laten of te hebben tot 01.30 uur.
  • 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid is het de houder toegestaan een terras bij zijn inrichting geopend te hebben, daar bezoekers toe te laten of te hebben tot 01.00 uur voor de nacht van zondag op maandag tot en met de nacht van donderdag op vrijdag en tot 02.00 uur voor de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag bij een temperatuur van 28 graden Celsius of hoger, blijkende uit de desbetreffende aanduiding op de gemeentelijke website.

Het aangevraagde terras kan voldoen aan de vereisten die zijn opgenomen in de APV. Omdat het binnenterrein niet wordt omsloten door woningen maar door bedrijfsruimten en ateliers, is artikel 2:28, lid 2, onder d niet van toepassing.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

Omgevingsaspecten die van belang zijn bij het aangevraagde terras zijn:

  • Stedenbouwkundige gevolgen
  • Gevolgen voor het cultuurhistorisch erfgoed
  • Gevolgen op het gebied van geluid
  • Gevolgen voor flora en fauna / Groen
  • Bodemkwaliteit

In dit hoofdstuk is beschreven welke gevolgen de aanvraag heeft voor deze omgevingsaspecten, waarna een totaalafweging is gemaakt over de vraag of de aangevraagde terras en moestuin kunnen bijdragen aan een goede ruimtelijke ordening.

4.1 Stedenbouwkundige gevolgen

Omschrijving van het plangebied

Het adres Haagweg 4 is gesitueerd op de plek waar twee historische invalswegen samenkomen: de Haagweg en de Rijn en Schiekade. De locatie grenst aan de binnenstad. Langs de Rijn en Schiekade is rond 1900 / begin 20ste eeuw een langgerekte strook woningen gebouwd van 2 á 3 bouwlagen plus kap.

Haagweg 4 is een monumentaal pand (gemeentelijk monument) met een representatieve uitstraling dat tussen 1892 en 1942 (diverse uitbreidingen) werd gebouwd als ambachtsschool. Tot 1992 bleef het gebouw in gebruik als school, waarna het in maart 1993 werd gekraakt door een groep kunstenaars. De laatste jaren hebben zich creatieve functies, kunstenaars en bedrijven in het pand gevestigd alsmede een grand café/restaurant. Het voormalige schoolgebouw heeft een binnenplaats dat nu ca. 11 bij 25 meter groot is.

Het complex Haagweg 4 is een samenstelling van diverse bouwdelen uit diverse perioden. Het complex is gelegen in de noordelijke punt van Vreewijk gelegen tussen de spoorlijn en het Rijn- en Schiekade in de overgangszone tussen de historische binnenstad en de vroeg 20e eeuws uitbreidingswijken. Mede door de ligging aan de oude historische uitvalsroute van de Haagweg vormt het complex een duidelijk stedenbouwkundig ensemble met bouwdelen uit verschillende perioden. Het terrein naast het complex aan de zijde van de spoorlijn is in gebruik als groot parkeerterrein ten bate van bezoekers aan de binnenstad. Aan de andere zijde sluit het complex aan het op het bebouwingslint langs de Rijn- en Schiekade.

Het oudste gedeelte, aan de zijde van de de Rijn- en Schiekade, dateert uit het einde van de 19e eeuw en bestaat uit een neo-renaissance pand met op de hoek van de Rijn- en Schiekade een woongedeelte, Haagweg 2 (dit woongedeelte grenst niet aan het binnenterrein). Het oudste gedeelte bestaat uit 2 bouwlagen van hoge verdiepingen met een schilddak. Het middendeel uit 1927 ligt iets terug. Beide delen hebben een decoratieve bekroning. Het gevelbeeld van het deel uit 1927 sluit aan op dat van 1892, alleen zijn in het dakvlak van het deel uit 1927 dakramen opgenomen. De gevel van het gedeelte uit 1892 is decoratiever van aard met dakkapellen en een middenopbouw. De hoekwoning heeft een eigen gevelbeeld met een tuitgevel en een decoratieve bekroning. Het wstelijk gelegen deel, aan de zijde van de spoorlijn, dateert uit de jaren ´20 en ´30 en bestaat uit een strakke, zakelijke baksteenarchitectuur met kubistische opbouw van bouwvolumes. Markante entreepartijen bevinden zich in het linkergedeelte uit de eind 19e eeuw en het rechtergedeelte uit de jaren ´20-´30. Het complex is in architectuurbeeld redelijk gaaf en karakteristiek voor de bouwtijd.

Beoordeling van de gevolgen van de aanvraag voor de stedenbouwkundige context

Het is voorstelbaar om de binnenplaats als terras te gebruiken met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de beleidsregels en nadere regels terrassen 2016.

De binnenplaats grenst aan het horecabedrijf en is als besloten buitenruimte geschikt om als terras gebruikt te worden. Het gebouw heeft al een gemengd-stedelijk karakter vanwege de aanwezige bedrijven, kunstenaars en het galerie-café. Aan de voorzijde is eerder al een terras gerealiseerd dat past binnen het terrassenbeleid van de gemeente.

4.2 Gevolgen voor cultuurhistorisch erfgoed

Omschrijving van het plangebied

De oude ambachtsschool op het adres Haagweg 4A is een gemeentelijk momument en staat in het beschermd stadsgezicht Leiden Zuidelijke Schil. Het complex is tussen 1892 en 1942 in fasen gebouwd door de architecten W.C. Mulder en B.Buurman. Het complex is onderdeel van de bebouwing van de na 1864 aangelegde nieuwe verbinding tussen het Noordeinde en de oude uitvalsweg naar Den Haag (Haagweg). Na sloop van de Witte poort en vergraving van het bolwerk werd een brede brug gebouwd en veranderde de Haagweg in een brede laan met aan weerszijden monumentale bebouwing van villa's en herenhuizen. De deftig uitgevoerde gevel van de school ondersteunde de representatieve uitstraling van deze vernieuwde invalsweg naar de oude binnenstad. Hoewel dit totaalbeeld is aangetast door de bouw van o.a.de flat aan de noordzijde van de Haagweg, vormt de school een belangrijke drager van het beeld.

Gevolgen voor cultuurhistorische waarden:

Er is geen sprake is van een aantasting voor de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. Het aangevraagde terras staat op het binnenterrein en is niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Verder kent het terras geen vaste objecten die het gemeentelijk monument zouden kunnen aantasten.

4.3 Gevolgen op het gebied van geluid

Een terras op een binnenterrein heeft tot gevolg dat er ter plaatse meer geluid zal worden geproduceerd. Op relatief korte afstand van het terras bevinden zich enkele woningen (met adres Rijn- en Schiekade), waardoor het van belang is om te toetsen of de terrasgeluiden voldoen aan de geldende geluidsnormen, zoals opgenomen in het 'Activiteitenbesluit milieubeheer' en aanvullende eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Wet Milieubeheer en het Activiteitenbesluit

Volgens artikel 8.40 van de Wet Milieubeheer is het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing (hierna: Activiteitenbesluit).

In het Activiteitenbesluit zijn geluidsvoorschriften opgenomen voor inrichtingen. Het terras maakt onderdeel uit van de inrichting galerie-café Leidse lente. Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van de inrichting en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting geldt, dat de geluidniveaus in onderstaande tabel niet mogen worden overschreden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0011.png"

Grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, in dB(A).

Buiten beschouwing blijft het stemgeluid van bezoekers op een onverwarmd en onoverdekt terrein dat onderdeel is van de inrichting, tenzij het terrein een binnenterrein is. Bij het bepalen van de geluidniveaus wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.

De grenswaarden zijn niet van toepassing op (delen van) dagen in verband met de viering van:

  • Festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt;
  • Andere festiviteiten of activiteiten die plaatsvinden binnen de inrichting, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of delen van dagen niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar.

Het bevoegd gezag mag voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximaal geluidniveau in een maatwerkvoorschrift (voorheen nadere eis genoemd) grenswaarden opnemen die lager of hoger zijn dan in de standaard voorschriften zijn opgenomen. Het bevoegd gezag mag de waarden alleen verhogen indien in in- en aanpandige geluidgevoelige ruimten een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 35 dB(A) wordt gewaarborgd.

Gemeentelijk geluidbeleid

De gemeente Leiden heeft op 28 juni 2005 gemeentelijk geluidbeleid vastgesteld. Uit de bij het besluit behorende Geluidsnota Leiden wordt afgeleid, dat de norm op de achtergevels van de omliggende woningen 45, 40 en 35 dB(A) geldend voor respectievelijk de dag-, avond en nachtperiode bedraagt (voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau). Dit betekent dat het geluid dat op de achtergevels komt van woningen vanuit het terras aan een 5dB(A) strengere norm moet voldoen dan het Activiteitenbesluit stelt aan terrassen gelegen op een binnenterrein.

Nota toetsingskader stemgeluid van horecaterrassen gemeente Leiden

Op 12 april 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders de 'nota toetsingskader stemgeluid van horecaterrassen' vastgesteld (collegebesluit 16.0331).

In de nota staat hoe de gemeente Leiden omgaat met het stemgeluid van mensen op bestaande en nieuwe horecaterrassen in de stad. In tegenstelling tot andere geluiden van horecabedrijven wordt het stemgeluid volgens het Activiteitenbesluit namelijk niet in alle gevallen beoordeeld. Het stemgeluid van onverwarmde en onoverdekte terrassen aan de straat of een andere openbare ruimte is uitgesloten van toetsing. Er is echter in deze gevallen wel belang bij een eenduidig toetsingskader voor stemgeluid, hetgeen in deze nieuwe nota wordt geboden.

Het toetsingskader is gericht op zowel bestaande terrassen (met een terrasvergunning) als nieuwe terrassen. Voor nieuwe terrassen zijn aanvullende randvoorwaarden gesteld in de vorm van duidelijke grenswaarden ten aanzien van grensniveaus bij en in omliggende geluidsgevoelige gebouwen. Voor specifieke situaties waar, aan de hand van een bestuurlijke afweging, blijkt dat strengere of soepeler voorwaarden wenselijk en aanvaardbaar zijn, kan een maatwerkafweging worden gemaakt.

In dit geval is een terras aangevraagd op een binnenterrein dat niet aan openbare ruimte grenst. Hierdoor is het Activiteitenbesluit van toepassing op dit terras. De nota toetsingskader stemgeluid van horecaterrassen voorziet alleen in een regeling voor terrassen waarbij toetsing aan het Activiteitenbesluit niet aan de orde is. Om die reden is de toetsing bij deze aanvraag beperkt gebleven tot het Activiteitenbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid.

Toetsing van het aangevraagde terras aan de geluidsnormen

Om de gevolgen op het gebied van geluid in beeld te brengen en te toetsen zijn er twee akoestische onderzoeken verricht door de aanvrager.

Akoestisch onderzoek 1

In bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing is het eerste akoestisch onderzoek d.d. 27 juni 2013 opgenomen. In dit eerste onderzoek is uitgegaan van een terras dat ongeveer de helft van het binnenterrein zou beslaan, een oppervlakte zou beslaan van ongeveer 80 m2 en dat tot maximaal 23:00 open zou zijn. In de berekeningen is uitgegaan van een wost-case scenario waarbij 36 bezoekers tegelijkertijd op het terras zitten (aan vierpersoonstafels) van 10 uur 's ochtends tot 23:00 's avonds.

Per vierpersoonstafel is een bronvermogen aangehouden van 76 dB(A) en voor de piekniveaus is een bronvermogen aangehouden van Lw 95 dB(A). Dit vertegenwoordigd de geluidpieken vanwege bijvoorbeeld tijdelijk luider pratende bezoekers en het op- en afbreken van tafels en stoelen.

In het onderzoeksrapport is aangegeven dat het gehanteerde akoestisch model beperkingen heeft in situaties met veel reflecties en het rekenen op korte afstanden. Hierbij gaf het onderzoeksbureau aan dat de ervaring is dat dit in de praktijk niet tot grote afwijking leidt. Daarbij wordt met een worst case scenario gerekend waarbij alle geluidbronnen continue aan staan (als of iedereen tegelijk aan het praten is) waardoor de situatie niet onderschat zou worden.

Uit de rekenresultaten in het onderzoek blijkt dat het gemiddelde geluidniveau op de woningen aan de Rijn- en Schiekade in de dagperiode (tot 19:00) maximaal 42 dB(A) bedraagt en in de avondperiode (tot 23:00) maximaal 43 dB(A). Dit betekent dat in de dagperiode voldaan wordt aan zowel het Activiteitenbesluit als het gemeentelijk geluidbeleid, maar dat in de avondperiode niet voldaan kan worden aan het gemeentelijk geluidbeleid. Dit betekent dat zonder het treffen van geluidwerende maatregelen niet voldaan kan worden aan de geluidnormen.

In het onderzoeksrapport zijn voorstellen gedaan voor maatregelen waarmee alsnog aan de normen voldaan kan worden. Het betreft het plaatsen van een geluidscherm en het toepassen van een (gedeeltelijk) absorberende bodemafwerking op het terras. Het scherm moet daarbij 5 meter hoog worden (ca gelijk aan het stucwerk op de gevel van het eigen pand). Voor de bodemafwerking op het terras is geadviseerd om een afwerking te selecteren dat enigzins absorberend werkt. Gedacht kan worden aan een "lat om-lat" afwerking van steigerdelen op een onderlinge afstand van circa 10 mm. Onder de delen kan dan losse aarde worden aangebracht. Hiervoor is in het onderzoeksrapport een bodemfactor van 0,5 gehanteerd. Het overgrote deel van het resterende deel van de binnentuin zal volgens het onderzoeksrapport als moestuin worden ingericht waarvoor een bodemfactor van 0,8 is aangehouden.

Met het doorvoeren van deze maatregelen kan volgens het onderzoeksbureau het terras geexploiteerd worden binnen de geluidnormen, waarbij ook voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidsbeleid. Daarbij moet dan wel de grens van het terras en de locatie van het geluidsscherm worden aangehouden zoals aangegeven op onderstaande afbeelding:

afbeelding "i_NL.IMRO.0546.OV00091-0201_0012.png"

Voorgestelde maatregelen aan het terras uit het onderzoeksrapport

Als de in het rapport voorgestelde voorzieningen worden getroffen dan wijzigen de rekenresultaten uit het onderzoeksrapport. In dat geval blijkt dat het gemiddelde geluidniveau op de woningen aan de Rijn- en Schiekade in de dagperiode (tot 19:00) maximaal 39 dB(A) bedraagt en in de avondperiode (tot 23:00) maximaal 40 dB(A). Hiermee wordt zowel overdag als 's avonds voldaan aan zowel het Activiteitenbesluit als het gemeentelijk geluidbeleid.

Voor het overige blijkt uit de rekenresultaten dat de maximale geluidniveaus ten gevolge van het terras zowel in de dagperiode (tot 19:00) als in de avondperiode (tot 23:00) maximaal 56 dB(A) bedragen als er géén voorzieningen worden getroffen. Hiermee wordt voldaan aan de geluidsnormen van zowel het Activiteitenbesluit als het gemeentelijk geluidbeleid. Als er wel voorzieningen worden getroffen (waaronder het genoemde geluidsscherm), dan bedraagt zowel in de dagperiode als de avondperiode het maximale geluidsniveau ten hoogte 54 dB(A).

Toetsing onderzoek door gemeente:

Het door de aanvrager aangeleverde akoestisch onderzoek is door de gemeente Leiden beoordeeld. Het onderzoek was correct uitgevoerd en er is in het onderzoek aan de juiste normen getoetst, in dit geval zowel het Activiteitenbesluit als de Geluidnota Leiden. Wel moet opgemerkt worden dat het binnenterrein naast de gebruikers van het terras door andere personen kan worden gebruikt, zoals bewoners van het complex, gebruikers van de moestuin en bijvoorbeeld ook personeel. Daar is ook voldoende ruimte voor naast het terras. Het is daardoor aannemelijk dat het geluidsniveau hoger kan uitvallen dan nu berekend is. Tevens moet worden opgemerkt dat het geluidsscherm als ontsierend voor het monumentale gebouw wordt beschouwd, waardoor het de voorkeur heeft om deze te laten vervallen. Om die reden heeft het ook de voorkeur om te rekenen met een situatie waarbij er geen sprake is van een geluidsscherm. Verder kan de geluidabsorberende ondergrond waarmee in het onderzoek gerekend is vrij gemakkelijk vergunningvrij worden gewijzigd naar een totaal verharde ondergrond, hetgeen de geluidsbelasting kan doen toenemen. Tot slot was in het onderzoeksrapport al aangegeven dat het gehanteerde akoestische model beperkingen heeft in situaties met veel reflecties en het rekenen op korte afstanden.

Het feit dat het terras op een binnenterrein wordt gerealiseerd waarbij woningen op korte afstand aanwezig zijn, in combinatie met de bovenstaande onderzekerheden, heeft de gemeente doen besluiten om de aanvrager om aanvullend onderzoek te vragen. Met het aangeleverde onderzoeksrapport kan naar mening van de gemeente een goed woon- en leefklimaat voor de omwonenden niet worden gegarandeerd. Om die reden is om een aanvullend onderzoek gevraagd, waarbij de volgende eisen zijn gesteld:

  • Er moet gerekend worden met de extra gebruikers die op het binnenterrein aanwezig kunnen zijn.
  • In het rapport moet zijn aangegeven wat de maximale afwijking kan zijn in het akoestisch model als gevolg van de vele reflecties en korte afstanden. Deze maximale afwijking moet in de beoordeling zijn meegewogen.
  • Er moet gerekend worden met een worst case scenario waarbij alle geluidsbronnen coninue aan staan, dus ook de extra gebruikers op het binnenterrein.
  • Er moet gerekend worden zonder geluidsscherm en zonder moestuin, dus met vollediuge verharding.

Verder is aangegeven dat het onderzoek zich moet beperken tot 19:00, aangezien uit het eerste onderzoek al blijkt dat alleen met aanvullende maatregelen voldaan kan worden aan het gemeentelijk geluidbeleid, inclusief een geluidsscherm dat ontsierend werkt voor het monument. Het exploiteren van een terras na 19:00 is op basis van het eerste onderzoek vanuit de gemeente niet toegestaan. Aan de aanvrager is medegedeeld dat een terras tot maximaal 19:00 uitsluitend akkoord is als uit het aanvullend onderzoek blijkt dat dit zonder maatregelen kan voldoen aan het Activiteitenbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid.

Akoestisch onderzoek 2

Op 20 januari 2016 heeft aanvrager een aanvullend akoestisch onderzoek laten uitvoeren, waarbij de opmerkingen vanuit de gemeente in acht zijn genomen. In bijlage 3 is het aanvullend onderzoek in het geheel te raadplegen.

In het aanvullend akoestisch onderzoek is - net als bij het eerste onderzoek - uitgegaan van een terras met maximaal 36 personen verspreid over 9 vierpersoonstafels. De oppervlakte van het terras bedraagt ongeveer 80 m2 en beslaat ongeveer de helft van het binnenterrein. Uitgangspunt is in dit geval dat het terras geopend is van 10:00 tot 19:00.

Er is gerekend met een worst case scenario, waarbij alle tafels van 10:00 to 19:00 continu volledig bezet zijn. Hierbij is net als in het eerste onderzoek per vierpersoonstafel een bronvermogen aangehouden van 76 dB(A) en voor de piekniveaus een bronvermogen Lw 95 dB(A).

Om de extra gebruikers op het binnenterrein in de berekeningen te verwerken is uitgegaan van circa 10 personen verspreid over de dagperiode. Dit aantal personen is gebaseerd op een opgave van de aanvrager. Ten behoeve van het stemgeluid van deze personen is als 'worst case' aanname uitgegaan van een immissierelevant bronvermogen (LWR) van totaal 76 dB(A) (overeenkomend met een tafel met 4 pratende bezoekers). Deze geluidbron is hierbij van 10:00 tot 19:00 uur continu in bedrijf verondersteld. Bij de akoestische modelvorming is het bronvermogen van deze geluidbron verdeeld over 4 puntbronnen. Voor kortstondige stemverheffeningen is een piekbronvermogen van 95 dB(A) gehanteerd.

Verder is in het onderzoek rekening gehouden met meervoudige reflecties door een marge van 2 dB bij de rekenresultaten van het akoestisch rekenmodel op te tellen. Tot slot is voor het gehele binnenterrein uitgegaan van een volledige verharding.

Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ten gevolge van het terras ter hoogte van de maatgevende woningen maximaal 44 dB(A) bedraagt in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde van 45 dB(A) van de Geluidnota Leiden. Het maximale geluidniveau (LAmax) ter hoogte van de maatgevende woningen ten gevolge van het terras bedraagt maximaal 58 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) voor de dagperiode uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Toetsing onderzoek door gemeente

Ook het aanvullend onderzoek is door de gemeente Leiden beoordeeld. De beoordeling leidt tot de conclusie dat de uitgangspunten uit het rapport akkoord zijn. Er is uitgegaan van een worst-case scenario waarbij de grond volledig verhard is, waarbij rekening is gehouden met reflecties en waarbij het geluidsscherm niet noodzakelijk meer is.

Ook is in het rapport rekening gehouden met de overige gebruikers van het binnenterrein. Er is geen aanleiding om het genoemde aantal (10 personen) in twijfel te trekken. Stichting Werk en Ondernemen verhuurt ter plekke de bedrijfsruimtes en ateliers, waardoor het waarschijnlijk is dat deze partij een realistische inschatting kan maken van het aantal personen op het binnenterrein gedurende de dagperiode. In het pand, dat het binnenterrein omsluit, zitten 55 ateliers en 20 bedrijfsruimten. In alle ateliers en in het grootste deel van de bedrijven is slechts 1 persoon aanwezig, in sommige gevallen zijn er bij de bedrijven meer personen aanwezig (aantallen variëren van 2 tot 12 personen). Als uitgegaan wordt van 1 persoon per atelier en gemiddeld 3 personen per bedrijf, dan zou het totaal aantal personen rondom het binnenterrein 55 + (20x3) = 115 personen bedragen. Als verspreid over de dag 10 van deze personen op het binnenterrein komen, dan zou dit overeenkomen met 8,6% van de gebruikers. Aangezien het terras alleen in de dagperiode wordt toegestaan (tussen 10:00 en 19:00) is het niet de verwachting dat veel van de werknemers op het binnenterrein aanwezig zullen zijn. In dat licht is het percentage van 8,6% realistisch.

Het rapport is door de gemeente verzonden naar de omgevingsdienst, die heeft onderzocht of de rekenmethode en de rekenresultaten akkoord zijn. De omgevingsdienst geeft aan dat het gehanteerde piekvermogen van 95 dB(A) aan de hoge kant is en dat hiermee beslist een worstcase in beeld is gebracht. Het betreft hier het bronvermogen. Verder kan worden ingestemd met het gegeven dat 10 personen kortstondig gebruik maken van de binnenplaats en dat dit in het rekenmodel verbeeld is als vier personen die tussen 10:00 en 19:00 continu aanwezig zijn. De omgevingsdienst geeft aan dat een vraagteken kan worden gesteld bij de rekenhoogte. De rapportages van het GeluidBuro en Peutz gaan ervan uit dat op de begane grond van de woningen geen geluidgevoelige ruimten aanwezig zijn aan de achterzijde, of dat deze dermate afgeschermd worden dat ze niet relevant zijn. In de praktijk is de begane grond van de dichtstbijzijnde woningen inderdaad afgeschermd door bebouwing. In het gebouw dat het terras omringd zijn geen woningen aanwezig en de begane grond van de woningen ten zuiden van het binnenterrein wordt afgeschermd door het theehuis en de naastgelegen bebouwing. De gehanteerde rekenhoogte in de geluidsrapporten is daarom akkoord.

Uit het akoestisch onderzoek en het aanvullend akoestisch onderzoek blijkt dat een terras met maximaal 36 bezoekers en dat om 19:00 sluit voldoet aan het Activiteitenbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid. Daarbij is uitgegaan van een worst case scenario met volledige verharding en zonder geluidsscherm. Aangezien het geluidsscherm ontsierend werkt voor het gemeentelijk monument en niet noodzakelijk blijkt bij een terras met maximaal 36 personen dat tot maximaal 19:00 geopend is, kan deze niet worden toegestaan. De moestuin is wel toegestaan aangezien deze passend is in het bestemmingsplan. Zelfs bij een eventuele verharding van deze moestuin wordt nog voldaan aan het Activiteitenbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid.

Het terras dat voldoet aan deze uitgangspunten is daarmee akkoord.

4.4 Gevolgens voor flora en fauna / groen

Een ruimtelijke ontwikkeling, waaronder de aanleg van een moestuin en/of de realisatie van het terras kan leiden tot verstoring, aantasting van groeiplaatsen en vernietiging van verblijfplaatsen van soorten die beschermd zijn onder Flora- en faunawet. Vanuit de Flora- en faunawet geldt het 'nee, tenzij' principe, wat betekent dat activiteiten die mogelijk leiden tot negatieve effecten op beschermde soorten in principe verboden zijn, tenzij maatregelen kunnen worden genomen om dit te voorkomen. Daarnaast moeten ook onbeschermde soorten zoveel mogelijk worden ontzien, volgens de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende (en dus niet alleen de beschermde) dieren en planten en hun leefomgeving. Dit is een algemene gedragseis die voor iedereen geldt. In planvorming en/of uitvoering dient daarom tijdig rekening te worden gehouden met aanwezigheid van (beschermde) flora en fauna.

Er zijn niet direct aanwijzingen dat er beschermde dier- of plantensoorten voorkomen op of rond het binnenterrein. Het is dan ook niet te verwachten dat de uitvoering van het plan leidt tot overtreding van de verboden als genoemd in artikel 8 t/m 12 van de Flora en Faunawet. Echter, mocht de aanvrager tijdens de werkzaamheden vaste rust- en verblijfplaatsen tegenkomen (bijv. van vleermuizen of vogels) dan geldt de verplichting om dit te melden aan de gemeente en te (laten) onderzoeken of de werkzaamheden effect hebben op voorkomende beschermde dier- of plantensoorten. Mocht uit dat ecologisch onderzoek blijken dat een negatief effect op één of meerdere beschermde soorten niet is uit te sluiten, dan moet er alsnog een ontheffing (Flora- en faunawet) worden aangevraagd. De doorlooptijd hiervoor kan variëren van 8 tot wel 26 weken.

Verder staat op het binnenterrein in de huidige situatie een viertal bomen. Deze bomen blijven in het nieuwe plan gehandhaafd en kunnen in de nieuwe situatie functioneren als natuurlijke schaduwplekken en als een aangename, groen aankleding van het terras. Wel moet de aanvrager er rekening mee houden dat eventueel broedende vogels in deze bomen niet verstoord worden.

4.5 Bodemkwaliteit

De oorspronkelijke aanvraag voor een biologische kruidentuin was passend binnen de tuinbestemming uit het geldende bestemmingsplan. Echter, gezien deze gevoelige functie was het wel van belang om aandacht te besteden aan de samenstelling van de bodem ter plekke.

Van dit binnenterrein zijn bij de omgevingsdienst West Holland diverse bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit die gegevens blijkt dat het onderzochte deel van het gebied licht tot matig is verontreinigd. De bodemonderzoekgegevens zijn verouderd. Het meest recente bodemonderzoek is een aanvullend onderzoek (zinkverontreiniging) dat is uitgevoerd door Geo-Logic B.V. (september1995). Aangenomen is dat er op het terrein sinds het bodemonderzoek geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Op basis van de bodemgegevens, de historie en omdat er zeer beperkt in de bodem wordt geroerd, is het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN-5740 niet nodig. Voor wat betreft de bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen om een kruidentuin te realiseren.

4.6 Totaalafweging / goede ruimtelijke ordening

Er moet een goede belangenafweging worden gemaakt tussen het belang van de aanvrager (meer horecaruimte en buitenruimte voor bezoekers), het belang van de omwonenden (goed woon- en leefklimaat), stedenbouwkundige belangen en het balang van de bescherming van het gemeentelijk monument.

Omwonenden van de horecagelegenheid hebben naar aanleiding van de aanvraag voor het terras een reactie bij de gemeente ingediend. Samengevat zijn omwonenden ernstig bezorgd over geluidsoverlast die plaats kan vinden bij het in gebruik nemen van het buitenterras. Daarnaast is aangegeven dat in het verleden al overlast is geconstateerd als gevolg van feestjes, open dagen e.d.

Met het aanvullend onderzoek dat nu is verricht en met de randvoorwaarden die worden gesteld aan het terras zijn beide belangen gediend. De horecaondernemer kan maximaal 36 bezoekers op het terras bedienen en de omwonenden kunnen er vanuit gaan dat het terras na 19:00 niet meer in gebruik is. Op de tijden dat het terras in gebruik is worden de grenswaarden voor geluid niet overschreden. Daarbij is uitgegaan van een worst-case scenario. Het maximum aantal toegestane personen op het terras kan bij eventuele overlast worden gecontroleerd, net als de eindtijd, waardoor de vergunning ook voldoende handhaafbaar is.

Alles overwegende en gezien het eerder afgegeven advies voor dit plan is de aanvraag akkoord, onder voorwaarde dat op het terras maximaal 36 bezoekers tegelijk aanwezig zijn, dat het terras niet eerder open gaat dan 10:00 en niet later sluit dan 19:00.

Het geluidsscherm dat in de oorspronkelijke aanvraag was opgenomen werkt ontsierend voor het gemeentelijk monument. Aangezien ook zonder geluidsscherm een acceptabel akoestisch klimaat kan worden bereikt, is dit geluidsscherm inmiddels uit de aanvraag verwijderd.

Alles overwegende is de aanvraag akkoord, mits de hier genoemde randvoorwaarden in acht worden genomen. deze randvoorwaarden worden opgenomen in de omgevingsvergunning.

Hoofdstuk 5 Procedurele aspecten

5.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Op grond van artikel 2.10, eerste lid, onder c van de Wabo dient een aanvraag om omgevingsvergunning geweigerd te worden wanneer deze strijdig is met het bestemmingsplan, tenzij het bevoegd gezag toepassing geeft aan één van vier verschillende bevoegdheden tot afwijking van het bestemmingsplan. Deze mogelijkheden zijn toepassing van:

  • 1. Een tijdelijke afwijkingsbevoegdheid (art. 2.12, tweede lid Wabo), van toepassing voor afwijkingen van het bestemmingsplan met een maximale duur van vijf jaar en uitsluitend ter voorziening in een tijdelijke behoefte;
  • 2. de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (art. 2.12, lid 1, onder a, onder 1° Wabo), alleen te gebruiken wanneer het bestemmingsplan zelf een mogelijkheid biedt om van een artikel in dat plan af te wijken;
  • 3. de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid (art. 2.12, lid 1, onder a, onder 2° Wabo), wanneer de strijdigheid met het bestemmingsplan valt onder een bij algemene maatregel van bestuur genoemde categorie;
  • 4. de uitgebreide afwijkingsbevoegdheid (art. 2.12, lid 1, onder a, onder 3° Wabo), zo lang de motivering van het besluit een ruimtelijke onderbouwing bevat, waaruit blijkt dat het bouwplan getuigt van een 'goede ruimtelijke ordening'.


De aanvraag voor het terras is strijdig met het huidige bestemmingsplan (zie ook paragraaf 1.3). Dit komt omdat de ter plekke geldende tuinbestemming geen terras toestaat.

In het bestemmingsplan zijn geen binnenplanse afwijkingsbevoegdheden opgenomen om de strijdigheden weg te nemen. Het terras valt ook niet onder één van de gevallen in de limitatieve lijst van categorieen in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, waarbij de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid toegepast mag worden. Vergunning voor het terras kan daarom alleen plaatsvinden door toepassing van de uitgebreide afwijkingsbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° Wabo.

5.2 Procedure

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht is daarbij van overeenkomstige toepassing.

In dit geval is er echter geen sprake van een bestemmingsplan, maar van een een omgevingsvergunning waarmee middels uitgebreide afwijkingsbevoegdheid (art. 2.12, lid 1, onder a, onder 3° Wabo) wordt afgeweken van het huidige bestemmingsplan. Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dan van overeenkomstige toepassing.

In dit geval zijn er geen rijksbelangen, provinciale belangen en / of belangen van het Hoogheemraadschap van Rijnland die mogelijk in het geding kunnen zijn. Het pand om het binnenterrein is geen rijksmonument, het plan is niet strijdig met de provinciale verordening en er wordt geen grond verhard ten opzichte van de huidige situatie. Om die reden kon overleg met deze instanties achterweg blijven.

Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (afdeling 3:4 Awb)

Op de procedure behorend bij de bovenbedoelde afwijkingsbevoegdheid is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dat betekent dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend, wanneer het ontwerp van de beschikking samen met deze ruimtelijke onderbouwing en andere bijlagen voor een periode van zes weken ter inzage wordt gelegd, waarbij een ieder een zienswijze op het plan kenbaar kan maken bij het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Leiden.

Na afloop van de zienswijzentermijn van zes weken worden alle ingediende zienswijzen verzameld en beantwoord in de paragraaf 'Maatschappelijke uitvoerbaarheid' (6.2) of in een aparte zienswijzennota, afhankelijk van het ontvangen aantal zienswijzen. In sommige gevallen kunnen zienswijzen het college aanleiding geven het ontwerpbesluit of de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing (al dan niet gedeeltelijk) te herzien.

Nadat de beantwoording van de zienswijzen en het definitieve besluit door het bevoegd gezag zijn vastgesteld, zal het besluit samen met de ruimtelijke onderbouwing en overige bijlagen opnieuw voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens die termijn kan iedere belanghebbende die een zienswijze heeft ingediend of redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, een beroepschrift indienen bij de rechtbank in Den-Haag. Dit beroepschrift kan enkel betrekking hebben op onderwerpen waarop de zienswijze ook betrekking had. Wanneer het uiteindelijke besluit afwijkt van het ontwerpbesluit, kunnen alle belanghebbenden daarnaast een beroepschrift indienen met betrekking tot de punten waarop het besluit is gewijzigd.

5.3 Verklaring van geen bedenkingen

Op grond van artikel 6.5, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is een zogenaamde verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist bij toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wabo. Met een dergelijke verklaring kan de gemeenteraad haar goedkeuring of afkeuring uitspreken over een plan. Een dergelijke instemming heeft een bindende status: het college kan een omgevingsvergunning niet verlenen zolang de gemeenteraad geen verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven.

In Leiden is door de gemeenteraad op grond van artikel 6.5, derde lid Bor een lijst van categorieën vastgesteld waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. De gemeenteraad heeft hiermee willen bewerkstelligen dat voor kleine en niet maatschappelijk gevoelige projecten geen tussenkomst van de gemeenteraad is vereist, en bij grote en wel maatschappelijk gevoelige projecten wel.

Een van de categorieë waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is, betreft het realiseren van kantoorruimte, dienstverlening, bedrijfsruimte, horeca, detailhandel, commerciële ruimte, maatschappelijke en recreatieve voorzieningen (waaronder cultuur en ontspanning), of een combinatie daarvan, van in totaal minder dan 1.000 m2 bruto vloeroppervlak in bestaand stedelijk gebied, en waarvoor geen ruimtelijk kader door de gemeenteraad is vastgesteld. Het terras kan beschouwd worden als het realiseren van horeca van minder dan 1000 m2 bruto vloeroppervlak (het terras heeft een oppervlakte van ongeveer 68 m2) in bestand stedelijk gebied, waardoor een verklaring van geen bedekingen niet vereist zou zijn.

De gemeenteraad heeft twee uitzonderingen benoemd waarbij er toch een Verklaring van geen bedenkingen moet worden aangevraagd:

  • 1. Indien de aangevraagde activiteit geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden binnen een beschermd stadsgezicht, tenzij de uiterlijke kenmerken van het pand ongewijzigd blijven aan de zijde(n) gericht naar de openbare ruimte.
  • 2. Indien naar aanleiding van de publicatie van de aanvraag om omgevingsvergunning door of namens vijf of meer belanghebbenden (in de zin van de Awb) negatieve reacties worden ingediend tegen het plan.

In dit geval is er sprake van een plan binnen het beschermd stadgezicht. De uiterlijke kenmerken van het pand blijven echter ongewijzigd aan de zijden gericht naar de openbare ruimte.

Naar aanleiding van de publicatie van de aanvraag omgevingsvergunning is namens acht belanghebbenden een negatieve reactie ingediend op de aanvraag. Hierdoor is het voor dit plan noodzakelijk om een verklaring van geen bedenkingen te verkrijgen van de gemeenteraad.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

In artikel 6.12 lid 1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Wat onder een bouwplan moet worden verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro.

Verder is in artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaald dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij (buitenplans) van het bestemmingsplan wordt afgeweken, kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien (onder andere) het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is.

Het plan voor de realisatie van een terras is niet aan te merken als een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro. Een exploitatieplan of het anderszins verhalen van de kosten van de grondexploitatie is hier dan ook niet aan de orde.

Eventuele planschadekosten zijn hier, gezien de beperkte oppervlakte van het terras en het beperkte aantal toegestane bezoekers niet voorzien. De kosten van de realisering van het plan moeten door de aanvrager zelf ghedragen worden.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Algemeen

Onder een 'goede ruimtelijke ordening' wordt mede verstaan dat een gedegen belangenafweging heeft plaatsgevonden tussen de (ruimtelijke) belangen van alle belanghebbenden. Het verkrijgen van een goed beeld van die belangen is daarbij cruciaal. Om die reden wordt het ontwerp van de omgevingsvergunning, samen met deze ruimtelijke onderbouwing, voor een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens die termijn kan iedereen zijn of haar zienswijzen kenbaar maken bij het College van B&W van de gemeente Leiden. Hoe en wanneer die zienswijzen precies kunnen worden geuit, wordt via publicaties in het gemeentelijke huis-aan-huisblad van Leiden en Leiderdorp en via de website van beide gemeenten toegelicht.

6.2.2 Reacties op aanvraag

Zodra een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ontvangen door de gemeente, wordt deze aanvraag gepubliceerd in de (digitale) stadskrant. De ontvangen aanvragen kunnen vervolgens gedurende twee weken digitaal worden ingezien door een ieder. Desgewenst kunnen belanghebbenden een reactie indienen op het plan nadat zij de stukken hebben gezien. Indien er vijf of meer negatieve reacties zijn ingediend op het plan, moet een verklaring van geen bedenkingen voor het plan worden afgegeven door de gemeenteraad. Deze verplichting vervalt als tijdens ter inzagelegging van het ontwerpbesluit met de bijbehorende stukken geen zienswijzen worden ingediend.

In dit geval is er één negatieve reactie ingediend op de aanvraag, ondertekend door acht huishoudens. De indieners van deze reactie krijgen een persoonlijk bericht wanneer de ontwerp stukken ter inzage worden gelegd, zodat zij op de hoogte zijn van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.

Ingekomen reacties worden betrokken bij de beoordeling van de bouwplannen. De nu voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld met inachtneming van de ingekomen reacties. In de volgende tabel is aangegeven welke opmerkingen zijn gemaakt op het bouwplan in de binnengekomen reacties en waar de beoordeling van dit aspect in de ruimtelijke onderbouwing terug te vinden is:

Reactie op bouwplan   Beoordeling van dit aspect in de ruimtelijke onderbouwing  
De U-vorm van het gebouw werkt als een tunnel voor het geluid. Het geluid wordt door de constructie automatisch richting de naastliggende woningen gestuurd.   Zie paragraaf 4.3: Gevolgen op het gebied van geluid.
In het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met de situatie en met de meervoudige reflecties die kunnen optreden als gevolg van de bebouwing om het binnenterrein heen.  
De gebruikte software (Geomilieu) door het geluidbureau is neit voldoende ontwikkeld om de complexiteit van de geluidsbeweging goed weer te geven in een bebouwde omgeving als bij ons.   Zie paragraaf 4.3: Gevolgen op het gebied van geluid.
Het gehanteerde model / de gebruikte software kent beperkingen in situaties met veel reflecties en met het rekenen op korte afstanden. Hiermee is rekening gehouden door een marge in te bouwen in de resultaten en door te werken met een worst case scenario.  
Het effect van de (meervoudige) geluidsreflecties via de verschillende gevels is niet te berekenen. Daarnaast zijn de meetgegevens onduidelijk en wijken gegevens van het Geluidbureau af van de resultaten van de metingen van onze eigen geluidsexpert.   Zie paragraaf 4.3: Gevolgen op het gebied van geluid.
Op verzoek van de gemeente is er een aanvullend akoestisch onderzoek verricht, waarbij er gebruik is gemaakt van een worst-case scenario.  
Het effect van een gedeeltelijke afscheiding (kokowall) aan het einde van het terras is niet te meten door de al eerder genoemde meervoudige geluidsreflecties die via de hoge gevels naar boven 'kruipen' en zich bewegen richting onze achtergevels en tuinen.   De afscheiding (kokwall) maakt geen onderdeel meer uit van het plan.  
De potentiële uitbater heeft voorgesteld parasols en eventueel een spanconstructie in te zetten tegen de overlast. Naast de hoge kosten is ook hiervan het effecte nauwelijks te berekenen. Dit wordt zowel door het Geluidsbureau als onze technicus onderschreven.   Parasols en een eventuele spanconstructie vormen nu geen onderdeel van de aanvraag. Effecten hiervan zijn ook niet onderzocht.  
Er is een volledige horecavergunnign afgegeven voor het pand. Dit betekent zeven dagen in de week geluidsoverlast. Overlast dat (in mindere mate) in de middag als zal beginnen en aanhoudt tot in de late avond. De piekbelasting zal vrijdag en in het weekend zijn.   Zie paragraaf 4.3: Gevolgen op het gebied van geluid.
De huidige aanvraag betreft alleen een terras. Het pand vormt geen onderdeel van deze aanvraag en blijft daarom buiten beschouwing.
Het terras wordt tot maximaal 19:00 toegestaan, waardoor er geen sprake zal zijn van belasting tot in de late uurtjes.  
De huidige potentiële uitbater heeft aangegeven tot uiterlijk 23:00 het terras open te willen houden. Dit lijkt een aardige tegemoetkoming. Dat lijkt een aardige tegemoetkoming. In de praktijk zal het terras echter niet punctueel op dat tijdstip sluiten. Klanten met een biertje of een glas wijn voor zich zullen de tijd nemen om dit te nuttigen. Daarna zal het personeel het terras nog af moeten ruimen en schoon moeten maken. De geluidsoverlast gaat dus duidelijk langer door.   Wij staan het terras tot maximaal 19:00 toe. Vanaf dat tijdstip zijn geen bezoekers meer toegestaan op het terras. Bezoekers moeten vanaf dat moment hun drankje mee naar binnen nemen.  
Alle bewoners slapen aan de achterzijde van hun huis. Dat betekent dus dat het geluid direct contact maakt met de slaapkamers. Bij een normale bedtijd van zo rond 23:00, is de overlast duidelijker. De kinderen uit de verschillende gezinnen gaan natuurlijk al veel eerder naar bed.   Van een sluitingstijd om 23:00 is geen sprake meer, wij staan het terras tot maximaal 19:00 toe.  
Het binnenterrein wordt nu een aantal keren per jaar gebruikt bij kunstweekenden, een enkele bruiloft, spontane feestjes en andere incidentele activiteiten. In onze tuinen en meestal ook binnen, kunnen we het geluid van de muziek duidelijk horen en kunnen we de gesprekken letterlijk volgen. Omdat het om incidentele activiteiten gaat, accepteren we deze overlast. We hebben geluidsopnamen ter beschikking om aan te tonen hoe groot de overlast is.   Het aangevraagde terras moet te allen tijde om 19:00 sluiten, ook als er sprake is van eventuele feestjes of andere spontane activiteiten.  
In de aanvraag wordt geschreven dat door het plaatsen van de kokowall het geluid binnen de perken blijft. Die conclusie is opvallend omdat het Geluidburo zelf aangeeft dat het softwareprogramma het effect van de wal niet kan meten   De kokowall vormt geen onderdeel meer van de aanvraag.  
De aanvraag stelt verder dat er geen sprake zal zijn van een 'coctaileffect' op het terras. Deze aanname wordt niet onderbouwd met feiten, waardoor deze aanname zeer discutabel is. Daar waar over een langere periode gegeten en met name gedronken wordt, zeker met een bezetting van 36 klanten, zal het coctaileffect wel degelijk aanwezig zijn. Het is een normaal gegeven dat het geluidsniveau stijgt naarmate de avond vordert.   In het rapport is gesteld dat het coctailpartyeffect niet zal optreden omdat het terras een beperkte omvang heeft. Deze beperkte omvang wordt ook gewaardborgd in de omgevingsvergunning. Daarnaast moet het terras om 19:00 sluiten.  
In het akoestisch onderzoek valt op dat voor de eerst aangrenzende woningen geen metingen zijn verricht op 7,5 meter hoogte. Een belangrijke omissie, omdat op dat niveau zich werk- en slaapkamers bevinden. Deze fout zet zich door in de daaropvolgende tabellen.   In het aanvullend akoestisch onderzoek is een berekening gemaakt zonder het 5 meter hoge geluidsscherm. Bij die berekening bleek dat het geluidsniveau op 5 meter hoogte voldoet aan het Activiteitenbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid. Het is in deze situatie niet de verwachting dat de geluidsbelasting op 7,5 meter dermate hoger is dat niet meer voldaan kan worden aan de in het beleid opgenomen grenswaarden.  
Het rapport laat meetgegevens zien met een bezetting van 4 personen op het terras. Onduidelijk is waarop dit aantal van 4 personen is gebaseerd. De exploitant zal zeker uitgaan van een hogere bezetting om het financieel te kunnen bolwerken. Het is belangrijker om te laten weten wat de consequenties zijn met een (bijna) volledige bezetting.   Het aantal van 4 personen per tafel is gebaseerd op de ingediende tekeningen van de aanvrager. Een hogere bezetting dan in totaal 36 personen is niet mogelijk omdat dat niet wordt toegestaan door de gemeente.

 
De onderbouwing van de geluidsreducerende maatregelen is uiterst summier. Er wordt een aantal waarden gehanteerd en geadviseerd. Er ligt geen onderbouwing en bewijs aan ten grondslag. De reducerende effecten ten aanzien van de kokowall ontbreekt volledig. Gesteld mag worden dat er sprake is van schijnmaatregelen, zonder enige vorm van bewijs.   Er is gerekend met een worst-case scenario. De kokowall maakt geen onderdeel meer uit van de aanvrag,  
In de aanvraag is sprake van een kruidentuin. Het daadwerkelijke gebruik maken ervan is twijfelachtig. Aan de zonnestudie is te zien dat er nauwelijks zon op de kruiden zal vallen en met plaatsing van de kokowall zal nog minder licht beschikbaar zijn voor de planten.   De kruidentuin is passend binnen het bestemmingsplan, het is aan de aanvrager om te bepalen of een kruidentuin ter plekke voldoende levensvatbaar is. Inmiddels is de kruidentuin uit de aanvraag verwijderd. Ook de kokowall maakt geen onderdeel meer uit van de aanvraag.  
Hoe is de opvolging van het meten van het geluidsniveau en de openingstijden geregeld? Wie is verantwoordelijk en wie gaat dit organiseren?   Het berekende geluidsniveau in het (aanvullend) akoestisch onderzoek is alleen te behalen als er sprake is van een terras met maximaal 36 personen dat tot maximaal 19:00 geopend is. Deze randvoorwaarden worden dan ook in de omgevingsvergunning gezet. De vergunninghouder is verplicht om zich aan deze voorwaarden te houden. Wanneer dit niet gebeurt is de gemeente bevoegd om eventueel handhavend op te treden.  
Wat zijn de consequenties bij normoverschrijding van het geluidsniveau? En van de openingstijden?   Het geluidsniveau willen wij binnen de gestelde normen houden door concrete randvoorwaarden te stellen aan het terras. Als het terras na 19:00 nog open blijkt dan kunnen omwonenden een verzoek om handhaving indienen bij de gemeente. Ook ambtshalve kan de gemeente een handhavingstraject opstarten als blijkt dat de genoemde eindtijd niet gerespecteerd wordt.  
Het theehuis staat aan het einde van het terras. Het is niet duidelijk hoe dit gebouw wordt gebruikt. Kan de exploitant / verhuurder duidelijkheid scheppen?   Het theehuis wordt verhuurd als bedrijfsruimte. Het vormt geen onderdeel van het galerie-café Leidse lente.  
Om duidelijkheid over de verantwoordelijkheden en consequenties te hebben, stellen we voor om een gebruikersovereenkomst op te stellen. Daarmee kunnen zowel voor de huidige als de toekomstige uitbaters de kaders worden vastgelegd.   Deze kaders worden al vastgelegd in de omgevingsvergunning voor het terras. Ook toekomstige uitbaters zijn hieraan gebonden. Een aanvullende overeenkomst biedt daarom geen extra toegevoegde waarde.  
Op een tekening is de ondergrond van het terras onduidelijk aangegeven. In het akoestisch rapport staat wel redelijk duidelijk beschreven hoe het moet zijn, maar het staat er als aanbeveling en niet als voorwaarde. Het risico is dat een aanbeveling niet wordt overgenomen en/of dat het niet goed wordt uitgevoerd. In het bouwplan zou aangegeven kunnen worden dat een latten/plankenvloer met tussenruimte van ca. 10 mm tussen de planken moet worden aangebracht, waarvan de latten niet mogen rusten op de daaronder los aangebrachte aarde, of een vergelijkbare absorberende vloer.   In de beleidsregels en nadere regels terrassen (zie ook paragraaf 3.1.3) staat over de ruimtelijke kwaliteit van terrassen dat het verboden is de (straat)verharding tijdelijk danwel permanent te bedekken. In de aanvraag is de plankenvloer dan ook inmiddels verwijderd.  
Op dit moment loopt er een vluchtroute door de huidige tuin en langs huisnummer 1a naar buiten. Hoe is dit geregeld na het plaatsen van de kokowall? En in hoeverre zorgt de terrasafsluiting in het midden in combinatie met de kruidentuin voor een belemmering naar de nooduitgang?   De kokowall maakt geen onderdeel meer uit van de aanvraag. Na plaatsing van het terras is aan weerszijden nog ongeveer 3,5 meter vrij ruimte over als vluchtroute.  
Wij zijn ook zeer bezorgd over de continuïteit van de (potentiële) exploitant. Een eventuele volgende ondernemer kan de wens hebben om de horecavergunning volledig uit te nutten.   De omgevingsvergunning voor het terras en de biologische kruidentuin met de daarbij behorende randvoorwaarden is leidend, ook voor toekomstige exploitanten. Hiervan mag niet worden afgeweken.  

6.2.3 Zienswijzen

Via publicaties in de Staatscourant en de Stadskrant wordt de termijn van ter inzage legging van de ontwerp omgevingsverguning aangekondigd. De ontwerp omgevingsvergunning alsmede de ontwerp verklaring van geen bedenkingen zal gedurende een termijn van zes weken voor zienswijzen ter visie worden gelegd. In die termijn kan eenieder een zienswijze met betrekking tot het ontwerp indienen. Op deze manier kunnen belangen die bij de uiteindelijke besluitvorming betrokken moeten worden ingebracht worden.

De beantwoording van eventuele zienswijzen vindt plaats in een zienswijzennota. Deze zienswijzennota vormt een onderdeel van het uiteindelijke besluit tot al dan niet verlening van de omgevingsvergunning.