direct naar inhoud van Artikel 21 Ondergronds bouwen en onderbouwen
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0202

Artikel 21 Ondergronds bouwen en onderbouwen

21.1 Bouwen van kelders

Voor ondergronds bouwen gelden de volgende bepalingen.

  • a. op plaatsen waar bovengronds bebouwing is toegestaan, mag onder ieder hoofdgebouw ondergronds worden gebouwd, met dien verstande dat de maximale maten zoals genoemd in de bestemmingen in hoofdstuk 2 van toepassing blijven. Daar waar bovengronds geen gebouwen aanwezig zijn, dient de oppervlakte van het ondergrondse bouwwerk met bijbehorende toegang(en) te worden meegerekend in de maximaal toegestane oppervlakte aan gebouwen.
  • b. direct aansluitend aan een ondergronds bouwwerk mogen toegangen tot ondergrondse bouwwerken worden gebouwd.
  • c. geen parkeerkelders mogen worden gebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 van deze regels anders is vermeld.

21.2 Afwijken voor parkeerkelder

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 21.1 onder c voor de bouw van een parkeerkelder onder een hoofdgebouw mits:

a. de in- en uitrit geen aantasting betekent van de cultuurhistorische waarde van het openbaar gebied;

b.een in- en uitrit in verkeerskundig opzicht geen gevaar betekent voor het verkeer;

c. de in- en uitrit een vlotte doorstroming van het verkeer niet kan belemmeren.

21.3 Afwijken voor kelder onder aanbouw

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 21.1 onder b. voor een overschrijding van de achtergevel bouwgrens, mits deze kelder onder gronden ter plaatse, waar volgens deze planregels een aanbouw of bijgebouw is toegestaan, wordt gerealiseerd.

21.4 Afwijken voor onderbouw

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde ten aanzien van de goothoogte en de bouwhoogte van gebouwen voor de bouw van een onderbouw, mits deze past in de karakteristiek van de omgeving waarin het hoofdgebouw is gelegen en de overschrijding van de maximale goot- en/of bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1 meter.