direct naar inhoud van Artikel 8 Gemengd - 4
Plan: Hogewoerd e.o.
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00050-0202

Artikel 8 Gemengd - 4

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor gronden en gebouwen ten behoeve van:

  • a. detailhandel;
  • b. publiekverzorgend ambacht en dienstverlening niet zijnde belwinkels;
  • c. maatschappelijke voorzieningen;
  • d. kantoren;
  • e. wonen;
  • f. sport;
  • g. gebouwde parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, fietsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Aaneengesloten bebouwing

De hoofdgebouwen dienen te worden gebouwd in aaneengesloten bebouwing.

8.2.2 Situering gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. De hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden opgericht;
  • b. De voorgevels van de hoofdgebouwen dienen te worden geplaatst in de naar de weg gekeerde bestemmingsgrens;
  • c. De zijgevels van de hoofdgebouwen dienen te worden geplaatst overeenkomstig de op de kaart aangegeven zijdelingse perceelscheidingen, met dien verstande dat als deze ontbreken de zijgevels in de bestaande situatie geplaatst zullen worden.
8.2.3 Hoogte hoofdgebouwen
  • a. De goothoogte van hoofdgebouwen mag niet hoger zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
  • b. De bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet hoger zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
  • c. Indien op de kaart geen maximale bouwhoogte is aangegeven, mag de bouwhoogte van hoofdgebouwen met een kap niet meer dan 3,5 meter meer bedragen dan de goothoogte.
  • d. Voor zover het gebouwen met een bestaande kap hoger dan 3,5m betreft en die een status hebben als rijks- of gemeentelijk monument dan wel beeldbepalend pand geldt een maximale bouwhoogte gelijk aan de bestaande hoogte.
8.2.4 Bebouwingspercentage
  • a. Het bebouwingsvlak mag voor 100% worden bebouwd;
  • b. Per bouwperceel mag ten hoogste 30% van de niet als bouwvlak aangeduide gronden worden bebouwd met aanbouwen en bijgebouwen.
8.2.5 Hoogte aanbouwen en bijgebouwen

De bouwhoogte van aanbouwen en tegen het hoofdgebouw aangebouwde bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw. De hoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter.

8.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen , met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen;
  • b. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen, met uitzondering van luifels en lichtmasten waarvan de hoogte respectievelijk ten hoogste 6 en 8 meter mag bedragen.
8.2.7 Dakterras
  • a. op een aanbouw aan een hoofdgebouw dat (mede) voor woondoeleinden is bestemd en wordt gebruikt mag een dakterras worden gerealiseerd met daaromheen een afrastering mits de hoogte daarvan niet meer bedraagt dan:
    1. 2 meter, voor het deel op de aanbouw vanaf de achtergevel tot maximaal vier meter uit deze achtergevel;
    2. voor het overige maximaal 1,20 meter,
  • b. Het is niet toegestaanbij andere dan gestapelde woningen een dakterras te realiseren op hoofdgebouwen of op daken van aanbouwen in meer dan twee bouwlagen dan wel deze daken als dakterras te gebruiken.
8.2.8 Ondergronds bouwen

Op het ondergronds bouwen is het bepaalde in artikel 21 van toepassing.

8.2.9 Beeldbepalende panden

In afwijking van de planregels bij deze bestemming, mogen bouwwerken, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' niet worden veranderd.

8.3 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan:

8.3.1 Algemeen

De situering van gebouwen en bouwwerken, het aantal en de situering van fietsparkeerplaatsen en de inrichting van een perceel, indien dit noodzakelijk is ten behoeve van de bezonningssituatie, (bestaande) boombeplanting, de ligging van leidingen en dergelijke, dan wel indien dit uit een oogpunt van stedenbouwkundige of ruimtelijk/functionele kwaliteit, dan wel ter bescherming van de cultuurhistorische waarden wenselijk is.

8.3.2 Beeldbepalende panden

De situering en maatvoering van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' indien en voor zover dat noodzakelijk is om de karakteristieke waarden van bouwwerken te beschermen.

8.3.3 Parcellering

Het in acht nemen van de historische parcellering dan wel een daarmee vergelijkbare indeling van percelen langs openbaar gebied, indien sprake is van het vervangen van bebouwing of het splitsen van panden in smallere eenheden, waarbij geëist kan worden dat aangesloten wordt bij de in het desbetreffende gebied voorkomende kavelbreedte.

8.3.4 Gevelindeling

Het in acht nemen van een verticale gevelindeling, indien dit gewenst of noodzakelijk is in verband met het straatbeeld waarbinnen de desbetreffende bebouwing wordt opgericht of verbouwd.

8.4 Afwijking van de bouwregels
8.4.1 Beeldbepalende panden

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.9 opgenomen verbod, mits:

  • a. bij verandering of complete vernieuwing van het beeldbepalend pand de karakteristieke waarde van het gevelbeeld zoveel mogelijk in acht wordt genomen;
  • b. vooraf advies is gevraagd aan de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
8.4.2 Hoger gelegen dakterrassen

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.7 ten behoeve van de realisering voor een grotere hoogte van een terrasafscheiding en voor een hoger gelegen dakterras met de bijbehorende daar omschreven terrasafscheiding op een aanbouw of binnen het hoofdgebouw, mits de bezonning, en de privacy van aangrenzende of nabijgelegen gebouwen en open terreinen niet in onevenredige mate worden aangetast en daarnaast de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en het daklandschap niet worden aangetast.

8.5 Specifieke gebruiksregels
8.5.1 Algemeen

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming.

8.5.2 Supermarkten en detalhandel in volumineuze goederen

Detailhandel in de vorm van een supermarkt is uitsluitend toegestaan binnen de bestemming G4. Binnen deze bestemming is tevens detailhandel in volumineuze goederen in de woninginrichting branche, elektrotechnische apparatuur en vergelijkbare goederen toegestaan.

8.5.3 Wonen

Ter plaatse van de aanduiding '(-w)' zijn woningen uitgesloten.

8.5.4 Parkeervoorziening

In het complex met de bestemming 'Gemengd 4', gesitueerd aan de Bolwerkstraat, Hogewoerd en het Levendaal, zijn uitsluitend minimaal 45 en maximaal 60 parkeer- en stallingspaatsen ten behoeve van de binnen het complex aanwezige woningen toegestaan. Hiervan mag een aantal van maximaal 18 tevens gebruikt worden ten behoeve van andere in het complex toegestane functies zoals een supermarkt.

In het complex met de bestemming 'Gemengd 4', gelegen tussen het Levendaal, de Korevaarstraat, de Kaardesteeg en Oranjeboomstraat, zijn minimaal 275 en maximaal 350 parkeerplaatsen toegestaan.

8.5.5 Ontsluiting parkeervoorziening

Bij het complex met de bestemming 'Gemengd 4' gelegen aan het Levendaal, Bolwerkstraat, Hogewoerd is de ontsluiting van de parkeervoorziening uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding '(os)'.

8.5.6 Sportvoorzieningen

Binnen de bestemming 'Gemengd 4' zijn tevens sportvoorzieningen in de vorm van een sportzaal, sportcentrum of sportschool toegestaan.

8.5.7 Aan-huis-verbonden beroepen

Binnen de bestemming 'Gemengd 4' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:

  • a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 30 m².
  • b. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken.
  • c. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoners.

8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
8.6.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden op of in de in het plan begrepen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag een karakteristiek en beeldbepalend pand geheel of gedeeltelijk te slopen. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien er voor hetzelfde pand een afwijking bedoeld in lid 8.4 van dit artikel kan worden verleend.

8.6.2 Uitzondering

Geen omgevingsvergunning is vereist voor de in dit artikel bedoelde werken, die:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer of gebruik overeenkomstig de bestemming;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan.