direct naar inhoud van 4.9 Water
Plan: Haagwegkwartier Noordwest
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00034-0205

4.9 Water

4.9.1 Inleiding

Leiden en water zijn al eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zo is de Rijn al van oudsher een belangrijke motor van de Leidse economie. Maar water heeft daarnaast ook andere kwaliteiten die van groot belang zijn voor Leiden. Zo is water een belangrijk onderdeel van de ecologische hoofdstructuur en biedt het onderdak aan een veelvoud aan plan- en diersoorten. Water wordt door veel bewoners en bezoekers gezien als een kwaliteit die de stad aantrekkelijker maakt. En water heeft een belangrijke functie voor de waterhuishouding in de stad.

De wijk Leiden Zuidwest is omsloten door boezemwatergangen, namelijk: Korte Vliet (westkant), Vliet (zuidkant), Trekvliet (oostkant) en Rijn (noordkant). Vanuit deze hoofdwatergangen loopt een netwerk van singels en vijvers door de wijk. Onderling zijn deze door middel van duikers verbonden. Deze watergangen functioneren vooral als afwatering. Het is belangrijk de verbindingen tussen de watergangen in stand te houden ten behoeve van de doorstroming en de vermindering van de kans op wateroverlast.

De watergangen dragen in samenhang met het groen bij aan een goed woon- en werkklimaat. De watergangen die het gebied ontsluiten zijn op de meeste plekken echter minder goed zichtbaar en moeilijk bereikbaar. Ook de oevers van de watergangen in de wijk zijn vaak slecht toegankelijk door de begroeiing. Het water in de wijk zou beter benut kunnen worden, met inachtneming van de veiligheid, vooral voor kleine kinderen.

Vanwege een veelvoud aan functies in de stad houden verschillende vakdisciplines zich binnen het planproces bezig met water. De loop van water in inrichtingsplannen en bestemmingsplannen is dan ook het resultaat van intensief overleg tussen deze verschillende vakgroepen. In de plannen van onderhavig bestemmingsplan is rekening gehouden met de wensen van de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vooroverleg tussen deze partijen is niet alleen gewenst maar ook wettelijk verplicht.

De watertoets is een vastgesteld proces waarbij de waterbeheerder wordt betrokken bij het vooroverleg voor het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen om te waarborgen dat er in het plan voldoende rekening wordt gehouden met een goede waterhuishouding.

4.9.2 Beleidskader en uitgangspunten

Handleiding Watertoets

De "Handleiding Watertoets Leiden: Praktisch omgaan met Watertoets en waterbeleid bij ruimtelijke plannen" geeft alle betrokkenen meer duidelijkheid hoe praktisch moet worden omgegaan met de Watertoets en de watereisen, wensen en kansen. Het is opgesteld in samenspraak met het Hoogheemraadschap van Rijnland. De handleiding, en met name het daarin opgenomen stappenplan met invullijst, is bedoeld om het planproces te verduidelijken en te versnellen. Door vroegtijdig de watereisen in kaart te brengen en hiermee rekening te houden wordt de goedkeuring van het plan en het verkrijgen van de ontheffing van de keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland vergemakkelijkt.


Uitgangspunten duurzaam stedelijk waterbeheer in Leiden

De gemeente streeft samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland naar een duurzaam stedelijk waterbeheer. Het behouden en creëren van een 'goed woon en leefklimaat' is uitgangspunt.


In het kader van het Waterplan Leiden zijn concrete maatregelen voor verbetering van het watersysteem van Leiden uitgewerkt. Maatregelen die in het kader van duurzaam stedelijk waterbeheer getroffen moeten worden, zijn onder andere:

  • De inrichting van de watergangen: zo min mogelijk duikers, bevorderen van watercirculatie en het vermijden van doodlopende watergangen. Vooral de grote lengte van een duiker heeft slechte invloed op de waterkwaliteit (weinig daglicht) en de ecologie; de duiker kan ook verstopt zijn met bagger waardoor er geen goede doorstroming van het oppervlaktewater is;
  • Het voorkomen van aantasting van het aquatisch ecosysteem;
  • De gemeente is doende (zoals verwoord in het Gemeentelijke Riolerings Plan (GRP)) bij rioolvervanging over te stappen op een verbeterd gescheiden stelsel, ten behoeve van het scheiden van hemelwater en afvalwater. Ook wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk afkoppelen van hemelwater naar oppervlaktewater.
  • Het 'duurzaam bouwen' en het 'duurzaam inrichten en beheren van de openbare ruimte' staan bij de gemeente hoog in het vaandel, met name wat betreft het gebruik van (bouw)materialen. De handhaving op deze regels is een belangrijke voorwaarde voor het uiteindelijke succes. Bij vernieuwing van de beschoeiingen en bij nieuwbouw voor bouwmaterialen en straatmeubilair zullen zoveel mogelijk duurzame en, met uitzondering van de klassieke Leidse straatlantaarns met koperen kap, niet uitloogbare materialen gebruikt worden (dus geen koper, zink en lood). De gemeente heeft in 2004 het Regionale Dubo-pluspakket vastgesteld waarin onder andere de problematiek van 'uitlogen' aan de orde komt.
  • Bruggen en steigers worden gezien als overkluizingen die het wateroppervlak afdekken en de lichttoetreding belemmeren. Overkluizingen zijn daarom van invloed op de ecologische waterkwaliteit. Bestaande steigers en vlonders worden toegestaan. De aanleg van overkluizingen en het creëren van ligplaatsen moeten voldoen aan het overkluizingenbeleid. Voor het aanbrengen van alle overkluizingen is een ontheffing van de keur noodzakelijk.
  • Ook zal op plaatsen waar dat mogelijk is beschoeiing vervangen worden door natuurlijke oevers. Het Hoogheemraadschap van Rijnland streeft naar 50 procent natuurvriendelijke oevers in het stedelijk gebied. Voor alle nieuwe watergangen stelt het hoogheemraadschap tevens eisen aan de inrichting van de oevers. Hoewel de mogelijkheden in het stedelijke watersysteem hiertoe beperkt zijn, wordt wel een natuurvriendelijke oeverinrichting nagestreefd ter verbetering van de algemene waterkwaliteit daar waar mogelijk. Een andere mogelijkheid is het inrichten van zogenaamde floatlands (drijvende natuurvriendelijke oevers), die ook zelfreinigend vermogen hebben en de ecologische potenties ten goede komen.


Taakverdeling waterschap - gemeente

Het grootste deel van de wateren in Leiden staan in open verbinding met elkaar en hebben een (boezem)peil van Normaal Amsterdams Peil (NAP 2005) - 0,62 meter. Het beheer van de waterkwantiteit in de boezemwatergangen - ofwel het regelen van de waterhoeveelheden in de boezem(vakken) via aanvoer, doorvoer en afvoer - ligt bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. In haar zorg voor de waterhuishouding heeft het hoogheemraadschap van Rijnland daarnaast het waterkwaliteitsbeheer van alle watergangen en bestrijdt zij de verzilting van de oppervlaktewateren. Het Hoogheemraadschap van Rijnland onderhoudt niet zelf alle boezemwatergangen. In het kader van de schouw worden alle boezemwatergangen, die bij de gemeente in eigendom en derhalve in onderhoud zijn, één maal per jaar schoongemaakt (het verwijderen van plantengroei uit de watergangen). Tot het onderhoud van de watergangen behoren ook de baggerwerkzaamheden en het verwijderen van drijvend vuil.

4.9.3 Water in het bestemmingsplan

Bij het totstandkomen van dit bestemmingsplan is meerdere malen overleg gevoerd met het Hoogheemraadschap van Rijnland over deze waterparagraaf, de verbeelding en de planregels. De aanbevelingen zijn in de stukken verwerkt. Dat geldt ook voor het compensatiebeginsel, als er meer verharding wordt aangelegd moet een bepaald gedeelte daarvan in nieuw aan te leggen open water gecompenseerd worden.

In het kader van het Waterplan Leiden is voor de inrichting van het Haagwegkwartier Noordwest onderzocht hoe de waterhuishouding in het gebied verbeterd kan worden. Voor het Haagwegkwartier Noordwest zijn de volgende afspraken gemaakt in het watertoetsproces:

  • De gemeente zal het watersysteem onderhouden, de watergangen krijgen in dit plangebied minimaal één natuurvriendelijke oever. Deze dragen bij aan een verbetering van de waterkwaliteit door natuurlijke zuivering en bieden bovendien leefplaatsen voor vissen, amfibiën en andere dieren. Het streven is flauwe taluds (minimaal 1:3) en brede watergangen (minimaal 4,1 m) te maken.
  • De oevers en watergangen zijn goed bereikbaar voor onderhoud.

Beschrijving huidig watersysteem en knelpunten

A. Oppervlaktewater

Het plangebied bevat alleen water op boezemniveau. Alle watergangen in het plangebied hebben naast de waterhuishoudkundige functie van aan- en afvoer van water en waterberging ook de functie recreatiewater.

Hydrologisch gezien is het plangebied Haagwegkwartier op boezemniveau gelegen. Het waterpeil in het gebied ligt op boezempeil (-0,60m NAP). De bodem bestaat hoofdzakelijk uit zandige zeekleigrond en veen.

B. Water(bodem)kwaliteit

De kwaliteit van het boezemwater in Leiden wordt gemeten door het Hoogheemraadschap van Rijnland. Volgens het Hoogheemraadschap is de waterkwaliteit voldoende.

C. Riolering

In het Haagwegkwartier wordt een riolering aangelegd in de vorm van een “verbeterd gescheiden systeem” waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld. Bij het afkoppelen wordt regenwater gescheiden van vuil water en afgevoerd naar het oppervlaktewater.

D. Voldoende waterberging

Oppervlaktenormering

De provincie Zuid-Holland hanteert de norm dat tenminste 10% van het planoppervlak moet bestaan uit open oppervlaktewater. In het plangebied is meer open water aanwezig dan volgens deze norm aanwezig zou moeten zijn.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland stelt kwantitatieve eisen voor voldoende open water. Het beleid is in boezemland de 15%-regel: dit houdt voor de praktische toepassing in dat voor iedere verharde uitbreiding in stedelijk gebied 15% van dit oppervlak aan open boezemwater gecreëerd moet worden (bijvoorbeeld in geval van verdichting in het bestaande stedelijke gebied), wanneer er op grote schaal wordt afgekoppeld of wanneer er lokaal knelpunten zijn in het watersysteem. Dit bestemmingsplan betreft zo'n verdichtingplan.

In vergelijking met het onontwikkelde Haagwegkwartier Noordwest vinden, met de ontwikkelingen zoals vertaald in dit bestemmingsplan, de volgende mutaties plaats:


1. Locatie ROC terrein Ter Haarkade
Totaal verhard oppervlak huidige situatie 11.634m2
Totaal verhard oppervlak plan 13.112m2


Oppervlakte watergangen huidig 21.36m2
Oppervlakte watergangen plan 39.36m2


2. Locatie Noordelijke Sportvelden


Totaal verhard oppervlak huidige situatue 4.295m2
Totaal verhard oppervlak plan 20.599m2


Per saldo betekenen de mutaties een toename van de verharding in bestrating en bebouwing van 14.772m2 en een toename van 3.977m2 open water. Volgens het compensatiebeginsel moet er 15% van de toename aan verharding teruggebracht worden in open water, dit is 2.215,8m2. De toename van open water in het plan is dus ruim voldoende.

E. Duurzaam stedelijk waterbeheer

De gemeente streeft samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland naar een duurzaam stedelijk waterbeheer. Tevens zullen in het kader van het Waterplan Leiden concrete maatregelen voor het verbetering van het watersysteem van Leiden worden uitgewerkt. Maatregelen die in het kader van duurzaam stedelijk waterbeheer getroffen kunnen worden, zijn onder andere:

  • de inrichting van de watergangen: zo min mogelijk duikers, bevorderen van watercirculatie en het vermijden van doodlopende watergangen;
  • het voorkomen van aantasting van het aquatisch ecosysteem;
  • het zoveel mogelijk afkoppelen van schone verharding.

De gemeente is doende (onder meer vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan) bij rioolvervangingen over te stappen op een verbeterd gescheiden stelsel. Ook wordt gestreefd naar zoveel mogelijk afkoppelen van hemelwater naar oppervlaktewater. In het plangebied is daarom gekozen voor het afkoppelen van het hemelwater.

Tevens zullen bij vernieuwing van de beschoeiingen en bij nieuwbouw voor bouwmaterialen en straatmeubilair zoveel mogelijk duurzame en niet-uitloogbare materialen gebruikt worden (dus geen koper, zink en lood). De gemeente heeft het Aktieplan Duurzaam Bouwen vastgesteld waarin onder andere de problematiek van "uitlogen" aan de orde komt. Bruggen en steigers worden gezien als overkluizingen die het wateroppervlak afdekken en de lichttoetreding belemmeren. Overkluizingen zijn daarom van invloed op de ecologische waterkwaliteit. Steigers en vlonders worden toegestaan tot maximaal 2 m uit de oeverlijn. Voor alle werken tot 2 m uit het boezemwater is vergunning van het Hoogheemraadschap van Rijnland verplicht. Het Hoogheemraadschap van Rijnland streeft ernaar om in stedelijk gebied meer natuurvriendelijke oevers aan te leggen. In nieuwbouw gebieden is het streven om 50% van de oevers natuurvriendelijk in te richten. In bestaand stedelijk gebied is 50% veel, maar er wordt wel naar gestreefd bij herinrichtingsplannen zo dicht mogelijk bij de norm uit te komen. Een natuurvriendelijke oeverinrichting wordt nagestreefd ter verbetering van de algemene waterkwaliteit daar waar mogelijk. Een andere mogelijkheid is het inrichten van zogenaamde floatlands (drijvende natuurvriendelijke oevers), die ook het zelfreinigend vermogen en de ecologische potenties ten goede komen. Om problemen met wateroverlast het hoofd te bieden is in de uitgangspunten de 15%-regel opgenomen. Deze regeling maakt deel uit van het beleid (Waterneutraal bouwen, paragraaf 10.4) van het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Met het Hoogheemraadschap van Rijnland worden in het kader van de noodzakelijke Keur afspraken gemaakt met betrekking tot de volgorde van uitvoering van de projectonderdelen en bijbehorende verharding en toevoeging van open wateroppervlak.