direct naar inhoud van 4.6 Externe veiligheid
Plan: Haagwegkwartier Noordwest
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00034-0205

4.6 Externe veiligheid

4.6.1 Beleid en regelgeving
4.6.1.1 Wetgeving

Externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op het gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen.
De overheid stelt grenzen aan de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen. De grenzen zijn vertaald in een norm voor het plaatsgebonden risico (PR), en een oriëntatiewaarde en ver-antwoordingsplicht voor het groepsrisico (GR).
Het beleid voor inrichtingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen zijn de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlij-ke stoffen (Circulaire RNVGS) en de Nota vervoer gevaarlijke stoffen (2006) van toepassing.
Voor buisleidingen treedt binnenkort het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking.


Plaatsgebonden risico
Het PR kent een grenswaarde van 10-6 per jaar voor nieuwe situaties. Binnen de PR 10-6 contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde en in nieuwe situaties moet in beginsel ook aan deze waarde worden voldaan.


Belemmeringsstrook buisleidingen
De bedoeling is dat alle PR 10-6 contouren rondom buisleidingen teruggebracht worden tot een afstand binnen de zgn. belemmeringstrook, dit is de strook van 5 meter aan weerszijden van de leidingen die moet worden vrijgehouden ten behoeve van onderhoud en werkzaamheden aan de buisleiding. In de belemmeringenstrook mag niet gebouwd worden, tenzij met toestemming (via een ontheffing of een aanlegvergunning) van burgemeester en wethouders. Werkzaamheden in deze strook mogen alleen worden uitgevoerd door of met instemming van de leidingbeheerder. De ligging van de leidingen en de belemmeringenstrook moet op de bestemmingsplankaart worden vastgelegd.


Verantwoordingsplicht groepsrisico
Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in situaties waarin zich een ramp met gevaarlijke stoffen voordoet. De verantwoordingsplicht is erop gericht om een wel-overwogen afweging te maken over de risico's in relatie tot de (ruimtelijke) ontwikkelingen in het plangebied.
Het groepsrisico wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde: de kans op een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers van 10-5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 dodelijke slacht-offers van 10-7 per jaar, en met de kans op 1000 of meer dodelijke slachtoffers van 10-9 per jaar. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico ligt voor het transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen echter een factor 10 lager dan voor inrichtingen.
In de verantwoording van het groepsrisico worden onderwerpen behandeld die van belang zijn bij het maken van een afweging over het risico en de ruimtelijke situatie. Het groepsrisico wordt kwantitatief beoordeeld. Daarnaast komen ook planologische aspecten aan de orde en de mogelijkheden tot rampenbestrijding (zie ook Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico voor inrichtingen).
Voor hoge druk aardgasleidingen gaat in de toekomst ook de verplichtingvoor een groepsrisicoverantwoording gelden. Volgens de huidige regelgeving moet een verantwoording worden gegeven in geval van afwijkingen van de toetsingsafstand.

Provinciaal- en regionaal beleid

De provincie Zuid Holland ambieert een veiliger Zuid-Holland. In de provinciale structuurvisie (PSV) staat als provinciaal belang genoemd het 'beschermen van grote groepen mensen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen'. De provincie wil voorkomen dat risicovolle activiteiten gevestigd worden in de omgeving van grote groepen mensen of dat een nieuwe ontwikkeling gepland wordt binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Het is niet altijd te voorkomen dat dit soort functies gecombineerd worden en het groepsrisico toeneemt. In dat geval vraagt de provincie van de verantwoordelijke bestuurders dat zij een verantwoording groepsrisico schrijven: een heldere en transparante toelichting waarin zij uitleggen waarom deze ontwikkeling op deze locatie noodzakelijk is. Op basis van een verantwoording groepsrisico moet aannemelijk worden gemaakt dat op termijn in de eindsituatie wordt voldaan aan de oriëntatiewaarde.

De regio Holland-Rijnland heeft in 2008 een Omgevingsvisie externe veiligheid opgesteld. In deze omgevingsvisie heeft de regio een beslismodel opgesteld op basis van zonering van het groepsrisicodiagram (het fN-diagram, f= kans op calamiteit, N=aantal slachtoffers ).

Het model gaat uit van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Aan de zones in het diagram zijn verschillende handelswijzen gekoppeld. Als de groepsrisicocurve voor een bepaalde activiteit of ruimtelijke ontwikkeling in een bepaalde zone uitkomt, volgt uit het beslismodel onder welke voorwaarden de activiteit of ruimtelijke ontwikkeling is toegestaan.

4.6.1.2 Risico's in het plangebied

Inrichtingen

Het plan ligt niet in het invloedsgebied van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of geproduceerd. In het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig waarop het huidige Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing is. Deze komen er niet, het gaat om een woongebied.

Transport over de weg

N206
De N206 ligt langs het plangebied. Deze weg wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen, o.a. toxische vloeistoffen. Aan de PR grenswaarde wordt voldaan, de PR grenswaarde contour ligt namelijk op de wegas.
Het plangebied ligt binnen het effectgebied van de N206. Vanwege het transport van giftige vloeistoffen is het effectgebied van de N206 circa 900 meter (giftige vloeistoffen categorie LT2). Het plangebied ligt binnen de 200 meter zone langs een transportroute waar, vanwege het transport van gevaarlijke stoffen, beperkingen aan het ruimtelijk gebruik kunnen worden opgelegd.


A4
De A4 wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. De A4 ligt op circa 2300 meter van het plangebied. Aan de PR grenswaarde wordt voldaan, de contour voor de PR grenswaarde ligt op de wegas.
Het plangebied ligt binnen het effectgebied van de A4. Vanwege het transport van giftige vloeistoffen van categorie LT3 is het effectgebied van de A4 circa 9 km .


Transport over het spoor
Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van een spoorlijn die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Transport over het water
Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van een waterweg die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Transport via buisleidingen
Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van een buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen

4.6.1.3 Groepsrisicoverantwoording

Vanwege de ligging van het plangebied in het effectgebied van de A4 is een nadere beschouwing van het groepsrisico noodzakelijk.


N206
Het groepsrisico ligt onder de orientatiewaarde (OW).3
Het plangebied ligt in de 200 meter zone waar beperkingen aan het ruimtelijk gebruik kunnen worden opgelegd.
Het groepsrisico is en blijft < 0,01 maal de OW. Het groepsrisico ligt in zone 4 van de omgevingsvisie. Volgens de omgevingsvisie externe veiligheid van de regio Holland Rijnland zijn bij een dergelijk laag groepsrisico geen maatregelen nodig om het groepsrisico verder te beperken en is de ontwikkeling zonder meer toegestaan.
Ondanks het lage groepsrisico verdienen externe veiligheid (EV) aspecten, zoals zelfredzaamheid, bereikbaarheid, interventie- en behandelingscapaciteit van de hulpverleningsdiensten wel aandacht. Bij een ongeluk met gevaarlijke stoffen op de N206 kunnen de volgende effecten optreden: het vrijkomen van een toxische wolk en warmtestraling ten gevolge van een plasbrand na een ongeluk met ontvlambare vloeistoffen.
Het transport van toxische vloeistoffen heeft een gering effect op de hoogte van het groepsrisico. Bij het vrijkomen van een toxische wolk moeten de aanwezigen in het plangebied tijdig gewaarschuwd worden, binnen blijven en deuren en ramen sluiten. Ventilatiekanalen moeten afgesloten kunnen worden.
Voor gebouwen bestemd voor verminderd zelfredzamen kunnen aanvullende maatregelen om de risico's te beperken nodig zijn: bij de zorginstelling kunnen de risico's beperkt worden door het ventilatiesysteem centraal afsluitbaar uit te voeren.
Op korte afstand van de N206 komt bebouwing, Deze kan worden blootgesteld aan warmtestraling ten gevolge van een plasbrand. Daarom is een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten van de N206 en het plangebied noodzakelijk. Dit geldt ook voor de blusvoorzieningen. Hiervoor is een advies nodig van de regionale brandweer.


Rijksweg A4
Het groepsrisico ligt onder de orientatiewaarde.
Het plangebied ligt buiten de 200 meter zone waar beperkingen aan het ruimtelijk gebruik kunnen worden opgelegd. Het transport van toxische vloeistoffen heeft een gering effect op de hoogte van het groepsrisico. De afstand tot de A4 is zodanig groot dat de bijdrage van het plangebied aan de hoogte van het groepsrisico verwaarloosbaar is.

4.6.1.4 Conclusie

Het groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde. Externe veiligheid is geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Desalniettemin is in verband met de korte afstand van de bebouwing tot de N206 nog wel een advies van de regionale brandweer noodzakelijk voor de EV aspecten: zelfredzaamheid, bereikbaarheid, interventie- en behandelingscapaciteit van de hulpverleningsdiensten.