direct naar inhoud van 4.2 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: Haagwegkwartier Noordwest
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00034-0205

4.2 Cultuurhistorie en archeologie

4.2.1 Cultuurhistorie

Het plangebied voor dit bestemmingsplan bevat geen cultuurhistorische elementen. Er zijn geen oude bouwwerken, monumentale panden of structuren met cultuurhistorische waarde te vinden.

Van invloed op dit bestemmingsplan is wel een gebouw met cultuurhistorische waarde dat zich buiten het plangebied bevindt. Molen De Heesterboom, een monumentale houtzaagmolen uit 1804, is onderdeel van de regeling Molenbiotoop Zuid-Holland. De molenbiotoop is een provinciale regeling die voortkomt uit de Provinciale Verordening Ruimte. Om het functioneren van de molen te waarborgen verstrekken provincie en Rijk subsidies ten behoeve van het onderhoud van molens met de status rijksmonument. Maar voor gemeenten is ook een taak weggelegd. De Provinciale Verordening Ruimte stelt gemeenten verplicht bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met de vrije windvang van de molen. Daartoe zijn grenswaarden gesteld voor de maximale bouwhoogte van gebouwen binnen een straal van 400 meter tot de wieken van de molen. Voor alle geplande gebouwen die hoger zijn dan 1/30 van de afstand tot de molen én zich bevinden binnen die straal van 400 meter, is een onafhankelijk windvangonderzoek noodzakelijk dat moet uitwijzen dat de bouw van het gebouw niet zal leiden tot de afname van de vrije windvang van de molen. Wanneer geplande gebouwen de vrije windvang van de molen wel zouden verkleinen is de provincie het recht voorbehouden haar aanwijzingsbevoegdheid te gebruiken om de ontwikkeling van het gebouw te stoppen of te laten aanpassen.

De molenbiotoop rondom molen De Heesterboom bevindt zich voor een groot deel in het plangebied voor dit bestemmingsplan. De ligging van de molenbiotoop is op de plankaart aangegeven met de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop".

4.2.2 Archeologie

Inleiding
De gemeente Leiden heeft een rijk bodemarchief. In de afgelopen decennia is bij tientallen opgravingen vastgesteld dat het onderzoek van de archeologische resten die in de bodem verborgen liggen een van de belangrijkste bronnen van kennis over de bewoningsgeschiedenis van de regio rondom Leiden vormt.
De doelstelling van het gemeentelijk archeologiebeleid is om de archeologische bronnen zo verantwoord mogelijk te beschermen. De erosie van het bodemarchief is ondanks alle inspanningen tot behoud van archeologische resten immers nog steeds erg groot. Dit betekent dat bij bouwwerkzaamheden verstoring van de diepere ondergrond uit archeologisch oogpunt zoveel mogelijk dient te worden vermeden. Waar dit niet mogelijk is, zal in de gebieden waar waardevolle, informatieve archeologische resten verloren dreigen te gaan, voorafgaand aan de geplande bodemingreep verantwoord onderzoek dienen plaats te vinden. Om deze doelstelling te kunnen realiseren is in het bestemmingsplan een aantal voorschriften en maatregelen opgenomen. Deze voorschriften zijn gebaseerd op een inventarisatie en evaluatie van de omvang en kwaliteit van het archeologisch bodemarchief in en om het plangebied.1
Leiden heeft zeven verschillende 'waarderingsgebieden', waar verschillende regimes gelden naar aanleiding van de archeologische waarde of de archeologische verwachtingswaarde.
Voor zes waarderingsgebieden wordt in opzet dezelfde planregel gebruikt, waarin een aanlegvergunningstelsel is opgenomen. De verschillen tussen de waarderingsgebieden zitten in de oppervlakten en diepte van bodemverstoring vanaf wanneer een aanlegvergunning dient te worden aangevraagd. Voor 'Waarde - Archeologie 1' geldt de aanlegvergunningsplicht niet, omdat het een beschermd archeologisch rijksmonument betreft, waarop de regels van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn. Voor verstoring van de bodem op die locaties is een monumentenvergunning vereist.

De zeven waarderingsgebieden zijn:

Waarde archeologie 1
 
Archeologisch rijksmonument
 
Waarde archeologie 2   Gebied van archeologische waarde
binnen de singels  
Waarde archeologie 3   Gebied van archeologische waarde
buiten de singels  
Waarde archeologie 4   Gebieden met een hoge archeologische verwachting binnen de singels  
Waarde archeologie 5   Gebieden met een hoge archeologische verwachting buiten de singels  
Waarde archeologie 6   Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting  
Waarde archeologie 7   Gebieden met een lage archeologische verwachting
 

4.2.3 Archeologische waarden in het plangebied

In het plangebied is het waarderingsgebied 5 aanwezig. Op de ROC-locatie zijn geen archeologische resten te verwachten.

Ter voorbereiding op de wijziging van het bestemmingsplan is in het gehele plangebied een archeologisch inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Deze inventarisatie bestond uit een bureauonderzoek (zie hierboven) alsmede een tweetal booronderzoeken.2

De rapporten van deze onderzoeken gelden tevens als verantwoording en onderbouwing van de in het bestemmingsplan voorgestelde maatregelen. Uit dit onderzoek is gebleken dat:

  • 1. in het noordelijk deel van de sportvelden resten van een vindplaats uit de Romeinse tijd aanwezig zijn; in de top van de oeverwalafzettingen en in de restgeulafzettingen is grind aangetroffen wat een aanwijzing kan zijn voor de aanwezigheid van de Romeinse weg of limes-weg. Dit deel van het plangebied is op de plankaart aangeduid als Waarde Archeologie 5.
  • 2. op de ROC-locatie archeologische indicatoren aanwezig zijn in puin uit de recent verstoorde en opgebrachte bovengrond. Dit vormt echter geen aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden. Geologisch gezien is dit deel van het plangebied weinig geschikt geweest voor bewoning. Om deze reden zijn in het bestemmingsplan voor de ROC-locatie geen voorschriften en maatregelen opgenomen ter bescherming van archeologische waarden.

4.2.4 Toekomstig onderzoek

Voor bebouwing van gronden met de bestemming Waarde Archeologie 5 is het uitgangspunt dat de verstoorder betaalt, indien er onderzoek dient te worden uitgevoerd en eventueel archeologische begeleiding of een opgraving moet plaatsvinden.

Het archeologisch beleid van de gemeente Leiden is reeds in 2005 vastgesteld door de gemeenteraad in de Nota Cultureel Erfgoed. Dit beleid is daarmee al enige tijd vigerend binnen de gemeente. Het bestemmingsplan is mede gebaseerd op dit beleid en op de sinds 2005 in gebruik zijnde archeologische waardenkaart. Dit kan leiden tot een stuk voorzienbaarheid, waardoor het risico op planschade minder wordt.

Voor het gehele grondgebied van de gemeente Leiden is vrij recent een paraplu-bestemmingsplan Archeologie in werking getreden. In deze en voorgaande bestemmingsplannen is reeds een regime opgenomen in de planvoorschriften waarin bescherming van archeologische waarden is opgenomen. Met het voorliggende bestemmingsplan worden de regels met betrekking tot de bescherming van archeologische waarden voortgezet, maar niet strenger gemaakt. Er vindt op deze locaties dan ook geen (grote) planologische verslechtering plaats, waardoor het risico op planschade kleiner wordt. Het bestemmingsplan Archeologie legt geen bouwverbod op. Bouwen blijft met dit voorliggende bestemmingsplan gewoon mogelijk. Wel wordt gevraagd om een omgevingsvergunning indien bouwplannen de gestelde kaders overschrijden, maar dit weegt voor de planschadebeoordeling minder zwaar dan een bouwverbod. De verwachting is dan ook dat het bestemmingsplan niet of slechts in zeer beperkte mate zal leiden tot planschade.