direct naar inhoud van 3.2 Ruimtelijk beleidskader
Plan: Haagwegkwartier Noordwest
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00034-0205

3.2 Ruimtelijk beleidskader

3.2.1 Nationaal beleid

Nota Ruimte (2006)

De Nota Ruimte geeft de hoofdlijnen aan van het nationaal ruimtelijke beleid voor de komende decennia. Uitgegaan wordt van een dynamisch, op ontwikkeling gericht ruimtelijk beleid en een heldere verdeling van verantwoordelijkheden tussen het rijk en de decentrale overheden.

De Nota Ruimte is een integrale nota en brengt zoveel mogelijk rijksbeleid voor ruimtelijke onderwerpen in één nota en vervangt hiermee divers Planologische Kernbeslissingen en ruimtelijk relevante rijksnota's.

In de Nota Ruimte gaat het om inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een belangrijke rol zal spelen. Onderwerpen die aan bod komen zijn: wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur, landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en het ruimtelijk accommoderen van de economie.

Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen:

  • versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;
  • bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland;
  • borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden;
  • borging van de veiligheid.

Het rijk wil zich niet meer met alles bemoeien en wil strategisch op hoofdlijnen sturen. Decentrale overheden krijgen meer ruimte om hun eigen weg te gaan. Het gaat er uiteindelijk om dat de besluitvorming over de inrichting van de ruimte dichter bij de direct belanghebbenden komt te liggen. De Nota Ruimte kenmerkt zich dan ook door:

  • ontwikkelingsplanologie: het ruimtelijk beleid moet beter gaan voldoen aan maatschappelijke wensen en sneller uitgevoerd worden. Het accent zal meer liggen op wat kan en minder op wat moet.
  • decentralisatie: nationale prioriteiten en decentralisatie bepalen de inhoud. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur is daarbij een belangrijk kader.
  • deregulering: dit betekent minder rijkssturing. Provincies en gemeenten kunnen hun eigen verantwoordelijkheid verschillend gaan invullen.
  • uitvoeringsgerichtheid: het kabinet legt het accent op uitvoering met onder meer een periode die financieel gedekt is tot aan 2010.

Voor verstedelijking, infrastructuur en vestiging van bedrijven en economische activiteiten geldt een zogenaamd bundelingsbeleid: nieuwe woongebieden en bedrijvigheid moeten zoveel mogelijk worden aangesloten op bestaande bebouwing en infrastructuur. Hierbij moet bovendien rekening worden gehouden met recreatieve voorzieningen, groen en water.

Stedelijke vernieuwing en GroteStedenBeleid (GSB)

Het GroteStedenBeleid is een in 1994 door het Rijk opgesteld beleidsdocument, dat tot doel had de algemene leef-, woon- en werkcondities in de vier grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) te bevorderen. Inmiddels maken ruim dertig Nederlandse steden onderdeel uit van het GroteStedenBeleid, waaronder Leiden. Het beleid is met name gericht op de aanpak van problemen in naoorlogse wijken en schept het kader voor stedelijke vernieuwing, de moderne opvolger van stadsvernieuwing. Stedelijke vernieuwing richt zich op het scheppen van condities voor kwaliteitsverbetering op het gebied van wonen, werken, onderwijs en de fysieke leefomgeving.

De nieuwste fase in het GroteStedenBeleid (GSB III) richt zich, in het kader van de Nota Ruimte, op 'krachtige steden', als motor van de regionale economie. Binnen de drie pijlers sociaal, fysiek en economie, is een aantal doelstellingen geformuleerd. Met betrekking tot woningbouw zijn de belangrijkste doelstellingen:

  • het beter balanceren van de woningvoorraad in de regio, naar prijsklassen en verhouding huur/koop, afgestemd op de vraag naar woningen;
  • een toename van het aantal woningen dat volledig toegankelijk is voor ouderen en minder validen, door nieuwbouw en verbouw;
  • het bevorderen van de veiligheid in woonwijken;
  • het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving, onder andere door de kwaliteit van groen in de openbare ruimte te verbeteren.

3.2.2 Provinciaal en regionaal beleid

Visie op Zuid-Holland

De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Provinciale Structuurvisie, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (structuurvisie), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (uitvoeringsagenda). Visie op Zuid-Holland is in de plaats gekomen van de vier streekplannen en de Nota Regels voor Ruimte.

De structuurvisie, verordening en uitvoeringsagenda zijn gelijktijdig vastgesteld op 2 juli 2010 en in werking getreden op 26 juli 2010. De Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland vormt de vertaling van de provinciale visie voor 2020, met een doorkijk naar 2040. Daarbij zet de provincie in op vijf hoofdopgaven:

  • aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel
  • duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie
  • divers en samenhangend stedelijk netwerk
  • vitaal, divers en aantrekkelijk landschap
  • stad en land verbonden

De provincie Zuid Holland wil een samenhangende en richtinggevende ruimtelijke strategie schetsen die inspeelt op rijksbeleid, zoals in de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit, en die actuele provinciale en regionale plannen en visies integreert: de streekplannen, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Beleidsplan Milieu en Water, de Provinciale Economische Visie, de Deelstroomgebiedsvisies, de Zuidvleugelvisie en de Kwaliteitszonering Groene Hart.

Op het gebied van wonen zet de structuurvisie in op het creëren van een verscheidenheid aan ruimtelijke woonmilieus in de regio, elk met een duidelijke identiteit en herkenbaarheid. De structuurvisie is een zelfbindend beleidskader, dat ook voor gemeenten een ruimtelijke kader is. Regels die ook voor de gemeenten bindend zijn, zijn opgenomen in de provinciale Verordening Ruimte. Deze verordening is in de plaats gekomen van de Regels voor Ruimte. De verordening bevat regels ten aanzien van bebouwingscontouren, agrarische bedrijven, kantoren, bedrijventerreinen, detailhandel, waterkeringen, milieuzoneringen, lucht- en helihavens en molen- en landgoedbiotopen, waar alle gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen.

Het Haagwegkwartier Noordwest valt geheel binnen de zogeheten rode contour, en valt niet binnen de Ecologische Hoofdstructuur en de Nationale Landschappen. De plannen voor het terrein zijn gericht op woningbouw, en bevatten geen voorzieningen, kantoren, detailhandel of nieuwe bedrijventerreinen. Wel is de Verordening Ruimte van belang in het kader van de aanwezigheid van een traditionele windmolen in de omgeving van het plangebied. Het bestemmingsplan zal daarin de bepalingen in de provinciale Verordening Ruimte moeten volgen.

Regionale Structuurvisie Holland-Rijnland (2009)

De Regionale Structuurvisie Holland-Rijnland is een beleidsdocument opgesteld door het samenwerkingsorgaan Holland-Rijnland. Op een lager ruimtelijk schaalniveau dan de Provinciale Structuurvisie schetst de Regionale Structuurvisie een beeld van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied dat zich uitstrekt tussen de gemeenten Noordwijk, Nieuwkoop, Rijnwoude en Voorschoten, waarin Leiden het stedelijke middelpunt is. Het voornaamste doel van het beleid in de Regionale Structuurvisie is een juiste balans te stellen tussen het behoud van het unieke karakter van de regio, met haar bollenlandschap en historische kernen en steden, en wenselijke toekomstige ontwikkelingen, zoals de komst van de Rijnlandroute en RijnGouweLijn.

Een belangrijkere impact op het bestemmingsplan 'Haagwegkwartier Noordwest' zijn in de Structuurvisie opgenomen afspraken over een evenwichtige en ruimtelijk juist verdeelde groei van de woningvoorraad in de regio. In de Regionale Structuurvisie is gesteld dat tot 2020 circa 33.000 nieuwe woningen in de regio nodig zijn om aan de groeiende vraag naar woningen te kunnen voldoen. Daarnaast is vastgesteld dat de ontwikkeling van woningen vooral in het bestaande stedelijke gebied moet plaatsvinden (dat wil zeggen in de as Katwijk-Leiden, in het westelijke deel van de regio Holland-Rijnland).

De Regionale Woonvisie Holland-Rijnland is een nadere uitwerking van de regionale plannen voor grootschalige woningbouw. In deze visie is onder andere vastgesteld dat de gemeente Leiden een bouwopgave heeft van circa 4.500 woningen in de periode van 2008-2019, met een gemeentelijk gemiddelde percentage van 20% sociale woningen (zowel koop als huur).

Het bestemmingsplan Haagwegkwartier Noordwest past binnen deze visies aangezien dit plan de bouw van woningen mogelijk maakt. Het plan levert een bijdrage aan de bouwopgave.

3.2.3 Gemeentelijk beleid

Structuurplan Leiden, Boomgaard van kennis (1995)

Het Structuurplan van Leiden 'Boomgaard van kennis' is vastgesteld in 1995, en beschrijft in hoofdlijnen de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Leiden. Het is bedoeld als een ruimtelijk kader voor op te stellen bestemmingsplannen. Het Structuurplan richt zich met name op drie pijlers:

  • het uitbreiden van het onderwijs en arbeidsaanbod rondom de kennisintensieve sector, met als bijzonder aandachtspunt het verder ontwikkelen van het Bio Science Park en aanverwante projecten;
  • het beter benutten van de monumentale binnenstad en haar groene vestingssingel;
  • het bieden van gevarieerde woonmilieus, gerichte op de unieke eigenschappen van de omgeving, zoals de historische binnenstad, de nabijheid van de duinen en het plassengebied en het veen-bollengebied.

Het college concludeert dat in het stedelijke gebied van Leiden nagenoeg geen ruimte meer is voor geschikte bouwlocaties. De nadruk komt daardoor (met name in de binnenstad) te liggen op optimaal doelmatig ruimtegebruik en een verbetering van de stedenbouwkundige vervlechting en ruimtelijke kwaliteit. Het structuurplan spreekt over 'stedelijke woonprojecten' die zodanig ontworpen dienen te worden dat goede zichtlijnen op, en openbare ruimte aan belangrijke waterlopen ontstaan.

De Churchilllaan heeft een bovenwijkse verkeersfunctie en het profiel van de weg vormt een barriere tussen de buurten in Zuidwest. De Churchilllaan zou uit stedenbouwkundige overwegingen getransformeerd moeten worden tot een stedelijke boulevard, waarbij gedacht moet worden aan nieuwe woning (hoog)bouw langs deze weg. Gesproken wordt over verdichting langs of op de huidige sportvelden zoals dit in het bestemmingsplan Haagwegkwartier Noordwest ook gebeurt.

Aandachtspunten zijn verder de dalende woningbezetting, de toenemende vergrijzing en het op peil houden van woonvoorraad voor studenten. Door een toename aan leefstijlen en verscheidenheid in de samenleving dient Leiden te voorzien in voldoende gevarieerde woonmilieus.

Structuurvisie Leiden 2025

Op 17 december 2009 heeft de gemeenteraad van de gemeente Leiden de 'Structuurvisie Leiden 2025' vastgesteld. De visie is de vertaling van de ‘Toekomstvisie Leiden 2030’ en beschrijft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van de gemeente Leiden. De structuurvisie vormt de basis voor belangrijke projecten zoals het programma Binnenstad, de Kadernota Bereikbaarheid en de Leidse projecten in de regionale Groenvisie, de regionale Woonvisie en de regionale visie op Bedrijventerreinen. Daarnaast onderstreept de structuurvisie verschillende reeds vastgestelde beleidsdocumenten, zoals de Hoogbouwvisie en Nota winkelen, wonen, welzijn en zorg, als te hanteren beleidskaders. Tot slot zijn er nog de lichtgrijze gebieden. Tot slot zijn er nog de lichtgrijze gebieden. Ontwikkelingen in deze gebieden vinden plaats in het kader van een gebiedsvisie of zijn zo kleinschalig van aard, dat ze in het kader van een Structuurvisie niet worden genoemd. Maar wat in die gebieden gebeurt, is natuurlijk wel ingrijpend voor de directe belanghebbenden en buurtbewoners en gebruikers en daarom ook belangrijk voor deze Structuurvisie. Omdat de Structuurvisie het
toetsingkader is voor de ruimtelijke ontwikkelingen in deze stad lijkt er voor deze gebieden waar niks over gezegd te zijn een lacune te zijn. Dat is niet zo. De Structuurvisie gaat uit van het bestaande beleid. Waar dat het bestaande beleid niet gewijzigd wordt doordat het gebied lichtgrijs is op de kaart en niet expliciet benoemd wordt in de tekst gelden hier de kaders die zijn vastgelegd in het structuurplan van 1996: Boomgaard van kennis.

De structuurvisie benoemt het Haagwegkwartier Noordwest als een nieuw te ontwikkelen woongebied. De gemeente heeft zich in die zin gebonden aan het ontwikkelen van een woongebied op het Haagwegkwartier.

Woonvisie 2005-2015

De eerste Leidse woonvisie draagt de naam 'Stad van ontdekkingen: wonen in Leiden - Woonvisie gemeente Leiden 2005-2015' en is op 11 oktober 2005 door de gemeenteraad goedgekeurd. De woonvisie bevat een uitgebreide analyse van de gemeentelijke woningmarkt en bevat doelstellingen ten aanzien van de groei van de woningvoorraad, de gewenste verhouding binnen de verschillende type woningen in prijsklasse en klasse (huur of koop, sociaal en vrije sector) en de kwaliteit van Leidse woningen. De twee speerpunten in de Woonvisie zijn het maken van een kwaliteitsslag in de bestaande woningvoorraad, en het vergroten van de woningvoorraad door middel van nieuwbouw.

In het kader van het vergroten van de woningvoorraad stelt de woonvisie dat er in de periode tussen 2005-2010 circa 4.000 nieuwe woningen moeten worden gebouwd om de groeiende vraag te kunnen ondervangen. Daarnaast wordt gesteld dat de sociale woningmarkt in Leiden is vastgelopen, omdat er een tekort is in het woningaanbod in het midden- en dure segment. Hierdoor wordt het doorstromingsproces verhinderd en wordt het maken van een wooncarrière gehinderd.

Het gebied Haagwegkwartier wordt in de visie aangewezen als ontwikkelingsgebied voor groen stedelijk wonen met kenmerken van bebouwing in hoge dichtheid in een groene buurt.

Welstandsnota

De Welstandsnota vormt het gemeentelijke beleidskader voor de welstandstoets bij bouwplannen en renovatiewerkzaamheden. Alle aanvragen voor het oprichten of onderhoud van bouwwerken worden op welstand getoetst, al zijn kleine bouwplannen als dakkapellen, kleine aan- of bijgebouwen of erfafscheidingen in veel gevallen vergunningsvrij of geldt enkel een zogenaamde sneltoets aan welstand.

In juli 2009 heeft de gemeente Leiden de Welstandsnota 2009 ter inspraak gelegd. Deze nota is de opvolger van de Welstandsnota 2004, en brengt een versimpeling van de regels met zich mee. Daarnaast is de nieuwe Welstandsnota voor heel Leiden, met uitzondering van het beschermde stadsgezicht in de historische binnenstad en de Zuidelijke Schil, minder streng dan diens voorganger. Anders dan de Welstandnota 2004 maakt de nieuwe Welstandsnota een onderscheid tussen vier welstandsniveaus, te weten 'behoud', 'beheer met aandacht', 'terughoudend beheer' en 'welstandsvrij'.

Het strengste welstandsniveau 'behoud' geldt alleen voor de historische binnenstad, de Zuidelijke Schil (met uitzondering van het gebied Plan Verhagen) en het park Leidse Hout, en is erop gericht de stedenbouwkundige waarden en het unieke karakter van deze gebieden zoveel mogelijk te behouden. Het niveau 'beheer met aandacht' geldt voor de omgeving van de Rijnsburgerweg, de oevers van de Rijn, wijk De Kooi, het Stationsgebied Stadszijde, Transvaalbuurt-Noord, het gebied Plan Verhagen en een aantal druk bezochte verkeersassen in de stad. Dit niveau heeft striktere toetsingscriteria dan het niveau 'terughoudend beheer', omdat de locatie van de wijken in de nabijheid van de binnenstad of langs drukke verkeerscorridors voor bezoekers en bewoners een grote impact hebben op de beleving van de stad.

Voor de meeste Leidse wijken, waaronder het gebied Haagwegkwartier, geldt het welstandsniveau 'terughoudend beheer'. De Welstandsnota 2009 schrijft hierover: Terughoudend beheer: de welstandstoets is gebaseerd op handhaving van een basiskwaliteit, met zo veel mogelijk vrijheid voor de burger. Er wordt een minimum aantal eisen gesteld. Deze basiskwaliteit wordt gewaarborgd door de toepassing van een aantal sneltoetscriteria, die eisen stellen ten aanzien van aspecten als de vorm, maat en verhouding, kleurgebruik, architectonische stijl, constructie en integratie met het omliggende stedenbouwkundige ensemble.

Wijkontwikkelingsplan Zuidwest (WOP)

Het stedenbouwkundig plan Haagwegkwartier is een uitwerking in het kader van het Wijkontwikkelingsplan Leiden Zuidwest. De gemeenteraad heeft dit ontwikkelingsplan vastgesteld in 2005. Het behelst de toekomstvisie waarin de ruimtelijke, sociaal-maatschappelijke en economische aspecten van Leiden Zuidwest zijn meegenomen. Het gaat hierbij veelal om de lange termijnontwikkelingen. Het gebied Haagwegkwartier (met ROC Ter Haarkade en de sportvelden) is in het plan aangeduid als kansrijk voor nieuwe ontwikkelingen.

Beeldkwaliteitplan Haagwegkwartier West
De bij de ontwikkeling betrokken partijen hebben op initiatief van de gemeente een beeldkwaliteitplan Haagwegkwartier opgesteld. De gemeenteraad heeft op 8 juli 2009 met dit plan ingestemd. Het beeldkwaliteitplan is de leidraad voor de architectuur in het plangebied. Het doel hiervan is om een goede beeldkwaliteit van de bouwplannen te garanderen. Ook wordt het plan gebruikt bij de toetsing van de bouwplannen aan de welstand door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). Het beeldkwaliteitplan zegt iets over hoe de nieuwe bebouwing of de openbare ruimte er uit gaat zien. In het plan Haagwegkwartier Noordwest krijgen de huidige sportvelden, met op de noordelijke kop een schoolgebouw, een nieuwe invulling. Deze wordt vormgegeven als twee nieuwe mozaïeken in het reeds bestaande patroon van de wijk. Dit sluit aan op de stedelijke schaal en structuur van de omgeving. De architectuur daarentegen bepaalt het nieuwe karakter van het gebied.

Gebiedsvisie
Op 8 juli 2009 heeft de gemeenteraad unaniem ingestemd met de gebiedsvisie Leiden Zuidwest. De gebiedsvisie schetst in grote lijnen het gewenste toekomstige beeld voor Zuidwest (met als tijdshorizon het jaar 2025). In deze visie wordt niet aangegeven waar en wat er gebouwd gaat worden, maar wel waar ontwikkelingen mogelijk zijn. De onderlegger daarvoor is de openbare ruimte en dan met name de groen- en waterstructuur. In de gebiedsvisie wordt duidelijk aangegeven waar de belangrijke groen- en waterstructuur van de wijk ligt en waaraan die moet voldoen. Het versterken en toegankelijker maken van het groen en water als bindende elementen tussen de verschillende bebouwde 'mozaïeken' is de kern van deze visie op Zuidwest. De gebiedsvisie is daarmee het gemeentelijke kader voor toekomstige ruimtelijke plannen in Zuidwest. De gebiedsvisie sluit inhoudelijk aan bij de gemeentebrede structuurvisie.