direct naar inhoud van Artikel 4 Maatschappelijk
Plan: Haagwegkwartier Noordwest
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00034-0205

Artikel 4 Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. (gebouwen ten behoeve van) maatschappelijke voorzieningen zoals welzijns-, culturele-, sociale-, overheids- en religieuze voorzieningen;
  • b. met daaraan ondergeschikte detailhandel en horeca, voor zover voorkomend in categorie 1a van de Lijst van Horeca-activiteiten (bijlage 2 van de regels) en ten dienste van deze bestemming;
  • c. één dienstwoning;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. voet- en fietspaden;
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. een ondergrondse parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'
  • i. één hellingbaan dan wel inrit ten behoeve van een ondergrondse parkeergarage;
  • j. een ontsluitingsweg ten behoeve van verkeer naar de parkeergarage;
  • k. speelvoorzieningen;
  • l. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

j. andere bouwwerken.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan de maximale hoogte die is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte';
  • c. in afwijking van het gestelde onder a mogen buiten het bouwvlak aan het hoofdgebouw twee toegangstrappen gebouwd worden met dien verstande dat het hoofdgebouw is opgericht binnen het aangeduide bouwvlak.

4.2.2 Parkeergarage

Voor het bouwen van parkeergarages gelden de volgende bepalingen:

  • a. (ondergrondse ) parkeergarages mogen uitsluitend binnen een bouwvlak met aanduiding 'parkeergarage' worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte van de ondergrondse parkeergarage mag maximaal 1,5 m boven maaiveld bedragen;
  • c. parkeergarages mogen ondergronds gebouwd worden, met een maximale diepte van 2 m onder peil;

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen, met uitzondering van terrein- en erfafscheidingen die van af de voet gemeten maximaal 2 m hoog mogen zijn, tenzij de afscheiding achter de voorgevelrooilijn wordt geplaatst of grenst aan openbaar gebied. In geval de plaatsing achter de voorgevelrooilijn geschiedt of grenst aan openbaar gebied, mag de hoogte niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. bouwwerken ten behoeve van verlichting mogen maximaal 9 m hoog zijn.

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering en de hoogte van bouwwerken indien dit noodzakelijk is ten behoeve van de bezonningssituatie, bestaande beplanting, de ligging van de leidingen, de waterhuishouding, de situering van parkeerplaatsen, de bereikbaarheid van hulpdiensten, dan wel indien dit uit het oogpunt van stedenbouwkundige of ruimtelijk/functionele kwaliteit wenselijk is.

4.4 Afwijken van de bouwregels

Een omgevingsvergunning kan worden verleend van het bepaalde onder 4.2.1 onder a ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak door een gedeelte van het gebouw met maximaal 5 m, indien binnen het bouwvlak redelijkerwijs geen geschikte ruimte aanwezig is, en onder voorwaarde dat een verschuiving van de bouwgrens niet leidt tot een groter oppervlak aan bebouwing.

Bovenstaande met inachtneming van de belangen van derden waaronder de bezonning en het uitzicht vanuit woningen niet wordt geschaad en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

    • 1. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.