direct naar inhoud van 3.6 Wonen
Plan: De Waard
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00006-0103

3.6 Wonen

3.6.1 Provinciaal en regionaal

Beleidsvisie Wonen Leidse Regio 2002

De Beleidsvisie Wonen Leidse regio (2002) geeft een beeld van de trends en een kwantitatieve analyse van de Leidse woningmarkt. Enkele genoemde trends zijn: regionalisering van de woningmarkt, stijgende ruimtebehoefte, verschuiving van een aanbodnaar een vraagmarkt, vergrijzing, gewenste aandacht voor duurzaamheid en een grotere keuzevrijheid van woonconsumenten.

De kwantitatieve analyse leert dat er ultimo 2001 bijna 88.700 woningen waren in de Leidse regio, waarvan bijna 58% (51.280) in Leiden (bron: WBO 2002). In de beleidsvisie is geraamd dat de voorraad in de regio in de periode 2000 2010 met 12.000 woningen zou moeten groeien om in de behoefte te voorzien.

In de periode 2000-2003 zijn circa 2.200 woningen gerealiseerd. De actualisering Vinexbouwscenario van 2004 laat zien dat in dit jaar ruim 1.100 woningen zijn geprogrammeerd (inclusief Voorhout), waarvan 89 in Leiden. In de periode 2005-2010 zal dus nog veel moeten worden gebouwd om het geraamde tekort terug te brengen. Het merendeel (62%) van de uitbreiding zal door verdichting worden gerealiseerd. In 2004 is dat aandeel nog 29%. Verder blijkt dat Leiden relatief veel sociale huurwoningen (45% tegen 37% in de totale regio) en weinig koopwoningen (43% tegen 52%) heeft.

In de woonvisie zijn afspraken gemaakt om die verhouding meer in evenwicht te brengen.

De visie concludeert dat een flink deel van de woningen binnenstedelijk gerealiseerd moet worden, bijvoorbeeld door middel van herstructurering en verdichting. De visie concludeert tevens dat de verhouding tussen vraag en aanbod van de woningmarkt uit balans is. Transformatie van bestaande wijken en nieuwbouw moeten deze discrepantie verhelpen.

3.6.2 Gemeentelijk

Woonvisie 2005-2015

De Woonvisie Leiden is op 11 oktober 2005 door de Raad vastgesteld en beloopt de periode van 2005 tot 2015. De Woonvisie bestaat uit een schets van de ontwikkeling van de woningmarkt in het algemeen gedurende de afgelopen decennia, een analyse van de Leidse situatie op dit moment, de visie zelf en het daarop aansluitende actieprogramma voor Leiden.

In het actieprogramma zijn zowel kwantitatieve aspecten (de regionale woningbouwafspraken, hoeveel gaan we bouwen etc.) als kwalitatieve aspecten van de woningbouwopgave verwerkt (voor wie bouwt Leiden, houden we voldoende rekening met groeiende doelgroepen als ouderen, welk kwaliteitsniveau voor duurzaam bouwen willen we realiseren etc.). Leiden wil een stad zijn waar alle inwoners (binnen hun financiële mogelijkheden) vrij kunnen kiezen voor een woning met de door hen gewenste kwaliteit. Om dit te bereiken staan drie doelen centraal:
- doorstroming bevorderen door snel te bouwen in die segmenten waar de spanning op de woningmarkt het grootst is;
- het maken van een kwaliteitssprong zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad;
- zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor de huishoudens met een laag inkomen.

De Woonvisie constateert dat er in de afgelopen jaren te weinig is gebouwd, waardoor de kwalitatieve en kwantitatieve spanningen zijn vergroot. Hoofddoel is dan ook om tot 2010 4.000 woningen te bouwen, waarvan 20% sociale huurwoningen moeten zijn. Aanvullend dienen circa 3.500 woningen te worden gerenoveerd, waarbij ongeveer 90% in dezelfde huurprijsklasse blijft. Een tweede hoofddoel is om de kwaliteit van de woningen te vergroten. Een groot deel van de huidige woningen kent een beperkte woninggrootte. Daarom richt de kwalitatieve aandacht zich op zaken als woninggrootte (minimaal 100 m² voor zowel eengezinswoningen als appartementen) en op het maken van bergruimte.

Met de sterke groei van een belangrijke doelgroep als ouderen is het bouwen van levensloopbestendige woningen van groot belang. Levensloopbestendigheid wordt uitgedrukt in een classificatiesysteem van het RAVG (Rijnlands Revalidatie Centrum) dat met sterren werkt.

Levensloopbestendige nieuwbouwprojecten dienen te voldoen aan minimaal drie sterren en levensloopbestendige projecten in de bestaande voorraad aan ten minste twee sterren. Duurzaam bouwen (pluspakket) is een ander belangrijk doel. Wat betreft de spreiding van woonzorgzones is in een andere nota een aantal belangrijke uitgangspunten te vinden (Nota Wonen, Zorg en Welzijn).

Leiden is een stad met veel verschillende woongebieden, met een verschillende uitstraling, woonklimaat en imago, ofwel met een verschillend woonmilieu. Voor grotere projecten is in de Woonvisie het gewenste toekomstige woonmilieu vastgelegd. Het bereiken van de beleidsdoelen geformuleerd in de Woonvisie is van groot belang. Medewerking van de gemeente zal steeds (mede) hieraan worden getoetst.


Politiekeurmerk Veilig Wonen

Het handboek 'Politiekeurmerk veilig wonen' geeft een eisenpakket op grond waarvan de woonomgeving en woningen getoetst kunnen worden op de veiligheid van het woonmilieu. De criteria hebben betrekking op sterk uiteenlopende aspecten, zoals de mate van verwering van bouwmaterialen tegen inbraak en het effect van stratenpatronen op wijkniveau m.b.t. de fysieke kwetsbaarheid van bewoners.

Vervolgens kan middels de regelgeving ruimte worden geboden aan de verbetering van de veiligheid in het woonmilieu. Een concreet voorbeeld hiervan is, dat in sommige buurten door bijgebouwen voor de woning onoverzichtelijke entrees zijn naar woningen.

Hier moet worden voorkomen dat door vergroting van deze aanbouwen het zicht op en vanaf de straat nog verder afneemt.

Met name de volgende aspecten zijn in het kader van het bestemmingsplan meegewogen bij de analyse en regelgeving:
- zichtbaarheid van de openbare ruimte en entrees naar de woningen;
- bereikbaarheid en toegankelijkheid van de buurten en woningen (onder andere achterpaden);
- routing van de woning naar voorzieningen (snel- en vooral langzaam verkeer).

Woonschepenverordening

In het bestemmingsplan zijn enkele ligplaatsen voor woonschepen opgenomen. Ligplaatsen voor woonschepen zijn opgenomen in het Ligplaatsenplan Woonschepen.

Volgens de Woonschepenverordening mag een woonschip alleen worden neergelegd nadat een ligplaatsvergunning is verleend. In de verordening zijn de voorwaarden opgenomen waaronder zo'n vergunning verleend kan worden. Eén van de voorwaarden is dat de aangevraagde ligplaats past in het Ligplaatsenplan Woonschepen.

Naast het Ligplaatsenplan Woonschepen dienen ligplaatsen voor woonschepen ook opgenomen te worden in het bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan wordt de regeling van het Ligplaatsenplan Woonschepen overgenomen, dat wil zeggen dat de ligplaatsen die volgens het ligplaatsen mogen worden ingenomen in dit bestemmingsplan worden opgenomen met dezelfde regeling voor wat betreft maatvoering.

Eén uitzondering wordt gemaakt: ligplaats P22/11 uit het ligplaatsenplan wordt niet in het bestemminbgsplan opgenomen. Deze ligplaats bevindt zich op de scheepswerf van Stallinga. Om milieuhygiënische redenen is het niet verantwoord een ligplaats voor een woonboot op een scheepswerf op te nemen. Deze ligplaats wordt dus wegbestemd. Dat betekent in de praktijk dat voor deze ligplaats, zolang het huidige ligplaatsenplan van kracht blijft, weliswaar een ligplaatsvergunning verleend kan worden maar de ligplaats wegens strijdigheid met het bestemmingspaln niet ingenomen kan worden. Deze ligplaats komt dus te vervallen.

De overige ligplaatsen in het plangebied De Waard die in het ligplaatsenplan zijn opgenomen blijven wel gehandhaafd. Er worden geen nieuwe ligplaatsen mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan.