direct naar inhoud van 3.3 Cultuurhistorie en archeologie
Plan: De Waard
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00006-0103

3.3 Cultuurhistorie en archeologie

3.3.1 Europees en nationaal

Europees beleid, Verdrag van Malta

In 1998 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Ter uitvloeisel van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Dit verdrag is hiermee van toepassing op de ontwikkelingslocaties in het plangebied.


Nota Belvedère

Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in deze nota beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland om daarmee het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.


Monumentenwet 1988

Een deel van het culturele erfgoed wordt beschermd via de Monumentenwet (1988). Deze wet geeft het Rijk de mogelijkheid om objecten met een leeftijd hoger dan 50 jaar aan te wijzen als rijksmonument. Rijksmonumenten worden wettelijk beschermd via het vergunningenstelsel en bij restauratie zijn financiële middelen beschikbaar. De 'Monumentenwet' geeft daarnaast de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Onder stads- en dorpsgezicht worden groepen van onroerende zaken bedoeld die een bijzondere eigenschap hebben en in welke zich een of meer monumenten bevinden. De aanwijzing zorgt voor extra bescherming via aangepaste bestemmingsplannen en het daarbij horende vergunningenstelsel. De leeftijdsgrens van 50 jaar schuift steeds op, er komen daarom steeds meer gebouwen bij die rijksmonument kunnen worden.

De Monumentenwet richt zich voornamelijk op bescherming. Wanneer het gewenst is dat monumenten gebruikt worden voor het stimuleren van ontwikkelingen, zullen andere instrumenten een rol moeten spelen. De Monumentenwet geeft aan gemeenten de vrijheid om zelf monumenten aan te wijzen en een monumentenlijst op te stellen. Een gemeentelijk monument mag jonger zijn dat 50 jaar, maar kan geen gebruik maken van de middelen die het Rijk ter beschikking stelt.


Wet op de Archeologische Monumentenzorg

In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend.

De wet tot goedkeuring van het verdrag is aangenomen door het Nederlands parlement en op 9 april 1998 in het Staatsblad gepubliceerd. Na enkele malen uitstel is het wetsvoorstel in april 2006 door de Tweede Kamer aangenomen en in december van dat jaar door de Eerste Kamer bekrachtigd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (oud) en enkele andere wetten.

Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden (dat kan bijvoorbeeld door booronderzoek of sleuvenonderzoek - beide na een gedegen bureauonderzoek). Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats te dragen.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen.

3.3.2 Provinciaal en regionaal

Op dit plan is voor wat betreft cultuurhistorie en archeologie geen provinciaal of regionaal beleid van toepassing.

3.3.3 Gemeentelijk

Gemeentelijk cultuurbeleid

Er is in het Leidse kunst- en cultuurbeleid behoefte aan duidelijkheid en profilering. Wat is het culturele profiel van Leiden, wat doen we ermee en wat is de invloed van zo'n profiel op het brede, integrale kunst- en cultuurbeleid? De Cultuurnota 2006 - 2008 dient allereerst om het culturele profiel van Leiden en de ambitie die de gemeente daarmee heeft, vast te stellen en concrete plannen op te ontwikkelen, daarnaast om eerder geformuleerd beleid te toetsen en soms te herijken, aan een groter kader.

De versterking en aanscherping van het culturele imago (het culturele product) van Leiden én de versterking van cultuureducatie en bevordering van cultuurtoerisme, de overdracht en promotie van dat product, worden twee pijlers van het Leidse cultuurprofiel.

Een derde peiler is het bevorderen van het innovatieve culturele karakter en het bevorderen van het creatieve imago van Leiden, ten behoeve van het verhogen van het leef- en vestigingsklimaat van de stad.

Door de combinatie van een specifiek cultureel aanbod, en de gemeentelijke ambitie om dat aanbod in de vorm van een meer dan gemiddelde hoeveelheid programma's cultuureducatie, bevordering cultuurtoerisme en cultureel experiment aan de stad (haar inwoners en haar bezoekers) aan te bieden, ontstaat een uniek cultureel profiel.

Dit gewenste profiel wordt bereikt door het versterken van de onderdelen van de culturele infrastructuur die bepalend zijn voor het culturele imago van Leiden, en het culturele bewustzijn van de inwoners en bezoekers.


Monumentenverordening en monumentenlijst

De gemeente Leiden hanteert de Monumentenverordening 2009. Deze verordening geeft regels over hoe om te gaan met gemeentelijke monumenten. In het plangebied komen op verschillende plaatsen monumenten en/of beeldbepalende panden voor.

Archeologische waarden en verwachtingen op het grondgebied van Leiden,
kaarten en vertaling naar het ruimtelijk beleid

Voor het hele gemeentelijk grondgebied is in 2004 een archeologische inventarisatie uitgevoerd die geleid heeft tot een samenhangend beeld van de omvang en kwaliteit van de nog aanwezige archeologische waarden en verwachtingen. In het rapport van deze inventarisatie is een aantal waarden- en verwachtingenkaarten opgenomen die als basis dienen voor de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen ter bescherming van archeologische resten.