direct naar inhoud van 3.1 Ruimtelijk
Plan: De Waard
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00006-0103

3.1 Ruimtelijk

3.1.1 Europees en nationaal

Nota ruimte (2006)

De Nota Ruimte is een nota van het rijk, waarin de principes voor de ruimtelijke inrichting van Nederland vastgelegd worden. De nota is op 23 april 2004 door het kabinet vastgesteld en is tevens door de Tweede Kamer aangenomen.

In de Nota Ruimte gaat het om inrichtingsvraagstukken die spelen tussen nu en 2020, met een doorkijk naar 2030. In de nota worden de hoofdlijnen van beleid aangegeven, waarbij de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland een belangrijke rol zal spelen. Onderwerpen die aan bod komen zijn: wonen, woonlocaties en verstedelijking, natuur, landschap en waterbeheer, bereikbaarheid en het ruimtelijk accommoderen van de economie.

Hoofddoel van het nationaal ruimtelijk beleid is ruimte te scheppen voor de verschillende ruimtevragende functies op het beperkte oppervlak dat Nederland ter beschikking staat. Meer specifiek richt het kabinet zich hierbij op vier algemene doelen:
- versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland;
- bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland;
- borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden;
- borging van de veiligheid.

Het rijk wil zich niet meer met alles bemoeien en wil strategisch op hoofdlijnen sturen. Decentrale overheden krijgen meer ruimte om hun eigen weg te gaan. Het gaat er uiteindelijk om dat de besluitvorming over de inrichting van de ruimte dichter bij de direct belanghebbenden komt te liggen. De Nota Ruimte kenmerkt zich dan ook door:
- Ontwikkelingsplanologie: het ruimtelijk beleid moet beter gaan voldoen aan maatschappelijke wensen en sneller uitgevoerd worden. Het accent zal meer liggen op wat kan en minder op wat moet.
- Decentralisatie: nationale prioriteiten en decentralisatie bepalen de inhoud. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur is daarbij een belangrijk kader.
- Deregulering: dit betekent minder rijkssturing. Provincies en gemeenten kunnen hun eigen verantwoordelijkheid verschillend gaan invullen.
- Uitvoeringsgerichtheid: het kabinet legt het accent op uitvoering met onder meer een periode die financieel gedekt is tot aan 2010.

Voor verstedelijking, infrastructuur en vestiging van bedrijven en economische activiteiten geldt een zogenaamd bundelingsbeleid: nieuwe woongebieden en bedrijvigheid moeten zoveel mogelijk worden aangesloten op bestaande bebouwing en infrastructuur. Hierbij moet bovendien rekening worden gehouden met recreatieve voorzieningen, groen en water.

Stedelijke vernieuwing en GroteStedenBeleid

Eind jaren 90 is een nieuwe beleidsvorm ontwikkeld om problemen in met name de naoorlogse wijken van de grotere steden van Nederland aan te pakken. Het gaat hier om stedelijke vernieuwing als onderdeel van het GroteStedenBeleid (GSB). Stedelijke vernieuwing geldt in feite als opvolger van het 'klassieke' stadsvernieuwingsbeleid en is een integrale beleidsvorm welke gericht is op het wegwerken van fysieke achterstanden in stedelijke gebieden. Uiteindelijk gaat het om het scheppen van condities voor de kwaliteitsverbetering van het woon-, werk-, productie- en leefmilieu in en rond de steden. Dit moet bereikt worden door het treffen van maatregelen die met name gericht zijn op de aard en het beheer van de fysieke leefomgeving.

Voor 30 grote steden, waaronder Leiden, maakt stedelijke vernieuwing deel uit van het GSB. Het GSB richt zich naast de fysieke pijler ook op de sociale en economische pijler. Vanuit deze drie invalshoeken wordt gewerkt aan het verbeteren van de concurrentiepositie van de steden.

3.1.2 Provinciaal en regionaal

Visie op Zuid-Holland, Ontwikkelen met schaarse ruimte. Provinciale Structuurvisie (vastgesteld door PS op 2 juli 2010)

De kern van Visie op Zuid-Holland is het versterken van samenhang, herkenbaarheid en diversiteit binnen Zuid-Holland. Dit draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en een sterke economische concurrentiepositie. Duurzame ontwikkeling en klimaatbestendigheid zijn belangrijke pijlers.

Gestreefd wordt naar een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk. Goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur, zijn daarin kenmerkende kwaliteiten.

In de structuurvisie wordt aangegeven welke zaken de provincie Zuid-Holland van provinciaal belang vindt. Hiervoor zijn vijf integrale hoofdopgaven benoemd:

  • 1. Aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel;
  • 2. Duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie
  • 3. Divers en samenhangend stedelijk netwerk;
  • 4. Vitaal, divers en aantrekkelijk landschap;
  • 5. Stad en land verbonden.

Het plangebied de Waard voldoet aan de beschrijvingen op de bij de Provinciale Structuurvisie behorende kwaliteitskaart en functiekaart.

Verordening Ruimte Provincie Zuid-Holland (vastgesteld op 2 juli 2010 door PS)

In de Verordening Ruimte van de provincie Zuid-Holland zijn de provinciale belangen uit de structuurvisie verder uitgewerkt in regels. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen.

Het voorliggende bestemmingsplan voor de Waard is een conserverend bestemmingsplan en voldoet aan de provinciale verordening.

Structuurvisie Leidse Regio (1992)

De Structuurvisie Leidse regio is in 1992 vastgesteld door de Stuurgroep Leidse Regio en schetst een beeld van de wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen tot 2015. Met onder meer het Vinex-beleid (toen nog) in het vooruitzicht wordt in de Structuurvisie de conclusie getrokken dat de Leidse regio de behoefte aan wonen en werken niet binnen de eigen grenzen kan opvangen. Andere hoofdlijnen zijn een betere ruimtelijke afstemming van stedelijke functies en daardoor een goed evenwicht tussen nabijheid en bereikbaarheid, de verbetering van de kwaliteit van het openbaar vervoer en fietspadennet, en versterking van een samenhangende groenstructuur.

Regionaal programma van afspraken

Voor de uiteindelijke invulling van het streekplan speelt regionaal beleid een belangrijke rol. Hiervoor hebben het Samenwerkingsorgaan Leidse Regio en het Samenwerkingsorgaan Duin- en Bollenstreek gezamenlijk een regionaal Programma van Afspraken opgesteld dat doorvertaald zal worden naar het streekplan. De belangrijkste afspraken die van invloed zijn op Leiden Noord zijn de volgende:
- Inpassing en financiering van de RijnGouweLijn: Voor deze light-railverbinding tussen Gouda, Alphen a/d Rijn, Leiden (binnenstad), Transferium 't Schouw (A44), Katwijk en Noordwijk moet een reservering worden gemaakt voor een eventuele uitbreiding van de lijn over de Willem de Zwijgerlaan.
- Oost-westverbinding A4-A44: partijen zullen zich inzetten om, samen met Rijkswaterstaat, zo spoedig mogelijk een studie te starten ten behoeve van de capaciteitsuitbreiding tussen de A4 en de A44. In deze studie zullen de twee belangrijkste alternatieven, herstructurering van de huidige doorgaande route door Leiden over de Churchilllaan én aanleg van een nieuwe verbinding ten zuiden van Leiden, met elkaar vergeleken worden.
- Afstemming van het woonbeleid: dit betekent onder meer de ambitie om te komen tot één regionale woningmarkt en een verkenning en programmering van de woonbehoefte en herstructurering.
- Ontwikkelingsmogelijkheden voor recreatie en toerisme: hierin wordt onder meer ingezet op de Leidse binnenstad en het plassengebied ten noorden van Leiden.

3.1.3 Gemeentelijk

Structuurplan Leiden, Boomgaard van kennis (1995)

Het Structuurplan van Leiden 'Boomgaard van kennis' is vastgesteld in 1995, en beschrijft in hoofdlijnen de meest gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Leiden. Het is bedoeld als een sturingskader voor op te stellen bestemmingsplannen. De drie pijlers zijn de versterking van de kennisintensieve werkgelegenheid, het gebruik van de monumentale binnenstad, en het bieden van gevarieerde woonmilieus. Ook hier is geconstateerd dat in het stedelijk gebied van Leiden nagenoeg geen ruimte meer is voor geschikte bouwlocaties. Bij het (voornamelijk) binnenstedelijk realiseren van (woning)bouwopgaven wordt dus gestreefd naar doelmatig ruimtegebruik en een verbetering van de stedenbouwkundige vervlechting en ruimtelijke kwaliteit.

In het structuurplan wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de functie van het Stationsplein en de Schipholweg als onderdeel van de stedelijke boulevard Plesmanlaan, Stationsplein, Schipholweg, Willem de Zwijgerlaan. Een hoge ruimtelijke kwaliteit, die tegenwicht biedt aan de drukke verkeersfunctie, met de voorkant van de gebouwen gericht op de weg is daarbij vereist ten behoeve van de verbetering van het stedelijk verblijfsklimaat en vermindering van de barrièrewerking. Werkgelegenheidsfuncties maar ook woonfuncties als de geluidssituatie dat toelaat, zijn daarlangs in de eerste plaats gewenst.

In het structuurplan wordt een verbetering van de openbare ruimte voorgestaan, waarbij de centrale as Stationsplein, Stationsweg, Steenstraat, Beestenmarkt, Breestraat/Haarlemmerstraat voorrang moet hebben. Voorts wordt de versterking van de groene singelrand rondom de aan de overzijde gelegen binnenstad voorgestaan.

Bij de inbreidingslocaties heeft het de voorkeur de stedenbouwkundige kwaliteit te versterken, bijvoorbeeld door duurdere woningen toe te voegen in wijken met relatief veel sociale huurwoningen. Dit komt het woonmilieu ten goede en draagt bij aan meer variëteit in woningtypes. Aandachtspunten zijn verder de dalende woningbezetting, de toenemende vergrijzing en het op peil houden van wooneenheden voor studenten. Door een toename aan leefstijlen en verscheidenheid in de samenleving dient Leiden te voorzien in voldoende gevarieerde woonmilieus.

Leiden, Stad van ontdekkingen: profiel 2030 (2005)

In 2004 is een gemeentelijke ontwikkelingsvisie verschenen waarin een toekomstbeeld wordt geschetst van de stad Leiden. De kwaliteiten van de stad worden benoemd, evenals de kansen en de bedreigingen. De historie, de ligging en de levendigheid zijn duidelijke kwaliteiten. Daarnaast valt op dat de Leidse bevolking jong is en een goed opleidingsniveau heeft. Anderzijds is de stad nagenoeg volgebouwd; is er spanning op de woningmarkt en de ruimte voor wonen, werken en recreatie is beperkt. In navolging van deze nota wordt het structuurplan Boomgaard van Kennis geactualiseerd.

Structuurvisie Leiden 2025

Op 17 december december 2009 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Leiden 2025 vastgesteld.

De belangrijkste elementen hieruit voor het plangebied De Waard zijn:

  • De Waard is verdeeld in een woongebied en een bedrijventerrein, gescheiden door een breed plantsoen. Het woongebeid is aan vernieuwing toe.
  • Ook het bedrijventerrein is toe aan een 'grote beurt'. Het is één van de prioriteitslocaties genoemd in het Programma Herstructurering Bedrijventerreinen. Eén van de zwakten ven het bedrijventerrein nu is de slechte bereikbaarheid. De bedrijven zijn alleen bereikbaar via de Sumtrastraat. Na aanleg van de Ringweg Oost zal de bereikbaarheid aanzienlijk verbeteren, wat mogelijkheden biedt voor regeneratie van het bedrijventerrein.
  • Het bedrijventerrein de Waard heeft nu een omvang van ongeveer 15 ha en is bestemd voor bedrijven tot en met categorie III. Het bedrijventerrein omsluit het woongebied aan drie zijden en laat alleen in het oosten bij de Zijlsingel de verbinding met het water open. De nieuwe ontwikkelingen kunnen een positief effect hebben op het hele gebied en zowel de woningen als het bedrijventerrein een kwaliteitsslag maken. Een belangrijke randvoorwaarde voor verbetering is dat de grenzen van het bestaande bedrijventerrein opnieuw getekend worden, zodat er ruimte ontstaat die ontwikkelingen mogelijk maakt.
  • Het is de mogelijkheid om een aantrekkelijke wijk met een interessant gemengd stedelijk milieu te ontwikkelen, met nieuwe woningen in het milieu 'intensief stadswonen'. Daarvoor moet de overgang tussen een gemengd woon- en werkmilieu naar het bedrijventerrein zó worden ingericht dat ook categorie III bedrijvigheid in het gebied mogelijk blijft.
  • Het beeld langs de zuidkant van het gebied aan de Nieuwe Rijn zal gedomineerd blijven door kleinschalige scheepwerfjes.

Of en hoe de veelheid van kansen en wensen binnen één wijk gerealiseerd kunnen worden moet nader worden uitgewerkt in een gebiedsvisie . Gezien de veelheid van kansen voor het gebied, de ontwikkelingen langs de Singel en de Ringweg Oost heeft dit een hoge prioriteit.