direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: De Waard
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.BP00006-0103

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten) onder de:

1. milieucategorieën 1 en 2;

2. milieucategorieën 1, 2 en 3.1 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met

categorie 3.1’;

3. milieucategorie 1, 2, 3.1 en 3.2 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met

categorie 3.2’;

4 milieucategorie 4.2 , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘ bedrijf tot en met categorie 4.2'

met uitzondering van:

a geluidzoneringsplichtige inrichtingen;

b Bevi-inrichtingen;

c zelfstandige kantoren;

b. bedrijfsverzamelgebouwen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke

vorm van bedrijf – bedrijfsverzamelgebouw’;

c. productiegebonden en/of ondersteunende detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen;

d. bedrijfsgebonden, niet zelfstandige kantoorruimte;

e. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’;

f. aan-huis-verbonden beroepen en/of bedrijven bij een bedrijfswoning;

g. opslag en uitstalling;

met de daarbij behorende voorzieningen, zoals:

h. ondersteunende horeca;

i. parkeervoorzieningen;

j. voorzieningen voor laden en lossen;

k. tuinen en verhardingen;

l. nutsvoorzieningen;

m. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden opgericht, met dien verstande dat het bouwvlak voor 100% bebouwd mag worden;
  • b. de goothoogte mag niet hoger zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet hoger zijn dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen;
  • b. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen, met uitzondering van luifels en lichtmasten waarvan de hoogte respectievelijk ten hoogste 6 en 8 meter mag bedragen.

3.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van gebouwen en bouwwerken, het aantal en de situering van parkeerplaatsen en de inrichting van een perceel, indien dit noodzakelijk is ten behoeve van de bezonningssituatie, (bestaande) boombeplanting, de ligging van leidingen en dergelijke, dan wel indien dit uit een oogpunt van stedenbouwkundige of ruimtelijk/functionele kwaliteit wenselijk is.

3.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. De vloeroppervlakte van kantoren deel uitmakend van de toegelaten bedrijven mag niet meer bedragen dan 50% van de bruto bedrijfsvloeroppervlakte;
  • b. De netto verkoopvloeropervlakte van detailhandel in ter plaatse vervaardigde of bewerkte goederen mag niet meer bedragen dan 50 m2;
  • c. Onder strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval verstaan:
    • 1. detailhandel in caravans, landbouwwerktuigen, machines, grove bouwmaterialen, keukens en badkamers en andere naar de aard daarmee gelijk te stellen volumineuze of grootschalige goederen;
    • 2. bouwmarkten, meubelbedrijven, tuincentra en detailhandel in woninginrichtingartikelen.

3.5 Ontheffing van de gebruiksregels
3.5.1 algemeen

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in artikel 3.1 onder a ten behoeve van het toelaten van een ander bedrijf binnen de categorie 3.2 dan in artikel 3.1 onder a is aangegeven, mits dat bedrijf naar aard en invloed op de omgeving met een bedrijf binnen de categorie 1, 2 of 3.1 gelijk gesteld kan worden.